Ik kocht een auto en daar stond ik dan. Mijn roadtrip door Nieuw-Zeeland ging beginnen. Het werd een fantastische reis die uiteindelijk 2 maanden zou duren. Van deze reis zijn me verschillende dingen bijgebleven. Dingen die jij waarschijnlijk ook wel herkent. In dit artikel deel ik er 13 met je.

 

1. Zandvlooien, overal zandvlooien

In het begin dacht ik nog: wat zijn dit voor een kleine vliegjes? Later kwam ik erachter dat het om zandvlooien ging en daar heb ik maandenlang jeuk van gehad. Ik kwam er voor het eerst mee in aanraking bij Tane Mahuta, en vanaf toen is het eigenlijk op nagenoeg iedere camping raak geweest. Nieuw-Zeeland is wat dat betreft zandvlooien-land nummer 1.

Om te voorkomen gebeten te worden, kun je het beste een lange broek en lange mouwen aantrekken. Op slippers lopen staat gelijk aan gemarteld worden, want voeten vinden deze beestjes het meest interessant.

 

2. Je gelooft je ogen niet

Roys-Peak-top

Het bizar mooie uitzicht vanaf Roys Peak

Dit is er een die vanwege meerdere redenen op Nieuw-Zeeland van toepassing is. Het kan namelijk gaan over het feit dat je op een plek bent die zo mooi is dat je het maar nauwelijks kunt bevatten. Daarvan zijn er zoveel, bijvoorbeeld Lake Benmore, Cape Reinga, Roys Peak, Arthur’s Pass, de Tongariro Crossing, Mount Cook, Wharariki Beach of de weg naar Milford Sound.

Maar het is ook mogelijk dat je in de supermarkt staat en een prijs ziet waarvan je denkt dat deze verkeerd gedrukt is. Zo ben ik een bloemkool voor 13 dollar(!) tegengekomen, avocado’s voor 6 dollar en passiefruit voor de ‘mooie’ prijs van 34,99 dollar per kilo.

Tot slot is er het snel veranderende weer. In Nieuw-Zeeland is kan dit echt extreem zijn. Met name als je een roadtrip doet. Soms is de lucht helemaal wit en regent het, terwijl het enkele kilometers verder strakblauw is. En andersom natuurlijk ook.

 

3. Blijheid als er een Pak n Save in de buurt is

Jaja, herken je dit gevoel? De blijheid als er een Pak n Save-supermarkt in de buurt is. Simpelweg omdat het de grootste en goedkoopste supermarkt van Nieuw-Zeeland is, maar ook aangezien er vaak in de verste verte geen een winkel te bekennen valt. Dit is het moment waarop je eindelijk weer je voorraad kunt aanvullen en wat lekkere spulletjes kan kopen. Grote kans dat je er zomaar een uur aan het winkelen bent.

Ik deed er altijd grote inkopen en vond met name het verse brood en de ‘chocolate caramel slice’ . Koekjes, cakes en dergelijke hebben ze er in ieder geval in overvloed. De verpakkingen zijn soms zo groot dat je niet weet wat je ziet.

Andere supermarkten zijn New World, Countdown en de Four Square. Deze volgorde is wat mij betreft direct de ranking van goed naar minder goed.

 

4. De brutale maar schattige vogeltjes die overal opduiken

En dan heb ik het niet over Kea’s, de voor Nieuw-Zeeland zo bekende papegaai die je nogal eens in de bergen tegenkomt. Ook zij kunnen brutaal uit de hoek komen trouwens, want ze eten alles wat ze maar eten kunnen. Dus ook bijvoorbeeld je wielen of geroeste delen van je uitlaat.

Over welk vogeltje heb ik het dan wel? Nou, om precies te zijn deze:

Komt deze jou bekend voor?

Ze vliegen de keuken van je camping binnen, of komen gezellig een kijkje nemen in het eetgedeelte van het hostel waar je verblijft. En bang zijn ze niet, je kunt ze zelfs bijna aanraken, zo dichtbij komen ze.

 

5. Zoeken naar kleding in een van de ‘Op Shops’

Door het wisselende weer en de verschillende hoogtes waar je mee te maken hebt, draag je nogal eens andere soorten kleding. Zo liep ik op de camping op m’n blote voeten en een zwembroek, terwijl je tijdens de Tongariro Crossing maar beter handschoenen en wat thermokleding bij je hebt.

Je hoeft al deze kleren echt niet van te voor mee te nemen. In Nieuw-Zeeland zijn er namelijk zogeheten Op Shops waar je tweedehands spullen kunt kopen. Van bergschoenen tot aan zwembroeken, alles ligt er zo’n beetje. Gewassen en wel.

Ikzelf ben er bij een aantal binnengelopen om gewoon eens een kijkje te nemen. Nee, het bleken niet de meest sexy shops, maar ze hebben er een hoop handige basisbenodigdheden.

Deze winkels staan erg goed bekend onder backpackers en met name omdat de artikelen zo voordelig geprijsd zijn. Jij hebt er vast ook al wel eens een kijkje genomen?

 

6. De lekkere koffie en gebakjes

Courtyard Cafe Coromandel

Courtyard Cafe in Coromandel: koffie en gebakjes

Men zegt ook wel dat de koffiecultuur uit Australië is komen overwaaien, en dat er tot voor kort weinig tot geen gezellige koffietentjes in Nieuw-Zeeland waren. Denk aan warm aanvoelende cafés of fancy hipsterzaakjes, waar de geur van koffie direct je zintuigen prikkelt als je binnenwandelt.

Vandaag de dag is dit helemaal anders. Of je nou in de stad bent of een vereenzaamd café ergens in de bergen binnenloopt, er staat bijna altijd zo’n grote koffiemachine waaruit de meest lekkere bakjes komen.

Mijn favoriet is een ‘short black’ met “water on the side,” zoals ik dat altijd zei. Dit is een dubbele espresso met een klein kannetje water ernaast om er mijn eigen sterke Americano van te maken.

En vaak heb je ook de mogelijkheid om een heerlijk stuk cake, een brownie of zoiets erbij te nemen. Ikzelf vind de eerder besproken chocolate caramel slice echt heerlijk.

Verder vond ik het brood in Nieuw-Zeeland doorgaans verrassend goed smaken. Niet het fabrieksbrood uit de Four Square-supermarkt, maar het verse brood uit de bakkerijen of van de Pak n Save en New World. ‘German Rye’ is daar een voorbeeld van.

 

7. Geen zin of mogelijkheid meer hebben om te koken

Soms heb je van die dagen dat je in het donker aankomt op een camping. Een camping waar bovendien geen voorzieningen zijn, behalve een composttoilet. Stel je daarbij voor dat het ook nog eens onder de 5 graden Celsius is en het hard waait. Je kunt dan je gaspitje uit de auto halen en gaan koken, alleen op sommige momenten heb je daar gewoon weinig trek meer in. Helemaal als je alleen bent. Bovendien is het lang niet altijd een zekerheid dat je (verse) spullen hebt die nodig zijn om een goede maaltijd te maken.

Het gevolg?

In mijn geval had ik gelukkig vaak een lekker stuk brood met pindakaas in de auto, waarmee ik het dan maar deed. Een keer heb ik soep in de auto gemaakt, omdat het buiten te hard waaide. Dit was alleen geen heel groot succes.

Dus ja, in Nieuw-Zeeland heb ik echt geleerd om blij te zijn met dat ik überhaupt iets te eten had. Ik ben me gaan beseffen dat de hoeveelheid streetfood die je in Zuidoost-Azië kunt krijgen, eigenlijk best een luxe is.

 

8. Wifi-vouchers met beperkte hoeveelheid data

Benmore Peninsula

Gelukkig heb je met zo’n omgeving weinig behoefte aan wifi 😉

Wifi en Nieuw-Zeeland. Het is nog geen al te goed huwelijk gebleken. Bijna overal waar je komt, wordt gewerkt met vouchers. Dit wil zeggen dat je bijvoorbeeld 50 of 100mb krijgt om te internetten. Niet al te veel, zeker als je lekker een middagje of avondje wilt streamen.

Behalve in cafés, had ik er tevens mee te maken op campings. Vouchers variërend van 100 tot 500mb, waarmee je het dan moest doen. Op zich prima, zolang je maar geen films of series gaat kijken. Zo nu en dan was er de mogelijkheid om voor 5 dollar 10gb (24 uur geldig) te kopen.

Sommige plekken maken het wel heel bont. In een hostel in Auckland moest ik behalve de 30 dollar voor de kamer ook nog eens bijbetalen voor de wifi. Daarentegen kun je bij bibliotheken weer gebruikmaken van gratis onbeperkte wifi. Het komt daarom regelmatig voor dat je mensen voor of in de bibliotheek ziet zitten om een serie te kijken. Of zittend in de auto op de parkeerplaats 😉 .

Maar ach, ik heb de beperkte wifi niet echt als een gemis ervaren. Juist doordat ik minder met internet bezig was, kwam ik meer tot andere dingen. En dat is best een fijn gevoel!

 

9. Het ‘honesty box’-systeem

Het principe van eerlijk zijn als het op betalen aankomt, is iets wat in je in Nieuw-Zeeland vaak ziet. Zo is er bij bepaalde campings lang niet altijd iemand aanwezig. In die gevallen is er een soort kistje waarin je de betaling kunt doen. Verder is dit ook het geval bij de verkoop van groenten en fruit door lokale boertjes. Voor de oprit staat dan een grote kist met groenten en fruit met daarbij de bijbehorende prijzen.

Een mooi systeem waarbij men uitgaat van het goede in de mens.

 

10. Links rijden kan onwennig zijn

In Nieuw-Zeeland rijden ze, in tegenstelling tot in Nederland, aan de linkerkant. Dit kan even wennen zijn. Toen ik voor het eerst op een rotonde kwam met meerdere rijstroken, stond er op de rijstrook waarop ik stond een pijl naar rechts. Ik sloeg voor de rotonde direct rechtsaf, terwijl ik natuurlijk eerst linksom de rotonde had moeten rijden. De pijl verwarde me. Gelukkig waren er geen tegenliggers.

Er zijn nog wel meer dingen.

Zo ontdekte ik dat het verboden is om tegen de richting in te parkeren. Ik dacht m’n auto netjes neergezet te hebben, maar een local maakte me enigszins opgefokt duidelijk dat dit niet toegestaan is en er hoge boetes op staan. Op zo’n moment voel je je weer zo’n typische niet-wetende backpacker.

Ook heb ik regelmatig met bumperklevers te maken gehad. Op heel wat plekken mag je 100 rijden, terwijl dat in veel gevallen behoorlijk onverantwoord is. Degene achter me dacht daar nogal eens anders over.

 

11. Het gevoel hebben ‘lost’ te zijn

Waipu, zo’n typisch spookdorp

Ja, Nieuw-Zeeland heeft veel bekende en mooie plekken. Maar je vindt er nog veel meer plaatsen waarbij je het gevoel hebt compleet lost te zijn. Op sommige dagen kom je in van die typische ghost towns waar geen mens te bekennen is. Of waar alle winkeltjes al jaren gesloten lijken. Toch hebben deze dorpjes zo hun charme, vind ik.

Ze hebben soms de aanblik van zo’n typisch verlaten dorp uit een slechte film. Een dorp met slechts een slager, een bakkerij, een kleine supermarkt en misschien nog een bibliotheek.

Meestal is er wel een bar of cafeetje open waar je even een pauze kunt nemen van het autorijden. Zo belandde ik tijdens mijn trip naar Wellington in het plaatsje Bulls. Daar liep ik een bakkerij binnen en raakte ik aan de praat met de eigenaar. Die bleek uit Cambodja te komen en zo was een leuk gesprek geboren. Net voor Nieuw-Zeeland had ik daar namelijk een maand rondgereisd.

Mocht je geen zin meer hebben om door te rijden? Meestal is er wel een camping in de buurt, te vinden op de app Campermate.

Maar ook in andere situaties heb ik me ietwat verloren gevoeld. Zo stond ik ergens helemaal alleen op een camping, een camping in de wildernis, zelfs zonder receptie. Er was dus helemaal niemand. En dat heeft me best even angstig doen voelen, helemaal wanneer het pikdonker werd.

 

12. Het moment wanneer je eindelijk weer kunt douchen

Veel campings in Nieuw-Zeeland vallen onder het Department of Conservation, oftewel de DOC. Dit zijn over het algemeen campings in de natuur, zonder douches, zonder keukens en met wat (stinkende) toiletten. Hetzelfde geldt voor de gratis campings waar je wild kan kamperen, al hebben die vaak geen eens wc’s.

Als je dan ’s-ochtends wakker wordt en je hebt (alweer) geen mogelijkheid om te douchen, dan is het heerlijk als je op een volgende wat luxere camping aankomt waar je eindelijk die lekkere (warme) douche kunt nemen. En wanneer je niet op zo’n camping staat, kun je ook altijd op de eerdergenoemde Campermate-app checken of er een openbare douche in de buurt is.

 

13. Spanning voelen als je je auto moet verkopen

Honda-Odyssey

Mijn omgebouwde camper was lastig te verkopen

Voor bijna iedere backpacker die een auto in Nieuw-Zeeland koopt zal het gelden: tijdens je roadtrip gaat er iets kapot of blijken er lijken in de kast te zitten. Op zich niet zo vreemd, aangezien je misschien net 1.200 euro voor de auto(camper) hebt neergeteld.

Mij overkwam hetzelfde. Twee weken voordat ik zou vertrekken, begon het stuur, en daarmee ook de auto, als een malle te trillen. Het zou te kunnen maken hebben gehad met het balanceren van de wielen of de binnenkant van zo’n wiel kon kapot zijn. En zo waren er nog vele mogelijkheden.

Naar de garage gaan zag ik niet zitten. Ik had de auto toch bijna niet meer nodig.

Toen ik m’n auto probeerde te verkopen, merkte ik dat ik best wel gespannen was. Immers, er waren wat problemen en over 5 dagen zou ik naar Kuala Lumpur vliegen. Bij ieder testritje leek het shaken van de auto erger te worden. Iets wat er de verkoop niet bepaald gemakkelijk op maakte. Ook zat het seizoen niet mee, aangezien de winter voor de deur stond.

De vierde kijker nam de auto mee naar z’n vader die, helaas maar waar, automonteur bleek te zijn. Die stelde nog een probleem vast, namelijk iets met het koelvloeistofsysteem. Even later belde hij z’n zoon dat ‘ie het beter niet kon doen. Wonder boven wonder is het me toch gelukt, al heeft het me flink want zweet gekost.

 

Heb jij nog toevoegingen? Laat het in de comments weten.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

*