Hier diep in het oerwoud van de Sierra Nevada voel ik de essentie van het leven. Het zijn de eenvoud, de onaangetaste natuur en de mysteries uit het verleden die me verbinden. En de afwezigheid van internet, gebouwen en massa’s mensen. Hier is geen betekenisloze afleiding. Hier stroomt alles in plaats van te stokken. Hier ben ik geen eenling die constant maar zoekende is. Hier ben ik thuis.
“Dit is waar het leven om draait.”
Is wat ik tegen Angela zei, de eigenaresse van het hotel in Santa Marta waar ik na de trektocht naar de Verloren Stad ‘Ciudad Perdida’ een paar nachtjes zou slapen.
Ik merkte een helderheid in mijn blik, nog helemaal in het goede gevoel van de jungle.
In haar ogen zag ik intrige maar evengoed een zekere afstand. Alsof ze niet precies kon vatten wat ik bedoelde. Niet zo gek, want ik kon het zelf ook amper onder woorden brengen.
Maar dit hoeft ook niet altijd denk ik. Misschien is dat nu juist net de magie van Ciudad Perdida?
La Ciudad Perdida, oftewel ‘de Verloren Stad’, is een eeuwenoude archeologische site, diep verscholen in de jungle van de heilige Sierra Nevada. Het mythische dorp werd ergens tussen 650 en 800 na Christus gesticht door de Tairona-mensen, de toenmalige bewoners van Colombia. De beroemde Lost City Trek, een heftige hike door de wildernis van 3, 4 of 5 dagen, is de enige manier om deze magische plek te bereiken.
Tijdens de pelgrimstocht trek je door de bergen en de weelderige jungle, en zal je jezelf voor eventjes Indiana Jones voelen. Ook kom je langs inheemse dorpen waar afstammelingen van de Tairona leven, een daarvan is het Kogui-dorp Mutanyi met traditionele kegelvormige huisjes. Slapen doe je in een wilderniskamp met de geluiden van de exotische dieren om je heen. Uiteindelijk kom je uit bij de Verloren Stad, met ruim 150 ruïnes (lees: hoopjes stenen) en de mysterieuze groene terrasvormige velden die omringd worden door palmbomen en glooiende heuvels.
Zit jij eraan te denken om de Lost City Trek te gaan doen? Lees dan deze gids door, want ik ga je alles vertellen over deze epische tocht. Ik vond het echt een ontzettend vette ervaring, zeker een van de gaafste hikes die ik ooit heb gedaan.
Een aantal interessante weetjes over Ciudad Perdida
- De Sierra Nevada de Santa Marta is een van de hoogste bergketens ter wereld. De toppen van de Cristóbal Colón en Simón Bolívar zijn hoger dan 5.700 meter. Het omvangrijke gebergte heeft een oppervlakte van zo’n 16.500 km².
- Het gebied wordt beschouwd als een van de meest biodiverse delen van heel Zuid-Amerika. In 1979 werd ze door UNESCO uitgeroepen tot biosfeerreservaat.
- Er leven officieel 628 vogelsoorten, waaronder papegaaien, parkieten, kolibries, spechten en goeans.
- De Lost City werd ergens rond het jaar 650 gesticht, en is daarmee 650 jaar ouder dan Machu Picchu in Peru.
- 40% is van de Lost City is nooit gevonden (dit is het getal waar onze gids stellig mee kwam).
- Rond het jaar 1600 verlieten de Tairona’s Ciudad Perdida, waarschijnlijk om te vluchten voor de Spanjaarden en de ziektes die de veroveraars meenamen. Hierna werd het stadje vergeten en langzaam overgenomen door de jungle.
- De stad is lang geheim gebleven en werd pas weer in 1972 herontdekt, door schatzoekers die de met regenwoud overwoekerde trappen vonden. Op de zwarte markt verkochten ze kostbare spullen die ze er vonden, zoals keramiek en gouden figuren. Archeologen kwamen hierachter en sloegen alarm. Ze bereikten de stad in 1976 en begonnen met opgravingen en restauraties, en 6 jaar later had men de boel in authentieke staat hersteld.
- De Verloren Stad heet eigenlijk het Teyuna Archeological Park en is een heilige plaats voor de mensen die afstammen van de Tairona-indianen. Vandaag de dag leven er vier van deze afstammelingen in de regio: de Kogui, de Arhuaco, de Kankuamo en de Wiwa.
Mijn ervaringen tijdens de vierdaagse Lost City Trek
Ik neem je mee naar de vierdaagse Lost City Trek en hoe ik het beleefd heb. Zonder daarbij alles te verklappen trouwens, want het moet wel een beetje spannend blijven hè?
Dag 1 (4,5 uur hiken)
Rond een uur of acht ’s ochtends meld je jezelf bij de agency waar je je tour hebt geboekt. Of je wordt opgepikt bij je ho(s)tel, afhankelijk van wat je hebt afgesproken. In mijn geval was het Teyuna Tours, en ik maakte kennis met gids Yeison die me in het Engels de route stap voor stap uitlegde.
Als iedereen er is en de briefing voltooid is, stap je in de jeep die je naar het begin van de trekking bij El Mamey brengt. Deze rit duurt 2,5 uur en onderweg zal je ergens stoppen om wat te eten en te drinken. Het laatste uur is er een vol hobbels en kuilen over ruig terrein, dan weet je dat vast.
Wij zaten achterin tegenover elkaar op twee bankjes. Mijn overbuurvrouw (toevallig een Nederlandse) was de avond ervoor op stap geweest en had slechts een half uur geslapen. Dan zo’n autorit maken is dan zo’n beetje het ergste wat je kan overkomen, en dat was te zien haha.
Eenmaal in El Mamey begin je met een lekkere lunch, vaak bestaande uit gefrituurde vis of kip, rijst, groenten en bonen. Met een mierzoete limonade erbij. Zo kan je vol energie aan de expeditie starten en tegelijkertijd een praatje maken met de andere backpackers uit de groep. Na even twijfelen besloot ik voor de kip te gaan. Nadat ik iemand met een moeilijk gezicht op de taaie rundvleeslappen zag kauwen, een goede keuze denk ik.

Zo, het was klokslag half een en nu ging de wandeling dan toch echt beginnen.
Er volgde al rap een eerste serieuze beproeving. Een voor een moesten we een kabbelende rivier oversteken, door over gladde en soms losse stenen te lopen. Stenen die op sommige punten serieus ver uit elkaar lagen. Het duurde dan ook niet lang voordat de eerste uit de groep uitgleed en met tas en al het water in viel. Tot mijn eigen verbazing lukte het mezelf wel om ongeschonden uit de wedstrijd te komen, met een laatste stap die me bijna in een halve spagaat dwong als grootste uitdaging.

Ik dacht: als dit een voorbode is voor hoe de trektocht voor de rest gaat verlopen, dan wordt het nog aardig leip.
Ook maakten we onmiddellijk kennis met de onmiskenbaar hoge luchtvochtigheid. Ik voelde de eerste zweetdruppels langzaam door mijn poriën stromen. Naja langzaam is niet helemaal waar, voor ik het wist was ik zeiknat namelijk.
Op deze eerste dag zouden we in totaal zo’n 4,5 uur hiken en zo nu en dan stoppen om naar verhalen van onze gids Yeison te luisteren.
Zo stak hij een haast mythisch verhaal af over een vriend van hem. Die zou hier vroeger zijn broertje in de jungle tijdens een wandeling met de familie zijn kwijtgeraakt, en erna nooit meer hebben gezien. Later sprak hij (die vriend) met indianen die beweerden dat zijn broertje nog leefde en zouden weten waar hij uithing. Zonder dat ze wisten dat hij hem (zijn broertje) al tig jaren kwijt was. Hoe konden de indianen dit weten? Voor Yeison het bewijs dat de inheemse mensen over bijzondere, bovennatuurlijke gaven beschikken.
Een van de stops was een vervallen schuur met een dichtgegroeid viewpoint. Ze verkochten er allerhande dingen: cocabladeren (aanrader!), cacao met honing (naar hun zeggen de Redbull van de Sierra Nevada) en gekoelde dranken. Maar het meest opzienbarende bevond zich boven ons: een joekel van een spin met gele tinten en merkwaardig behaarde poten.

Net na vijven arriveerden we bij een knus kamp om te overnachten. Afhankelijk van de beschikbaarheid slaap je in een stapelbed of in een hangmat, in 99% van de gevallen zal het een stapelbed zijn. Wie het eerst komt wie het eerst maalt is de regel. Handig om te weten: je kunt er ook je spullen opladen.
Vlakbij is een bescheiden waterval met stroomversnellingen om het zweet van je af te spoelen, neem dus je zwemkleding mee. De meeste mensen gaan hier net voor de zonsondergang naartoe, zodra het pikkedonker is en afkoelt wil je namelijk aan tafel zitten om te eten.
Over het eten gesproken: wij hadden de keuze uit kip, rundvlees of vis. Ik ging voor vis, krokant gefrituurd en lekker zoutig. En met dichtgeschroeide ogen. Samen met de rijst, bonen, platano (gefrituurde banaan) was het een verrukkelijk maaltje. Als toetje kregen we een soort Colombiaanse variant van een Lion, je snapt dat ook die er goed in ging.

Naderhand was het welverdiende moment om uit te rusten aangebroken. Socializen was aan mij niet meer besteed. Het zou niet lang duren voordat ik in een diepe droomloze slaap zonk.
Dag 2 (8 uur hiken)
De volgende dag gingen we al vroeg uit de veren, om stipt vijf uur knalde iemand het licht zonder pardon aan. De regel is dat je tussen zes en zeven aan de hike van die dag begint. Waarom zo vroeg? hoor ik je denken. Vooral om de hitte voor te zijn. De avond ervoor ben je bovendien op tijd gaan slapen. Je volgt als het ware het ritme van de natuur en ontwaakt met het geluid van tjilpende vogels, krekels en andere dieren.
Ontbijten om half zes was niettemin even wennen moet ik je zeggen. Zo’n droge arepa met ei kreeg ik maar moeilijk weg. Nog meer wennen was de ijskoude douche, zo voor het ochtendgloren. Voordeel: je bent wel meteen wakker. Naar de wc gaan (lees: poepen) lukte me niet. 1) vanwege het gebrek aan wc’s en het daarom niet kunnen relaxen en 2) omdat mijn darmstelsel niet aan een dusdanig vroeg tijdstip gewend was en zich in slaapstand bevond. Even uitstellen dus maar.

Moet je ’s nachts naar de wc voor een plasje, gebruik dan sowieso een zaklamp om erheen te lopen. Dit is wat de gidsen op het kamp ons met klem meegaven. Er kunnen slangen, schorpioenen en andere ongewenste gasten op de grond liggen. Dat dit geen overdreven advies was, werd duidelijk toen Julian (een jongen uit onze groep) verklaarde een schorpioen in het toch al groezelige wc-hok te hebben gespot.
Zodra we het kamp achter ons lieten, zag ik de eerste zonnestralen langs de bomen breken, de ochtendnevel trok langzaam weg en buiten het oerwoud werden de contouren van een heuvelachtig landschap zichtbaar.
Al gauw merkte ik dat behoorlijk heuvelig werd en begon het te jeuken van het zweet. De klim over het stoffige kronkelpad was niet mals. De ietwat gezette Jorge uit Bogota ging zowat van z’n stokje, en ik besloot even bij hem te blijven om zeker te zijn dat hij verder kon.
Gaandeweg werd ik natter en natter, tot ik op een gegeven moment compleet doorweekt was. Mijn shirt plakte als plastic folie tegen mijn rug. Gelukkig volgde er niet lang daarna een beloning met vers fruit en verfrissend water. Grote plakken watermeloen werden met een kapmes losgehakt en rijkelijk geserveerd, zoveel als we wilden.
Na een korte pauze van pakweg 20 minuten vervolgden we het avontuur door de wildernis. Een uur later stopten we bij een open houten ruimte, die ergens achteraf tussen de struiken verstopt lag. Dit om bijgepraat te worden over cocabladeren en de kalebas, een bol flesje met kalkpoeder. De inheemse mannen kauwen de cocabladeren en mixen het met de kalk (de activator), waardoor de werkzame stoffen van de cocabladeren beter vrijkomen. Het mengsel klemmen ze tussen hun wang en tandvlees, je ziet ze dan ook regelmatig met een bolletje in hun wangen rondlopen. Tevens de reden waarom hun mond volslagen groen kleurt.
Hoezo alleen de mannen cocabladeren kauwen? Je leest het verderop (en het zal je verbazen).
Daarnaast kwamen we te weten dat enkel de leiders een hoed dragen. Diezelfde leiders door als zodanig door de community aangewezen.

Daarna arriveerden we bij onze stek om te lunchen, tevens het kamp waar we de volgende dag zouden pitten. Het zal een uur of elf, twaalf zijn geweest. De idyllische Buritaca-rivier is dichtbij en voelde als een oase in de woestijn; hier kon iedereen afkoelen in het frisse, zuivere water.
Maar helemaal idyllisch was het in mijn geval helaas niet. Het stikte er namelijk van de zandvlooien, die me daar op een duivelse manier te pakken hebben genomen. Nu ik dit schrijf zijn we een dikke week later, en de jeuk is nog altijd tergend. Smeer of spray je dus in met een goedje wat deze rotzakken van je weert.

Het tweede deel van de dag bestond uit een redelijk pittige wandeling van om en nabij de 4 uur door de wildernis. Met zware bovenbenen maar tegelijkertijd voldaan, kwamen we aan op het tweede kamp met een warme maaltijd in het vooruitzicht. Daar heb je dan zo’n trek in hè! Ik denk dat ik wel 300 gram kip op mijn bord had liggen, goed voor de spiertjes. Verrassend lekker: de in een sausje ondergedompelde linzen.
Na het eten kregen we nog een briefing van Yeison, die nogal in detail trad en er een hele presentatie van maakte. Inclusief ingesealde afbeeldingen en al. Bovendien in het Spaans, waardoor ik er weinig van begreep. Iets te veel van het goed, al was hij wel volledig in z’n element, wat ik hem ook wel weer gunde. Twee dingen die ik eruit pikte waren dat er momenteel nog vier inheemse groepen in het Sierra Nevada-gebied leven en dat men hier vroeger de overledenen onder hun woning begroef. Daardoor kwamen de huisjes steeds hoger te staan.
Een uur later konden we dan eindelijk naar bed. De plek waar ik al een dik uur zo naar snakte.
Dag 3 (8 uur hiken)
Vandaag was eindelijk de dag aangebroken waarop we de Verloren Stad bereikten. En het gedeelte van de Sierra Nevada waarin we de leefwereld van de Inheemse stammen zouden betreden.
Na het ontbijt vertrokken we in de vroege ochtend en wandelden we door de prachtige natuur van het eeuwenoude woud.
Al snel stonden we voor Mutanyi, een dorpje vol kegelvormige hutten met daken van stro. Een plek die volgens Yeison vooral voor spirituele ceremonies wordt gebruikt. Voor een van de ‘huisjes’ zat een vrouw in haar witte gewaad, en voor haar waren twee peuters met biggetjes aan het spelen. Die liepen vervolgens met hun krulstaartjes voor ons uit, alsof ze de weg wilden wijzen.

Wat een mooie mensen zijn die inheemse volkeren trouwens. Hun mooie zwarte lange haren, de Indianengezichten, hun slanke bouw… Ook de mannen hebben lang zwart haar trouwens. Grijzigheid en haaruitval kent men hier niet. Genetisch, of zou het tevens liggen aan het feit dat ze louter in en met de natuur leven? Verder hebben ze geen baardgroei, op een paar vlassige snorharen na dan.

Ze dragen witte kleding, omdat dit voor puurheid staat. Een ander boeiend weetje wat we te horen kregen is dat in deze gemeenschappen de vrouw als sterk wordt gezien en de man als zwak. Het is precies daarom waarom juist de mannen continu cocabladeren kauwen. Die geven namelijk kracht.

Mannen en vrouwen leven bovendien gescheiden. Meisjes blijven bij hun moeders, jongens bij hun vaders. Van hen krijgen ze de belangrijkste dingen in het leven geleerd. Zo ook met betrekking tot relaties en seksualiteit. Alles wat ook maar een beetje intiem is, dus ook een kus, gebeurt buiten het zicht van anderen in de bergen. Zeker kinderen mogen niets zien. Zodra een jongen door vader ‘klaar’ wordt bevonden om te trouwen, vertrekt hij met een rijpere vrouw de bergen in om te leren hoe ‘het’ allemaal werkt. Eenmaal terug is hij dan daadwerkelijk klaar om het huwelijksbootje in te stappen.

Toen ik op een van de kampen een stelletje elkaar zag kussen en een inheemse meid er verlegen naar zag kijken, realiseerde ik me later pas hoe apart dit voor haar moet zijn geweest.
En nog iets: ze hebben geen schoenen maar wel Crocs. Samen met hun telefoon (yep, ook de inheemse stammen lopen ermee) het enige wat ze hebben uit de bewoonde wereld. Die spullen kopen ze dan weer met geld wat ze van toeristen hebben gekregen. Zelf doen ze van origine aan ruilhandel, hoewel deze manier van betalen steeds meer tot het verleden behoort.

Na een dik uur lopen verscheen een rivier en konden we aan de laatste klim te beginnen. En niet zomaar een, liefst 1.200 stenen moesten overwonnen worden. En aardig steile ook. Slingerend door de jungle. Hoewel ik ze niet heb geteld, zal het ongetwijfeld in de buurt komen.
Na deze uitdaging die velen van ons zowel fysiek als mentaal op scherp zette, waren we uiteindelijk daar waar we het allemaal voor deden: Ciudad Perdida. The Lost City. De Verloren Stad. De terrasvormige velden omzoomd met regenwoud, de torenhoge palmbomen, de mystieke ruïnes en de stilte zorgden voor een mysterieus sfeertje. Het voelde allemaal een tikje onwerkelijk aan.
Hier een paar foto’s:


Van die ruïnes moet je je trouwens niet te veel voorstellen. Het zijn hoopjes stenen, de funderingsringen, en trappetjes. Daarop stonden ooit kegelvormige houten huisjes. En daaronder lagen dus overleden personen, zoals ik je eerder zei.
Daarna leidde Yeison ons langs de verschillende gedeeltes van het gebied. Vlak ervoor vertelde hij dat het om vier secties gaat: een voor de handel, een voor het uithakken van rotsen die gebruikt worden voor de bouw, een voor spirituele ceremonies en politiek en een om te wonen.
In totaal liepen we 2,5 rond in Ciudad Perdida, waarna het tijd was om aan de terugweg te beginnen. We maakten onder meer een stop bij het huis van de Mamo, de hoogste autoriteit van de inheemse gemeenschap die vlakbij de site woont. In ons geval was hij bezig met een ritueel, en dus verscheen zijn dochter ten tonele. Ze had armbandjes bij zich, die bescherming zouden bieden tegen kwade krachten. Een aantal groepsleden kochten er een, ik geloofde het wel.

Vervolgens trokken we verder naar beneden, over de opnieuw 1.200 treden. Op enig moment streken we neer op een van de rustplekken. We konden hier de broodnodige energie bijtanken in de vorm van uitrusten en een lekkere maaltijd. Er wachtte nog een stevige wandeling langs smalle en steile paden, hangbruggen en primitieve dorpjes – terug naar het kamp dat een dag eerder onze lunchspot was. Het kamp met de rivier waar ik kapot ben gestoken door zandvlooien. Zwemmen liet ik dus even vrolijk aan me voorbijgaan.
Een paar anderen en ik uit de groep hadden van verscheidene personen gehoord dat er vanavond een kampvuur gebouwd zou worden. Daar bleek desondanks weinig van waar, het bleef bij een handjevol gloeiende blokken hout en een presentatie van een inheemse jongen in een strohut. Eerlijk gezegd had ik intussen wel genoeg info opgezogen, mijn spreekwoordelijke spons zat vol met water.
En dus ben ik naar de achteraf gelegen slaapruimte gelopen, en als een blok in slaap gevallen.
Dag 4 (8 uur hiken)
De laatste dag van de trektocht door deze eindeloze wildernis was aangebroken.
In de vroege ochtend griste ik mijn spullen bij elkaar en maakte ik me klaar voor het laatste ontbijt met de groep. De eerste zonnestralen knabbelden aan de duisternis, en ik bereidde me mentaal voor op de lange tocht terug naar El Mamey. Volgens Yeison ruim 17 kilometer over een afwisselend stijgend en dalend parcours.

Het kan overigens goed zijn dat je tijdens deze wandeling inheemse stammen tegenkomt, die met de hulp van een ezel of paard voedsel en goederen naar hun huizen brengen. Zie je ze niet, dan zie je in ieder geval aan de hoopjes stront dat ze er onlangs hebben gelopen. Overigens wel sneu om te zien hoe zwaar de arme beestjes vaak bepakt zijn en slechts als vervoersmiddel worden gezien.

Na flink wat uren zwoegen mocht het voor mij zo onderhand wel eens afgelopen zijn. Het was alsof het pad doorging tot in de oneindigheid. De typische laatste stuiptrekkingen van een lange wandeltocht zullen we maar zeggen. De waanzinnige uitzichten onderweg werkten als een medicijn voor me. Ze gaven me die mentale kracht die ik goed kon gebruiken.

Omdat ik een heel eind in mijn eentje aflegde en ik mijn niet altijd even accurate inwendige kompas volgde, gebeurde het dat ik op een bepaald punt een verkeerde afslag nam. Ik stak zonder succes een rivier over (waarvan ik dacht dat het de rivier van dag één was), met kletsnatte voeten tot gevolg. Toen ik kort erna van een stel locals vernam verkeerd te zitten (ze wezen resoluut naar de overkant), schold ik mezelf even de huid vol. Niet alleen had ik energie verspild, ook mijn schoenen waren nu extra zwaar door het water. Samen met de zandbak die volgde een niet al te fijne combi.

Toen het stoffige dorpje El Mamey dan eindelijk in zicht kwam, overheerste blijdschap en opluchting. De trip eindigde in het restaurant waar het vier dagen eerder allemaal begon, met een stevige maaltijd en een evaluatie. Al hield ik me daar maar even buiten, ik hoefde niet zo nodig meer te praten. In stilte observeren voelde beter.

Ik was het laatste stuk samen met Chantal (een Nederlands meisje dat in de groep zat) een eind vooruit gelopen. We hadden zodoende tijd voor onszelf. Onder het stof ben ik even lekker gaan rekken en strekken in het gras, heerlijk na zo’n lange tocht.
Nadien strompelden we met benen als beton naar de jeep, en maakten we ons op voor de terugrit naar Santa Marta. Nog even 2,5 uur in spartaanse omstandigheden doorbrengen, voordat ik mijn kamer boordevol comfort zou bereiken. Een compleet andere wereld.
Na ontelbare bochten en zelfs nog een kleine file, zat de piepende en krakende reis erop.
Toen ik uit de jeep stapte en over de levendige promenade liep richting m’n hotel, leek het net of ik droomde. Ik moest duidelijk wennen aan deze normaal zo vertrouwde omgeving. Kauwend op een handjevol cocabladeren dacht ik terug aan de voorbije 4 dagen, hoe mooi het leven in al z’n eenvoud is.
Hoeveel dagen kun je kiezen voor de Lost City Trek?

De totale afstand naar de Verloren Stad en weer terug naar het beginpunt bedraagt ongeveer 45 kilometer. De terugweg gaat over hetzelfde pad door de jungle. Echter, door de vele hoogteschommelingen is de werkelijke afstand die je aflegt eerder zo’n 65 tot 70 kilometer.
Boek je de standaard-trektocht, dan zal je 4 volle dagen onderweg zijn. Je loopt 2 dagen naar de stad en vervolgens weer 2 dagen terug naar het beginpunt. Je hebt ook kortere tours van 3 dagen en tevens langere van 5 dagen.
Naar mijn mening is de vierdaagse tocht perfect (het is ook wat de meeste mensen doen), er is dan genoeg tijd om van alles te kunnen genieten en je zult merken dat je het na deze dagen fijn vindt om terug in de bewoonde wereld te zijn (hoewel ik nog best langer in de wildernis had willen blijven eerlijk gezegd). Voor je gevoel ben je wekenlang weggeweest. Tijdens de vijfdaagse tocht volg je dezelfde route en breng je evenveel tijd in de Verloren Stad door, het voegt daarom niet zoveel toe. Tenzij je het liever rustiger aan doet. De driedaagse tocht gaat eveneens langs dezelfde route, alleen dan een tempootje hoger. Nergens voor nodig als je de tijd hebt.
Is de Lost City Trek zwaar?

De Lost City-trektocht is een behoorlijk inspannende hike, maar met een normale conditie moet je het prima kunnen redden. In onze groep liepen bijvoorbeeld ook twee zestigers mee. Ze hadden het wel zwaar hoor, daar niet van. Maar ze hebben het wel gered.
Behalve vlakke paden kom je langs steilere stukken en zal je stenen trappen, die soms bedekt zijn met glad mos, op en af moeten lopen. Ook passeer je langs gedeeltes met losse rotsen en oneffen oppervlakten (let op je enkels, verzwikken ligt op de loer!). Verder steek je meerdere keren de Buritaca-rivier over. Houd er bovendien rekening mee dat het behoorlijk benauwd wordt en je in de natte maanden door flink wat blubber loopt.
Ciudad Perdida ligt op ongeveer 1.200 meter hoogte waardoor de kans op hoogteziekte klein is. Dit is een wezenlijk verschil met andere bekende meerdaagse trektochten in Zuid-Amerika.
Goed om te weten is dat je per dag 6 tot 8 uur aan het wandelen bent, alleen op de eerste dag loop je minder (4,5 uur). Wees daar dus enigszins op voorbereid. Heb je hier geen ervaring mee en ben je wellicht niet heel positief ingesteld, dan kan zoiets best zwaar vallen. Al verwacht ik dat je deze trektocht niet voor niets wilt doen en je enige wandelervaring hebt.
Zodra je op dag vier uit de jungle komt en het laatste deel terug naar het dorp loopt, kun je ervoor kiezen om voor 50.000 COP (Colombiaanse peso) met de brommer te worden afgezet. Je hoeft dan de laatste uren niet meer op eigen kracht te doen. Heb je de energie wel, dan zou ik het absoluut lopen. Niet persé omdat de omgeving hier het mooist is (het is vooral een zandbak), maar omdat het je net dat beetje extra voldoening zal geven.
Is de Lost City Trek veilig?

Over veiligheid hoef je je geen zorgen te maken. Het hele gebied wordt gemonitord door het Colombiaanse leger en er is zelfs een militaire basis in de Lost City.
En ook als die er niet zouden zijn, zou ik geen enkele reden kunnen bedenken om je onveilig te moeten voelen in het gebied.
Hoe groot is de groep?

De groep waarmee je op pad gaat bestaat meestal uit acht tot vijftien mensen. Je kunt dit van tevoren altijd even vragen aan je touroperator en op basis daarvan je keuze maken.
Wij waren met een groepje van negen, plus twee gidsen.
Hoe zijn de kampen waarin je overnacht?

Eten en slapen doe je in kampen die ze speciaal hiervoor in de Sierra Nevada uit de grond hebben gestampt. Daar staan een hoop stapelbedden met klamboes. Ik had telkens een stapelbed voor mezelf.
Ben je een moeilijke slaper met andere mensen om je heen? Herkenbaar. Maar daar hoef je op de kampen geen zorgen over te maken, na een hele dag hiken ben je doorgaans zo moe dat je (ruim) voor negenen in een diepe slaap bent beland.
Rond vijf uur ’s ochtends sta je op en roept een van de gidsen “Vamos a la playa“, daarna is het tijd voor ontbijt en tegen zes uur vertrek je alweer.
De douches zijn koud, maar dit heb ik na al het gezweet juist als lekker ervaren. ’s Ochtends vroeg is het een ander verhaal, daarom koos ik er op de meeste dagen voor om op de lunchkampen een doucheje te pakken.
Op alle kampen is trouwens wifi. Bij ons kostte dat 5.000 COP, op de tweede avond was het gratis (maar belabberd). Het is dat ik een aantal mensen moest antwoorden en die avond zodoende eventjes online ging, anders was ik volkomen offline gebleven.
Zijn eten en drinken verzorgd?

Jazeker. Ontbijt, lunch, avondeten, snacks en water zijn voldoende aanwezig. Je eet telkens op de kampen, vaak met een aantal andere groepen die ook op expeditie zijn.
De maaltijden vond ik overigens verrassend goed. Veel kip, rundvlees en vis. Dus niet alleen maar het typische bouwvakkersvoedsel wat je nogal eens krijgt tijdens het menu del dia. Minder is de koffie die aan vliegtuigkoffie doet denken. Maar hey, je kunt natuurlijk niet verwachten dat ze op de kampen luxe espressoapparaten hebben staan. En zelfs deze koffie van de kampen went na een paar bakkies moet ik zeggen.
Tussen de kampen worden ook de nodige stops ingelast en kun je genieten van tropisch fruit. Telkens lag er weer zoete ananas, papaja, watermeloen of sinaasappel klaar. En niet zo’n beetje ook.
In de kampen waar je slaapt is bovendien gratis drinkwater om je fles bij te vullen.
Wat breng je mee (en wat niet)?
De beste tip die ik voor je heb is om zo min mogelijk mee te nemen, aangezien je je rugzak zelf zal moeten dragen (er lopen geen porters mee) en de jungle behoorlijk vochtig en benauwd is. Je wilt dan natuurlijk niet met 20 kilo op je rug aan het sjouwen zijn.
Aangezien het zo benauwd is zullen je kleren vochtig worden en moeilijk drogen. Het is daarom aan te raden om sneldrogende, luchtige spullen mee te brengen.
Verwacht verder geen luxe en comfort in de accommodaties, al verbaast je dit waarschijnlijk weinig. Je slaapt in stapelbedden, wc’s zijn schaars en douches koud. Beddengoed is inbegrepen trouwens.
Dit is de paklijst voor de Lost City Trek:
- Een rugzak van 10 tot 30 liter. Een hoes tegen de vochtigheid is aan te raden, een vuilniszak voldoet. Heb je geen extra rugzak, dan kun je dit via je touroperator regelen.
- Eventueel een dry bag, tijdens het oversteken van de rivier is die erg handig. Al kan je je kostbare spullen tijdens het oversteken ook even aan de gids geven. Maar eerlijk: ik heb alles zelf bijgehouden zonder dry bag en redde me prima. Dit gold echter niet voor iedereen.
- Je paspoort, deze moet je op de derde dag tonen om de Lost City te mogen betreden. Volgens de regels dan, want ik heb niets hoeven laten zien.
- Goede wandelschoenen, hardloopschoenen voldoen ook. Zorg wel dat er profiel op de zolen zit. Iemand in onze groep had afgetrapte sneakers aan en ging echt voortdurend onderuit.
- Twee T-shirts, een tanktop en een trekking-broek (bijvoorbeeld een hardlooplegging die snel droogt, lekker zit en amper wat weegt).
- Ik had ook een blouse met korte mouwen bij van flinterdunne stof. Dit was fijn omdat ik die helemaal open kon doen en zo lekker luchtig door het oerwoud kon lopen.
- Ondergoed voor iedere dag.
- Sokken voor iedere dag.
- Eventueel een poncho.
- Een shirt met lange mouwen of een dun jasje voor als het ’s avonds afkoelt.
- Zwemkleding, je komt namelijk bij watervallen en de rivier om te zwemmen.
- Slippers, om na de trekking op te lopen en om te douchen.
- Een microvezel-handdoek (handdoeken zijn niet aanwezig op de kampen).
- Toiletspullen: tandenborstel, tandpasta en zeep. Wc-papier is niet nodig, dit is op de kampen aanwezig.
- Telefoon voor foto’s en als zaklamp.
- Eventueel oordoppen om te slapen. Al is het geluid van de natuur ’s avonds ook een aanrader om mee weg te dommelen.
- Muggenspray, je zult me dankbaar zijn voor deze tip (lees het volgende kopje maar).
- Lifesaver: tijgerbalsem tegen eventuele jeuk.
- Eventueel een powerbank.
- Eventueel je camera als je geen foto’s met je telefoon maakt.
- Eventueel je e-reader of een boek om wat te lezen op het kamp.
- Eventueel oortjes om muziek te luisteren. Dit kan op sommige momenten, zeker als je alleen loopt, fijn zijn.
- Cash om snacks en water te kopen bij de kampen (je betaalt 5.000 tot 10.000 COP per drankje). Ook kun je hiermee cocabladeren bij kraampjes kopen (goed voor energie!) of bij de mannen van de inheemse stammen. Zij hebben tassen vol. Ik kocht telkens voor 2.000 COP een klein zakje vol.
- Water voor de eerste dag, bij voorkeur een milieuvriendelijke hervulbare fles.
- Optioneel: wandelstokken. Zelf gebruik ik ze nooit, maar om af te dalen kan het handig zijn.
- Optioneel: een lakenzak indien je liever onder je eigen beddengoed slaapt. Nodig is dit echter niet, de bedden zijn spic en span.
- Optioneel: zoute nootjes of pinda’s. Het zijn de perfecte snacks voor onderweg.
Laat zandvlooien je tour niet verzieken
Ik heb me dus niet ingesmeerd, en daar heb ik nu een dikke week na de trekking dikke spijt van. Niet zozeer vanwege de muggenbeten trouwens, die trekken namelijk redelijk vlug weg. En ondanks dat onze gids Jason meermaals beweerde dat Ciudad Perdida een heuse muggenhoofdstad moest zijn, vond ik dit allemaal heel erg meevallen.
Nee, het zijn vooral de zandvlooien die je tour en de weken erna flink kunnen verzieken. De jeuk die ik nu heb is de ergste jeuk die ik ooit heb gehad. Ja serieus.
Waar hebben ze me te grazen genomen?
Op dag twee bij de Buritaca-rivier, beneden het kamp waar we een pauze inlasten om te lunchen. Toen ik tot mijn enkels in het water stond voelde ik al een soort kleine speldenprikjes, niet wetende wat het precies was. Niet veel later zag ik rode puntjes op mijn armen en benen, wat duidt op zandvlooien. Of jejenes, zoals ze ze hier in de streek noemen. Het leek net of ik een of andere ziekte had. Maar erger nog was het ’s nachts wakker worden van de jeuk en het onophoudelijke krabben (wat het vervolgens alleen maar verergerde).
Dus ja, ik zou hoe dan ook iets meenemen om je mee in te smeren. Chemisch of natuurlijk, da’s aan jou. Maar doe je niets, dan betaal je (waarschijnlijk) een hoge boete. In de vorm van ziekelijke jeuk dus.
Een middeltje wat redelijk helpt tegen de jeuk is azijn, daarmee heb ik mezelf als een malle zitten insmeren. Beter nog is om tijgerbalsem van thuis mee te nemen. Ik zeg van thuis, omdat ze dit spul in Colombia niet kennen.
Waar laat je je backpack?
Je backpack laat je achter in Santa Marta bij je ho(s)tel of je touroperator in een afgesloten ruimte of een kluisje.
Let erop welke taal de tour is

Tours worden aangeboden in het Spaans en Engels. Als je geen Spaans spreekt, let er dan dus goed op dat je voor de Engelse tour kiest.
Dit hoeft niet altijd overigens, want in veel gevallen gaat er ook een tolk mee. Hij of zij vertaalt dan de verhalen van de Spaanstalige gids voor je naar het Engels.
Check het even goed bij je touroperator.
Hoeveel kost de Lost City Trek?

Voor de vierdaagse trektocht betaal je in 2026 overal een vaste prijs van 1.850.000 COP. Da’s omgerekend zo’n 440 euro. Best een pittige prijs, maar het is het oprecht waard. Je moet dan wel direct bij de eigenaar boeken, want via platforms als Get Your Guide is het een heel stuk duurder.
Waar kun je de Lost City Trek boeken?

In Santa Marta heb je zat tourbedrijfjes om de Lost City Trek te boeken.
Ik heb mijn avontuur geregeld via Teyuna Tours. Leuk aan hen vind ik dat ze kleinschalig zijn en het een initiatief is geweest van locals. Niet zozeer om rijk te worden, maar met de intentie om reizigers een authentieke ervaring te geven. Met respect voor de inheemse mensen.
Teyuna Tours zit bij het Marina-gedeelte van Santa Marta, niet ver van het historisch centrum aan de strandkant.
Je kunt ze via 📞 Whatsapp contacteren op +57 302 362 5104. Daarnaast bieden ze de tour aan op Get Your Guide, al betaal je dan zoals gezegd beduidend meer. Beter direct bij hen boeken dus.
Geef even aan dat je ze via mijn blog hebt gevonden, je krijgt dan een cadeautje van ze dat goed van pas zal komen tijdens je avontuur.
Je hoeft niet weken voor je trekking te boeken trouwens, een paar dagen voorafgaand is normaal gesproken prima.
Wat is de beste reistijd voor de Lost City Trek?

Je kunt de Ciudad Perdida Trekking het hele jaar door doen, behalve in oktober (check de exacte datum bij een travel agency in Santa Marta) omdat het gebied die gehele maand gesloten is voor toeristen. De inheems communities krijgen zo de ruimte om hun rituelen –pagamentos– uit te voeren en het gebied spiritueel te reinigen.
De droge periode loopt van half december tot en met maart, juli tot en met augustus zijn eveneens relatief droog. In die zin zou je dit de beste reistijd kunnen noemen, al kan je dus ook makkelijk buiten deze maanden gaan.
Weet wel dat meest regen normaal gesproken in mei, juni, september, oktober en november valt. Al hoeft dit geen ramp te zijn, vaak gaat het om een tropische bui later op de dag. Wel is het pad dan doorgaans een stuk blubberiger.
De temperatuur is het hele jaar door gemiddeld 28°C overdag en 17°C in de nacht. De luchtvochtigheid is hoog, zoals je dat in tropische gebieden gewend bent.
Zelf deed ik de trektocht in maart. We hebben uitstekend weer gehad en op enkele kleine druppels na geen regen gezien.
Waar in Santa Marta raad ik je aan om te overnachten?

Zoals gezegd is Santa Marta de stad waarvandaan de tours naar Ciudad Perdida vertrekken. Zorg daarom dat je hier je accommodatie regelt. Ik raad je aan om er meerdere dagen te blijven, zodat je goed uitgerust aan de trekking begint.
Je hebt er een hele hoop prima hostels waar je voor vaak een tientje of minder een bed in een dorm boekt. Aanraders zijn het Cacao Hostel, República Bahía Santa Marta Hostel, Masaya Santa Marta en het Distrito Hostel.
Een fotogeniek guesthouse in het oude centrum is Casa Rosa. De roze voorgevel die overwoekerd is met klimplanten brengt je meteen in heerlijke Zuid-Amerikaanse sferen.
Zelf sliep ik in een kleinschalig hotel met hele nette kamers, die ieder hun eigen schrijver of muziekartiest als thema hebben: Hotel Libreria Cafe de Pombal. Het is er bovendien spiksplinternieuw. De locatie is bij de Marina en het strand, wat mij betreft het leukste gedeelte van Santa Marta. Twee andere aanraders zijn hier Alko Hotel Cotona en Casa de Leda. Direct naast het hiervoor besproken Hotel Libreria Cafe de Pombal staat het kolossale Grand Marina Suites, perfect voor degenen die op zoek zijn naar luxe en allure.
Hoe kom je in Santa Marta?

Santa Marta is de stad die het dichtstbij het startpunt van de trekking ligt. Er is een vliegveld Simón Bolívar International Airport (SMR), ik ben er in iets meer dan een uur naartoe gevlogen vanuit Medellín. Vervolgens is het nog 30 tot 45 minuten rijden voordat je in het centrum bent. Dit kan met een taxi (30.000 COP) of bus (3.000 COP). Met de bus word je vlakbij de markt in het historisch centrum afgezet.
Maar je kunt er ook met de bus komen vanuit Minca (45 minuten reistijd), Palomino (2 uur reistijd) Cartagena (6 uur reistijd) en Medellín (zo’n 16 uur reistijd). Verder ligt het Tayrona National Park vrij dichtbij Santa Marta, je bent 3 kwartier onderweg.
Buskaartjes koop je eenvoudig op de busstations of alvast online via een partij als 12Go.
Wanneer je voorafgaand een tour hebt geboekt of dit regelt in Santa Marta zelf, dan zal de touroperator je de laatste informatie geven en je op de dag van de trekking ophalen en met een 4×4 afdroppen bij het beginpunt in El Mamey. Houd er rekening mee dat deze rit 2,5 uur duurt en het eerste uur over een onverharde weg gaat.
Na de tour word je weer afgezet in Santa Marta bij je accommodatie en kan je je reis door Colombia vervolgen. Minca is een heerlijke volgende stop om te rusten en hiken. Of je blijft nog een paar dagen in Santa Marta om te relaxen, da’s wat ik heb gedaan.

























Dank je voor je uitstekende artikel! Erg interessant! Ik heb gehoord van een touroperator genaamd Teyuna Tours, het lijkt ook erg goed te zijn, ken je het?
Thanks!
Zeker, ik ben juist met hen op pad geweest. 🙂 (Voor de andere lezers: in 2026.)