Leticia: ik neem je mee de Amazone in (en zal je verbazen)

“Als je echt avontuur wilt, dan moet je naar Leticia en de Amazone gaan.”

Het was net voor mijn bezoek aan het Tayrona National Park toen ik op het terras van m’n guesthouse aan het ontbijten was, en met een Duits koppeltje aan de praat raakte.

Zoals reizigers meestal doen, polsten we naar elkaars avonturen tot dusver en over de eventuele plannen die we hadden. Ik vertelde ze over de Lost City Trek die ik een dikke week eerder deed en hoe vet ik het vond. Zij begonnen over de Amazone en of ik daar al geweest was.

“Nee,” zei ik, “ik ben al bijna 2 maanden onderweg in Colombia en denk erover om hierna naar Peru te gaan.”

Ze vertelden me net uit de Amazone te komen en daar hun mooiste avonturen beleefd te hebben. In Leticia, waar de grenzen van Colombia, Peru en Brazilië samenkomen, kom je geen groepen toeristen tegen en is de natuur ongerept. Je kunt er zelfs niet eens komen met de auto, er lopen immers geen wegen naartoe.

De fonkeling in hun ogen toen ze hun verhaal met me deelden maakte hun woorden alleen maar krachtiger.

Vanaf dat moment hadden ze een zaadje bij me geplant.

En op het laatste moment, 2 dagen voor mijn vertrek uit Cartagena (waar ik qua plannen een beetje vastliep), besloot ik een ticket naar Leticia te boeken. De wildernis van de Amazone… het ging dan toch echt gebeuren.

Break Free

Leticia was trouwens niet helemaal onbekend bij me.

In een recente aflevering van Break Free werd backpacker Manon geportretteerd. Op een middag zat ze in een propvol restaurant, niet wetende dat daar eveneens een beruchte drugsbaron, moordenaar en afperser aan een ander tafeltje was aangeschoven.

En toen sloeg het noodlot toe.

Opeens stonden daar twee Braziliaanse mannen, ze pakten hun geweren erbij en openden het vuur met de crimineel als doelwit. Drie harde schoten knalden door de stad. Helaas werd Manon daarbij geraakt en overleed ze ter plekke.

Dieptriest en niet bepaald een leuke eerste indruk van Leticia dus. Het weerhield me er desondanks niet van om erheen te reizen, zulke gebeurtenissen blijven nou eenmaal uitzonderingen op de regel.

 

De Amazone rond Leticia: mijn ervaringen

Kajakken is een aanrader!

Lees zeker verder, want ik neem je mee naar de dagen die ik in de Amazone van Leticia heb doorgebracht. Sommige dingen waren onvergetelijk, en sommige dingen vond ik een tikje tegenvallen.

Het begon allemaal met een zekere Elvis…

 

Elvis (maar niet Presley)

Bij het zoeken naar een slaapplek in Leticia kwam ik er al snel achter dat het dorp zelf niet een plek is waar je lang wilt zitten. Het is de omgeving waarvoor je naar Leticia komt: de Amazone, het regenwoud en inheemse stammen. Een tour boeken of met een lokale gids een persoonlijk plan in elkaar draaien is een must, mits je het beste uit je verblijf wilt halen.

Een pension dat er leuk uitzag was Casa Amazilia; kleinschalig en op steenworpafstand van het vliegveld, buiten het chaotische centrum. Want inderdaad, mijn initiële gedachte van een Amazoneplaatsje zonder verkeer was een iets te idyllische voorstelling van zaken. Scooters, motoren en een overdosis tuk-tuks razen langs alle kanten om je heen. Auto’s blijken een stuk schaarser.

Tuk-tuks zijn in Leticia alom aanwezig

Ik boekte een kamer en eigenaresse Maricella bracht me in contact met haar broer Elvis. Hij is een gids met een liefde voor vogels en kent de regio op zijn duim. Kort erna appte hij me een plan voor de dagen in Leticia en peilde voorzichtig of ik zijn voorstel zag zitten. Kajakken, avondwandelingen door het regenwoud, tuben, slapen in een boomhut en natuurlijk… een boottocht over de Amazone.

Hoe kon ik hier nou geen ja tegen zeggen?

En tarantula’s, anaconda’s, alligators en andere griezels? Tja…

Bij aankomst op de airport van Leticia dacht ik terug aan Kei Kecil op de Molukken. Tijdens de (hachelijke) vliegreis vanuit Ambon ontmoette ik Tony, een politicus die me bij hem thuis uitnodigde en me de dagen erop het mooiste van Kei zou laten zien. Het was zowel de simpelheid van het vliegveld als Elvis die m’n gedachten naar het afgelegen stukje Indonesië brachten.

Een stel andere Europeanen en ikzelf werden aangesproken door een vrouw met vettige krulletjes en een bril: we moesten blijkbaar een toeristenbelasting betalen, omdat we geen Colombianen waren. Dat overal telkens voor moeten lappen was ik onderhand wel een beetje zat eerlijk gezegd. Van een afstandje gluurde ik naar het loket en voor zover ik kon zien werd er nergens iets gecheckt. Na even te aarzelen ben ik zonder enig probleem doorgelopen.

Vervolgens stond Elvis daar met een bordje van zijn tourbedrijf voor zijn borst. “Dus jij bent Elvis?” waarop hij resoluut antwoordde: “Ja, maar niet Presley,” lachte ‘ie.

Hij gaf me credits dat ik die onzinnige belasting had weten te omzeilen. Die zou naar zijn zeggen toch in de zakken van de corrupte overheid belanden.

We liepen naar buiten en stapten op zijn dirtbike om richting de homestay van zijn zus te rijden.

 

Dit zijn net gremlins!

De homestay was zoals ik me had voorgesteld: slechts twee kamers en een familie die je opvangt alsof je thuiskomt. Ze hadden een heerlijke lunch voor me bereid en naderhand dronken we een kopje koffie en kletsten we wat. Heel fijn, zeker na Cartagena waar het individuele en afstandelijke stadsleven domineert.

Ik werd verwelkomd met deze overheerlijke maaltijd

Grappig detail (voor een autoliefhebber als ik dan): bij binnenkomst stond er een klassieke en knalgele Volkswagen Kever cabrio te pronken.

Nadat ik me eventjes had opgefrist vroegen Elvis en zijn zus me mee naar de portiek, de kans op het spotten van aapjes in de omringende bomen was zo tegen het eind van de middag schijnbaar vrij groot.

Ik liet mezelf zakken op een leren stoel die je vroeger in het huis van je opa en oma zag. Maricella liep met een tros bananen in haar handen naar een olifantsluisboom en plotseling verschenen ze: zwarte apen met lange slierten als staart. De zwartrugtamarin, zo liet Elvis weten. Hoe bijzonder is dit, om zo vanuit je huis zulke beestjes tegen te komen?

Zo vanuit de tuin!

Terwijl deze zwarte schatjes gulzig aan het eten waren, viel er aan de andere kant van het terras(je) geritsel te horen. En ineens zag ik daar iets dat op een gremlin leek. In werkelijkheid ging het om een dwergzijdeaapje, de kleinste apensoort die op onze aardkloot voorkomt.

Haha dit is toch wel een heel bijzonder wezentje

Hoewel ik niet zo gauw ergens van opkijk, zorgden deze beestjes voor opgetrokken wenkbrauwen: superklein zijn ze dus, en ze hebben een gezichtje volledig bedekt met ontelbare dunne sprietjes haar die qua kleuring camoufleren met het bruin van een boomstam. Ze lijken net een meme.

Nou, deze verrassing was ronduit super. Na me verwonderd te hebben en nog wat te kletsen ging Elvis ervandoor. Hij zou me de volgende dag oppikken voor een trektocht door de jungle.

 

Een jungle-trek naar een inheemse familie

Die ochtend had Maricella een lekker ontbijtje voor me in elkaar geflanst, de Amazoneversie van een arepa. Gevuld met gebakken eieren en uiteraard… kaas. Mocht je het nog niet weten: Colombianen zijn er dol op.

Elvis zou er om acht uur zijn, maar dit werd uiteindelijk negen uur. Dat moest ik intussen toch weten, verkondigde hij met een kinderlijk lachje. Doelend op de Colombiaanse afspraken die doorgaans niet even stipt zijn.

Ik sprong achterop de dirtbike en we reden naar de start van onze trekking. Het plan was om naar Jackson -een inheemse kennis van hem- te hiken, die samen met zijn familie diep verscholen in de jungle leeft. Zonder telefoonbereik, zonder internet, zonder luxe.

Op weg naar het regenwoud…

Via een prachtige weg die ons dwars door de natuur voerde, belandden we bij een klein familierestaurant aan een rivier. Tot mijn verbazing zag ik twee kleuters gekluisterd aan het scherm van een telefoon. Hun melktandjes volledig opgevreten door suiker en bacteriën.

We konden beginnen aan de junglewandeling, maar niet voordat ik nog een klein presentje gekocht had voor zijn inheemse maat. Ze waarderen het als je iets als brood of rijst meeneemt, producten die diep in de jungle geen vanzelfsprekendheid zijn.

Vlak voor de ‘dorpswinkel’ spreekt een vrouw met houtskoolachtige tanden me aan. Hoewel mijn Spaans beperkt is, kon ik uit haar woorden opmaken dat ze vroeg waar ik vandaan kwam. Toen ik Nederland antwoordde brabbelde ze iets terug in lokaal dialect en stak haar hand naar me uit. Elvis schaterde het uit van het lachen.

Ik keek naar ‘m en stelde de vraag: “Wat zei ze precies?”

“Dat ze met je mee naar Nederland wil.”

Haha, toen moest ik ook wel lachen en stak mijn hand als een verkapte knipoog naar de hare uit.

Minuten later zetten we onze eerste stappen in de blubber. Gelukkig had Elvis me een paar legergroene kaplaarzen gegeven, want met normale schoenen ga je het hier beslist niet redden. Niet op een dag als deze tenminste.

Balansoefeningen kwamen volop voorbij

Modder en hard zand wisselden zich voortdurend met elkaar af, en af en toe moesten we op gladde boomstammen balanceren om stilstaande riviertjes over te steken. Enge dieren zoals anaconda’s en kaaimannen bleven achterwege. We moesten het doen met een zwarthandtamarin en zijn kenmerkende lange staart, een opzienbarende kikker die iets weg had van een blad, een grote naaktslak en getjilp van verscheidene tropische vogels. En oh ja: bloedhout. Bomen met stammen en wortels zo rood als bloed.

Een nogal opmerkelijke slak

Na 2 uur stappen kwamen we aan bij de houten woning van Jackson, waarvan het dak bestond uit gedroogde palmbladeren. Tot Elvis’ verbazing waren er twee andere groepen, hij had hier voorheen nooit toeristen gezien.

Het huis van Jackson en z’n familie

Jackson behoort tot de Murui-gemeenschap en praatte ons bij over de woning en cocabladeren. Zo is de hoofdingang gericht op de zonsopkomst en dient het huis onder meer als ziekenhuis, opvangplaats en school. Een alles-in-een plek. Mambe, poeder van geroosterde cocabladeren, wordt vooral ’s avonds gebruikt om de geest te openen en voor sociale momenten. Interessant vond ik dat ze in de Sierra Nevada gedroogde cocabladeren kauwen, en in deze contreien dus de poedervorm (mambe) pakken. Volgens Elvis wijzen talloze geruchten erop dat de poedervorm de meest klassieke manier en zodoende de ‘juiste’ is. Geen idee wat daar precies van klopt, maar zoveel boeit dit ook niet.

Ondertussen was er nog een andere groep binnengekomen: een Spaans stel uit Barcelona en een, naar Elvis’ overtuiging, niet-gecertificeerde gids uit Bogota aan hun zijde.

Koken op open vuur; zo gaat dat in de jungle

Al met al was het best leuk en gezellig hoor, alleen omdat er onverwachts andere toeristen opdoken had ik toch een beetje dat knagende gevoel van: hmm… helemaal authentiek voelde het niet persé. Liever kwam ik ergens waar het 100 procent rauw was. Of dacht ik misschien iets te utopisch?

De weg terug door het woud verliep verder vlekkeloos en ging beduidend sneller dan de heenweg. Een tikje storend was de harde muziek die locals en Brazilianen hadden aanstaan. Zondag verandert het restaurant klaarblijkelijk in een dorpskroeg, en is het de dag waarop het weekend wordt gevierd met een flinke lading drank. En wiet, de onmiskenbare geur sloop mijn neus binnen. Eenmaal bij het beginpunt dacht Elvis mensen horen zeggen dat er iemand verdronken zou zijn. Het bleek inderdaad de bittere waarheid. Bij de roerloze rivier voor het restaurant stond een kolossale groep mensen te staren naar hoe het levenloze lichaam van een man op een brancard werd getild.

Rode blaadjes van de kastanjeplant (die blijkbaar aan insecten en dieren laten zien dat ze afstand moeten houden)

Wij zijn verder niet als veredelde ramptoeristen erbij gaan staan (hoewel ik stiekem wel iets meer had willen meekrijgen van wat er hier precies was gebeurd). Elvis stelde voor om vlug weg te wezen en zette me af bij de plek waar ik die nacht zou doorbrengen.

(Naderhand werd duidelijk dat het niet was wat vermoed werd: een dronkenling die door de alcohol verdronken is. Het ging om een oudere man die bij de overheid werkte en als degelijk bekendstond. Volgens Elvis kon het zomaar eens door een elektrische paling gekomen zijn, een mesvis die sterke elektrische schokken kan geven waardoor je de controle verliest en zwemmen onmogelijk wordt.)

 

Slapen in een waanzinnige boomhut

Ik had geen enkele verwachting van de slaapplaats, wel wist ik dat het om een boomhut ging. De lodge heet Gecko en de organisatie eromheen Gecko Aventura Extrema. Zoals de naam al verraadt bieden ze activiteiten aan die aan de ruigere kant van het spectrum zitten: ziplinen, canopy walks en tuben. Tuben, de rivier afdrijven in een grote rubberen band, ging ik de volgende ochtend doen.

Bij binnenkomst wandelden we langs een rij spartaanse hutjes die op instorten stonden. Zou ik hier vannacht tukken?

Een eindje verderop klommen we via een houten trap omhoog en arriveerden we bij het restaurant en de receptie. De sfeer was opeens helemaal anders. Gelikt en robuust in plaats van primitief en gammel.

Na een kort gesprek met de eigenaar en z’n broer sprong Elvis weer op z’n motor. Een medewerker gehuld in een beige polo met op zijn borst het logo van Gecko bracht me naar mijn slaapkamer. En jeetje, wat een werkelijk schitterende plek. De ultieme beloning indien je niets verwacht misschien?

Dat het een boomhut was wist ik, maar zoiets moois?

Hoe gaaf is dit?

Ze hebben een zevental boomhutten, ieder in hun eigen stijl en grootte, verbonden door een vlonderpad dat door de jungle snijdt. De hut waarin ik sliep lag pal aan de rivier en, zoals alle andere hutten, in het regenwoud. Geen krakkemikkig hutje dus, maar echt een comfortabele en grote ruimte inclusief een fijne badkamer en ruimte om te zitten. Ik kon er zelfs mijn dagelijkse handstand-push-ups doen.

En toen zat hij daar plotseling

Een andere boomhut wordt doorboord door een boom en is te bereiken via een houten wenteltrap. Ziet er onwijs cool uit! Sowieso is alles hier van hout trouwens, er is geen steen aan te pas gekomen.

Een van de hutten vanbinnen

Oké, ik was dus aangekomen in mijn hut…

Eventjes lekker douchen en daarna terug naar de aankomsthal om van een verrukkelijke maaltijd te genieten: rijst met kip en platano, een zetmeelrijke groene bakbanaan en dan de gefrituurde variant.

Voordat ik in het restaurant kwam, zag ik uit mijn linkerooghoek iets donkers uit de rivier omhoogsteken. Ik schrok me kapot, want ik dacht de kop van een krokodil of zoiets te zien. De waarheid was minder spannend: het ging om een drijvend blok vermolmd hout.

Een van de verrukkelijke maaltijden die ik in het restaurant opheb (deze lokale vis moet je echt proberen!)

Niet lang erna plofte ik op bed en vond ik het welletjes geweest. Omdat ik te moe was om ook nog maar iets te ondernemen waarbij mijn ogen nodig waren, besloot ik mijn oogleden te laten zakken en naar het liveconcert uit het regenwoud te luisteren. Ik viel tegen zevenen in een vrij diepe slaap.

 

Tuben door een meditatieve omgeving

Tuben is zoals gezegd een van de dingen die Gecko organiseert. Het woordje tuben brengt me steevast terug naar 2012 in het Laotiaanse Vang Vieng, waar destijds nogal roekeloze praktijken met dodelijke afloop plaatsvonden. Hier in de Amazone zou het allemaal een stuk onschuldiger zijn.

Tuben was het eerste wat ik na het ontbijt ging doen. Elvis was inmiddels ook aangeschoven met zijn vrouw, hij kwam met het plan om later die dag te gaan kajakken.

In alle vroegte stapte ik samen met de gids en onze kapitein in een motorbootje, we werden naar de start van de tocht gebracht. We passeerden hierbij het restaurant waar een dag ervoor iemand verdronken was. Op diezelfde plek zat nu een man te vissen, het leek of er nooit iets gebeurd was.

We gingen per boot naar een verderop gelegen plek om vanaf daar de rivier af te drijven

Het tuben zelf was overigens eerder rustgevend dan ruig, al vond ik dat zo vroeg op de ochtend juist wel chill. De omgeving met het dichte en weelderig groene woud, hier en daar een lokale visser en opmerkelijke vogelgeluiden zou je gerust meditatief mogen noemen.

Na een klein uur drijven kwam Gecko in zicht, ik klom op de vlonder en bedankte de gids. De gids die mijns inziens overbodig was, dit ritje had ik evengoed in m’n eentje kunnen doen. Hoewel, met de potentiële gevaren op de loer misschien toch niet zo handig.

Ik sjokte naar mijn hut om me te douchen, om vervolgens aan te schuiven voor een eiwitrijke lunch. Op het menu stond onder meer gegrilde pirarucú, een zoetwatervis zonder ook maar één graatje. Ik smulde ervan.

De eigenaar van de lodge bood aan om me naar het kajakgebied te brengen, op een redelijk afgelegen locatie en in de thuisbasis van… anaconda’s. Als dat maar goed afliep!

Eerst een stukje met de boot, en daarna verder met de auto. Benieuwd wat ik zou meemaken.

 

Kajakken tussen anaconda’s

Voor een uitgestrekt grasveld stond een jongen op me te wachten die me zou gidsen tijdens de kajaktocht. Zijn naam weet ik eerlijk gezegd niet meer, maar volgens mij was het Kevin.

Verderop lag zijn houten vissersboot voor de grazige rivieroever, inclusief een groene kajak. Hij bond ze beide aan elkaar vast, waarna hij de motor aanslingerde en we koers zetten richting het gebied waar we zouden gaan peddelen.

Huizen op palen langs de waterkant

De boottocht duurde toch zeker een half uur en bracht ons langs drassige gebieden, volgens Kevin de leefomgevingen van anaconda’s.

“Maar maak je niet druk, ze zijn voornamelijk ’s avonds actief,” zo stelde hij me gerust.

In de oeverbomen zaten grote witte reigers te loeren naar het water, zodra we naderden spreidden ze traag hun vleugels en vlogen weg.

De plek waar we de boot stil legden om te gaan kajakken was een groot meer zonder vertakkingen. Eerlijk gezegd vond ik het daarom niet zo boeiend. Er viel immers niks te ontdekken. Na een klein half uur peddelen keerden we terug naar de boot en dacht ik dat het erop zat. Ik kon een zucht van teleurstelling niet onderdrukken.

Hier begonnen we met kajakken

Plots wees Kevin met z’n rechter wijsvinger naar het water, er waren rivierdolfijnen te zien die in een boogje uit het water omhoog kwamen en snel weer kopje onder doken.

Toen ik er nog stil van was, zei Kevin: “Laten we kijken of we anaconda’s kunnen vinden.”

“Weet je het zeker?” bracht ik met enige angst uit, denkende dat hij zich wellicht genoodzaakt voelde om meer spanning aan de trip toe te voegen.”

Deze piepkleine kikken zat opeens in de boot

Op YouTube heb ik filmpjes gezien waartoe deze meterslange engnekken in staat zijn. Hoewel niet officieel voorgekomen in het wild (bij pythons wel trouwens), kunnen ze ons mensen zonder al te veel moeite doorslikken. Avonturier Paul Rosolie nam de proef op de som en ondervond het aan den lijve.

Ik hoefde desondanks niet bang te zijn en had daarom zoiets van: laten we het maar doen dan. Als ik zijn woorden moest geloven tenminste, want zijn mimiek vertelde een ander verhaal.

We kajakten naar het hoge gras aan de zijkant, ondanks mijn aarzeling om door te zetten deed ik het toch. Daarna voeren we een bos op water in, een bos met bomen in de meest onwerkelijke vormen. “Bomen waarin anaconda’s buitengewoon goed kunnen klimmen,” aldus Kevin.

Waanzinnig toch?

In het kort: anaconda’s hebben we niet gezien, maar hoe het eruit zag had toch wel iets sprookjesachtigs hoor: haast volledig donker door de bomen, binnenvallend zonlicht en bomen zoals ik ze nooit eerder had gezien. We plukten het lokale fruit guama uit de bladerrijke takken, cilindervormige peulen met wollig vruchtvlees. Verrassend lekker!

Energiebommetjes

De zon hing ondertussen niet hoog meer boven de horizon, het was een mooi moment om af te sluiten en terug te keren. Volgens mij is dinsdag hier wasdag, want voor de houten huisjes op palen zaten een boel vrouwen hun spullen tegen de stenen te kloppen.

Bij de oever zat Elvis op een boomstronk gebogen op zijn telefoon te kijken. “Niet op je telefoon hè!” grapte ik naar ‘m. Hij moest lachen en gaf me een lift naar de homestay van zijn zus. Ik had vandaag opnieuw een hoop meegemaakt.

 

Filosofische gesprekken diep in het oerwoud

Mijn vierde dag in Leticia begon relatief rustig, ik kon mijn ochtend vrij invullen en Elvis zou me tegen half twee ophalen. Ditmaal om, naar zijn zeggen, iets écht authentieks mee te maken. Op de planning stond om een bevriende inheems familie op te zoeken en samen mambe -poeder van cocabladeren- te maken. Net als de eerdergenoemde Jackson leiden ze een teruggetrokken bestaan, ergens afgelegen in het regenwoud.

Een van de te nemen hordes in het woud

Elvis was vrij last minute met dit idee op de proppen gekomen toen hij me opwachtte van mijn kajaktrip. Leek me wel cool, en ik gaf hem enthousiast een high-five om mijn jawoord te geven.

Op een paar kilometer van waar de weg letterlijk ophield sloegen we te voet rechtsaf het grasland in. Kort daarvoor zagen we het ontzielde lichaam van een hond liggen, omsingeld door zes zwarte gieren die er op hun beurt van aan het pikken waren.

Elvis zei: “Alweer het tweede dode geval in een paar dagen tijd.” Waarop ik vroeg of het volgens hem misschien iets onheilspellends zou kunnen betekenen. Niet zozeer, als ik hem moest geloven, zonder er verder over uit te weiden en het voor de rest een mysterie te laten. Nou, dat ‘goede nieuws’ nam ik dan maar van hem aan.

Terug naar het grasland. Na een bescheiden afdaling torende de jungle boven de rest uit en verruilden we licht voor donkerte. Elvis merkte gefronst op dat ik niet de kaplaarzen maar mijn hardloopschoenen aanhad. Niet de meest slimme keuze, liet hij doorschemeren.

En daar gingen we

Wanneer de weg net zo’n modderpoel als eergisteren zou zijn, voorspelde het weinig goeds. Elvis temde het stemmetje in mijn hoofd en gaf te kennen dat onze trip vandaag beter te doen was vergeleken met die van gisteren.

 

Aangekomen bij Arcesio en zijn familie

De route viel inderdaad alleszins mee en zo’n 30 minuten later klonk er kneiterhard geblaf door de rimboe. De honden van de vrienden van Elvis hadden poolshoogte van ons gekregen en de meest kleine (en lelijke) ervan stormde als een bezetene op me af. Als een waakhond die allesbehalve serieus te nemen is, zo een waar je eerder om moet lachen.

We legden het laatste deel langs de oever van de rivier over een verraderlijk gladde boomstam, en toen verscheen het traditionele Chivavaña-huis, het enige teken van menselijk leven in de wijde omgeving. Binnen werden we warm welkom geheten door de familie met kunstzinnige namen: hij Arcesio en zij Eufrasia, met als familienaam Pijachi. En hun dochter, waarvan ik de naam niet onthouden heb.

De hut van Arcesio en z’n vrouw

Arcesio was een pezige man van maximaal 1 meter 60, 67 jaar en had pikzwart haar als een puber. Onvoorstelbaar in Nederland. Tenzij je Barry Hay heet en liters verf erin smeert. Hij droeg een gewikkelde lendendoek om zijn heupen, voor de rest niets.

Dergelijke leeftijden zijn niet standaard onder de inheemlingen: de levensverwachting ligt bij hen rond de 60, zo liet Elvis weten.

Omdat ik me wat verzwakt voelde, er golven van misselijkheid door me heengingen en ik half paranoia werd van de muggen, ben ik een minuutje of tien erna even in de hangmat gedoken om uit te rusten. Elvis was de jungle ingeslopen om cocabladeren te plukken, de basis van diepe gesprekken later die avond.

Daarboven in de veranda hing een hangmat voor me klaar

De klamboe ontbrak tot mijn teleurstelling (goddank was die er later wel). Diverse pogingen om te slapen mislukten, onder andere door het tergende gezoem van mugjes. Dan maar even oogjes toe en verder niks.

Vlak voor de avond over het oerwoud viel ben ik teruggelopen naar Elvis en de driekoppige familie. Rooksluiers klommen de lucht in boven het huisje, volgens mij was er iemand aan het koken.

De dochter des huizes had zelf arepa’s gemaakt, rijst gekookt en kruidige chorizoworsten gebakken, allemaal op een knisperend houtvuurtje. Het enige beetje licht in de duistere ruimte. Groenten blijken in Colombia schaars, de tijd dat ik me daar druk over maakte lag inmiddels weken achter me. Ik was al lang blij koolhydraten en de nodige eiwitten binnen te krijgen. Het belangrijkste was om mijn maag te vullen. Met cassave die op een bepaalde lokale manier bereid was, was er trouwens toch nog iets van groente. En als drankje? Geen water maar koffie. Best grappig of zo.

De rivier vol onzichtbare gevaren waaraan ze wonen

Naderhand verplaatsten ik, Elvis en Arcesio ons naar wat je de ‘voorkamer’ zou kunnen noemen, en de vrouwen vertrokken naar het hoger gelegen huisje op palen. Een fenomeen dat ik eerder tijdens de Lost City Trek al opmerkte: de twee geslachten hebben ieder hun aparte ruimte, hoewel ze wel degelijk samen leven.

Toen ik naar buiten liep om te plassen en een blik naar boven wierp, zag ik de maansikkel in alle eenzaamheid aan de hemel staan. Als een vredige nachtwaker die alles van een afstandje bekijkt.

 

Mambe stampen

De tijd was aangebroken om mambe te maken. Ondertussen was het pikkedonker en vroeg ik me af of ik nog wel de energie had voor ons avondritueel. De hele dag voelde ik me al als een slappe zak aardappels.

Elvis strooide zijn zak met zojuist geplukte cocabladeren op een grote ronde plaat die door een knapperend vuur aardig heet geworden was. Arcesio stak enkele muggenspiralen aan zodat we niet volkomen lekgeprikt zouden worden (voor zover het nog erger kon).

Vervolgens griste Elvis er een spatel bij om de bladeren in hoog tempo heen en weer te husselen, waarna we elkaar meerdere keren afwisselden; een heel karweitje want we zijn er naar ik schat een uur mee bezig geweest. Placebo of niet, maar de krokante bladeren die ik opat leken me een subtiele en zeer welkome opkikker te geven.

Op deze megaplaat bakten we de bladeren

Daarna greep Arcesio de bladeren van de plaat om ze in een langwerpige stenen pot te strooien. Hij pakte er een enorme houten stamper bij, waarmee we de bladeren langzaam tot poeder konden verpulveren. In feite deden we hetzelfde als pepertjes of knoflook fijnstampen in een vijzel, alleen dan met iets groter geschut. Ook dit proces duurde een hele poos. Het resultaat was prachtig: grasgroen poeder met een getoast luchtje.

Arcesio draaide aan het wieltje van zijn aansteker en ontstak verscheidene kaarsen in bedropen kandelaars. Ze gaven de donkere ruimte ineens een gezellige zaterdagavondsfeer.

Een piepklein potje met vloeibaar zwart spul werd door Arcesio aangereikt. Tabak uit de Amazone, en sterke ook. Als ik de twee mannen moest geloven vergelijkbaar met circa 25 bakken koffie. Misschien een tikkie overdreven, maar gezien mijn sufheid zag ik het wel zitten.

Hopla, een druppel op mijn tong aangevuld met mambe die Arcesio nog had liggen. De verse was hij aan het afmaken door het te vermengen met alkalisch aspoeder, zodat de werkzame stoffen van de cocabladeren beter werden opgenomen.

Een lepel vol ging mijn mond in. Het is een hele uitdaging om het gortdroge poeder tot een klont te brouwen en uiteindelijk tussen je tandvlees en wang te klemmen. Da’s althans de manier hoe je het volgens de regel consumeert.

Dit was het begin van een memorabele avond vol meeslepende verhalen.

 

Een tijdloze dimensie

Op een gegeven moment ontdooide Arcesio en begon bevlogen te vertellen over het leven in de jungle, in zijn ogen flakkerde de gloed van het kaarsje naast hem. De stam waartoe hij behoort gaat uit van vier elementen: water, lucht, vuur en het regenwoud. Ze bevatten allemaal hun eigen spirits, of geesten. Voor alles wat ze doen moet er toestemming aan deze spirits worden gevraagd. Bijvoorbeeld om te jagen op wilde zwijnen, waarbij een zuivere intentie (bijvoorbeeld jagen om te eten) vereist is. Toestemming wordt wel of niet verleend door tekenen tijdens dromen.

Coca (vrouwelijk) en tabak (mannelijk) spelen een cruciale rol bij het doen van de gebeden en het in contact komen met de spirits.

De spirits kunnen dus helpen maar evengoed dwarszitten. Dit gebeurt zodra iemand een afspraak met zo’n spirit maakt en deze persoon de afspraak niet respecteert. Ongelukken, ziekten en andere dingen zullen dan volgen.

“Zomaar een hengeltje uitwerpen en de vis na de vangst weer terug in het water gooien is bij jullie dus een absolute no-go?” Vroeg ik via Arcesio.

“Dat heb je inderdaad goed begrepen, da’s geen nuttig doel, da’s puur mensenvermaak,” liet Arcesio weten terwijl hij een hijs van zijn handgerolde sigaret nam.

De plastic lepel gevuld met mambe werd wederom uitgedeeld door Arcesio. De tweede ronde vloeibare tabak liet ik even aan me voorbijgaan. De lepel zou deze avond nog veel vaker rondgaan.

Nadat praten weer mogelijk was (je moet je voorstellen dat je mond vol met poeder zit), stak hij -een tikkie binnensmonds- een verhaal af over de medicinale werking van de planten en dat alles wat nodig is voor heling in het woud te vinden is. Belangrijk ook: de insteek van de stam is om preventief te werken, in plaats van ’te laat’ en sec symptomen te onderdrukken (zoals bij onze geneeskunde het geval is).

Eens te meer werd me duidelijk hoe anders we het leven in het Westen beleven. Zo iemand als Arcesio zou door Alberto Stegeman als kwakzalver worden neergezet die zo snel mogelijk gestopt moet worden.

“Is er bij ons gebrek aan bewijs, dan wordt iets al gauw als onzin gezien,” gooide ik erin.

Mijn energielevel was intussen aan het pieken, een heerlijke sensatie in plaats van dat slappe gedoe eerder vandaag. Normaal gesproken zou ik bij dergelijke informatie-overloads langzaam afdwalen, nu was alles anders.

Met mijn kin rustend op mijn gebogen knokkels luisterde ik geïntrigeerd verder naar de twee mannen.

Arcesio vertelde het huis volledig zelf te hebben gebouwd, met de kennis die hij als voormalig constructeur had.

“Kan je hier zonder vergunning bouwen?” vroeg ik tussen zijn woorden door.

De inheemse mensen mogen dat inderdaad, zolang ze de natuur in eer houden. Tevens worden alle materialen uit de jungle gehaald, al het hout is daarom gratis en hoeft niet van buitenaf vervoerd te worden.

Ook speelt de maan een voorname rol in hun cultuur. Zo is het absoluut niet aan te raden om tijdens volle maan hout te kappen voor een bouwproject. Hoe groter de maan, des te meer water de bomen bevatten, waardoor hout zachter wordt en daarmee vatbaarder voor schimmels en insecten.

Goh, wat een fascinerende dingen tot dusverre allemaal zeg!

Mijn tijdsbesef was volstrekt verdwenen en het boeide me verder ook weinig hoe laat het was. Het gesprek was dermate interessant dat ik maar één ding wilde en dat was de energie vasthouden, en doorgaan met waar we mee bezig waren.

“Het zijn deze ervaringen die ik het indrukwekkendst vindt,” zei ik tegen Elvis die mijn woorden in het Spaans vertaalde voor Arcesio. Ik voegde toe: “Authentiek en allesbehalve toeristisch. Anders dan eergisteren bij Jackson. En oordeelvrije mensen.” Elvis knikte en beaamde het eveneens zo te voelen.

Telkens zodra ik in de meest simpele leefomgevingen waar natuur domineert terechtkom en het niet om business draait, is het gevoel zó goed en denk ik: dit is wat ik wil. Kom je erna in de ‘normale’ wereld, dan val je snel terug in het oude en doe je dingen die minder dat gevoel raken. Stom toch eigenlijk?

Dat ik het tijdsbesef volledig kwijt was bleek wel toen mijn telefoon 23.18 uur aangaf. De vorige keer toen ik erop had gespiekt stond er 19.43 uur. Die 3,5 uur waren serieus omgevlogen.

We sloten de avond af toen de woorden op leken, het moment om te rusten was aangebroken. Slapen in een hangmat. Goddank met klamboe. En met dierengezang uit de jungle.

 

De volgende dag

Ik knipperde met mijn ogen, de volgende dag was aangebroken. Het was een kort nachtje geweest; nadat ik in de hangmat lag, had ik nog zeker een uur wakker gelegen, ik vermoed door de sterke tabak.

Toen ik met kleine oogjes naar de woning liep, zag ik Arcesio in de bosjes rommelen. Hij had ‘apenfruit’ gevonden, en liet me ervan proeven. Heerlijk zoet zeg, en niet zo 1,2,3 ergens mee te vergelijken.

Ontbijt in de maak (het was hier pas half zeven)

Met z’n vijven aten we een klein ontbijtje: havermout en arepa’s aangevuld met een kopje koffie. Elvis en ik stonden op het punt om te gaan. Ik bedankte de familie voor de gastvrijheid en de bijzondere gesprekken, en liet blijken Arcesio’s verhalen over de jungle, spirits en het spirituele belang van mambe en tabak indrukwekkend gevonden te hebben.

Totaal onverwachts werd er gezwegen, er viel een stilte van minimaal 10 seconden. Arcesio wisselde voor mij onpeilbare blikken uit met Elvis. Het maakte me nieuwsgierig.

Plots stopte Arcesio me een dichtgeknoopt plastic zakje mambe toe, die hij speciaal voor mij en het schrijven van dit verhaal dat je nu leest had gemaakt. Om mijn creativiteit te boosten. Met grote ogen van blijdschap nam ik het spul aan, wetende wat het me voor moois kon brengen.

Tot slot maakten we nog even een groepsfoto, waarna ik en Elvis verdwenen in de jungle.

Een afsluitende foto

Na de wandeling door het regenwoud stapte ik achterop Elvis zijn motor, en vergezeld door een felblauwe lucht reden we de lange weg terug naar Leticia. Ditmaal sliep ik in het centrum bij Waldor’s Boutique Hotel, het contrast met afgelopen nacht kon niet groter zijn.

Mijn dagen met Elvis zaten erop, voor mezelf stond er nog wel een boottocht op het programma. Eerst lekker uitrusten en even niks.

 

Varen over de Amazone naar Puerto Nariño

Een populair uitstapje om te maken vanuit Leticia is de boottocht over de Amazone naar het kneuterige rivierdorp Puerto Nariño. Het is iets dat ik sowieso nog wilde meemaken, varen op de Amazone.

Op de vroege donderdagochtend reden ik en de hoteleigenaar per motor naar de haven van Leticia, de boot zou daar om acht uur vertrekken. Voorwaarde: er moeten genoeg gegadigden zijn. Alhoewel die er in eerste instantie niet waren, zat dit een half uur later wel snor.

Het kleine maar fijne bootje

Een voor een klommen we de boot in, die van binnen nogal claustrofobisch was. Toen ik eenmaal mijn plaatsje rechtsachter had bemachtigd en ook de anderen zaten, ronkte de motor en kon het Amazone-avontuur beginnen. We zouden de hele dag op pad gaan en tegen vijven weer terug zijn.

De eerste stop die we maakten was bij souvenirshut met daarop de vlaggen van Colombia, Peru en Brazilië. Nadat iedereen z’n rondje had gemaakt en de dames uit het dorp zich ondertussen opdirkten, begonnen ze uitbundig te dansen. Een pafferige man met een dierenmasker op dat in de fetisjwereld niet zou misstaan leidde het spektakel. De omstanders werden uitgenodigd mee te swingen, al durfden ze het aan mij als enige buitenlander niet te vragen. En het rondje met de pet? Yep, dat kwam erna.

Interesting…

De wandeling nadien door het achterliggende dorp naar een lelievijver stelde verder weinig voor. Daarentegen was het wel bijzonder om te weten dat deze joekels liefst 40 kilo zwaar kunnen worden.

Gigantische waterlelies die zomaar 40 kilo kunnen aantikken
Dit schatje kwam ik tegen vlak voor vertrek, er was volgens mij iets met hem aan de hand 🙁

Isla de los Micos, een riviereiland waar talrijke eekhoornapen tussen de boomtoppen springen, was de volgende plek waar we de boot aanlegden. Het was net of ze een masker ophadden en ze bleken allerminst bang. Ze slingerden vanaf de bomen zo op mijn hoofd. Een iemand had er wel vier op haar schouders. Supergrappig haha. Minder vond ik dat sommige lui uit de groep de aapjes voerden, iets wat je volgens mij juist niet zouden moeten doen. En die fucking zandvlooien die goed op weg waren mijn benen voor de zoveelste keer deze reis te molesteren!

Zo zien ze eruit!

Daarna gingen we op bezoek bij een inheemse familie. We werden begroet door het opperhoofd die een kleurrijke verentooi droeg. Binnen in de kegelvormige woning -een maloca– kregen we rode verfstrepen op ons hoofd gesmeerd, voorbereidend op wat ik niet wist.

We werden ten dans gevraagd, waarbij voor mij volsagen onduidelijke oerkreten volgden. Zoals iedereen deed ik maar gewoon mee, hoewel het iets ongemakelijks had. Ik kan me voorstellen dat het inheemse volk er ’s avonds tijdens het nagesprek zwaar om moet lachen.

De leider van het gezelschap

Helaas viel ook hier goed te merken dat wij de zoveelste lading toeristen waren die ze entertainden. De souvenirskraampjes buiten de hut versterkte dit gevoel. Wel ontzettend lief om te zien waren de kindjes die stiekem naar me spiekten.

Vet lieve kinderen in hun eigen klederdracht

We voeren verder naar wat eruit zag als een restaurant maar in feite een plek was die je als avonturier liever mijdt: Lang Zal Ze Leven zingen in het plaatselijke dialect, omsingeld door tafels met souvenirs en nadien gevraagd worden om te betalen. Dit voelde als een klassieke tourist trap. De jarige jet uit onze groep kreeg als cadeautje een krioelende palmkeverlarve aangeboden, maar durfde het niet aan. Een bizarre gewaarwording: zowat alle kinderen zaten als een magneet aan hun telefoon vast. Mocht je denken dat het in de Amazone louter back to basics is; niet dus.

Ten slotte streken we neer in Puerto Nariño. Of we bij aankomst even 30.000 pesos wilden aftikken, een corrupte toeristenbelasting. Schijtirritant telkens zulke fratsen. Maar goed, we hadden geen keus. In het dorp hebben we bij een buffetrestaurant gegeten en ik ben vervolgens nog even de uitkijktoren in geweest om het panoramische uitzicht te checken.

Het weidse uitzicht vanuit de uitkijktoren

Afsluiten deed ik met een açaí-ijsje, erg lekker.

Deze wil je niet missen

Op de weg terug naar de haven klonk er “Hola mi Amore” vanaf een patio waar een clubje mensen zat te borrelen. Een volle dame maakte handgebaren en vroeg me naar haar te komen. Weifelend wimpelde ik de avances af en trok richting onze boot.

Onderweg naar Leticia doken er plotseling dolfijnen op. Vanwege de vele zandvlooien in de boot kon ik er niettemin nauwelijks van genieten. De jeuk was ondertussen niet om te harden. Wat een rotbeesten zijn het zeg!

Deze zonsondergang pakten we mee vanuit de boot

 

Bijkomen, schrijven en naar Iquitos

Een ding had ik min of meer besloten: ik wilde met de boot verder reizen naar Peru.

Na alle avonturen boekte ik nog een aantal nachten in het gemoedelijke Amazon Weed Hostal, zodat ik niet onmiddellijk door hoefde. Ik had tijd nodig om bij te komen, lekker te schrijven en om rustig uit te zoeken hoe het zat met die boot.

Leticia heeft mijn rugzak opnieuw voller gepropt met onuitwisbare herinneringen. Elvis, een eigenzinnige man die me écht iets wilde laten zien en beleven, in plaats van een standaardgids te zijn. En dan Arcesio. Die ene avond diep in het oerwoud, met de mambe en de boeiende verhalen. En tot slot de boomhut midden in het dichte regenwoud van de Amazone. Het deed me beseffen hoe mooi mijn leven soms is.

Tegelijkertijd heeft Leticia me ook de schaduwzijde van toerisme laten zien, met de in mijn ogen voor toeristen opgetuigde shows langs de rivier, het voeren van apen en de twijfelachtige toeristenbelastingen.

Woensdagochtend stak ik met een motorbootje over naar Santa Rosa. Daar maakte ik me op voor een lange zit naar Iquitos in Peru. 12 tot 22 uur, zo werd me voorgespiegeld…

 

Is er nog meer te doen in Leticia?

Lokale street-art

Heel eerlijk? Weinig boeiends.

Het compacte stadje is rommelig en tjokvol racende scooters en tuk-tuks. Een wereld van verschil met het nabijgelegen regenwoud, waar juist een hele hoop te beleven is.

Als de avond valt over Leticia, gaan de barbecues aan en is er ineens toch iets van sfeer te bekennen. Eet lekker een hapje tussen de dorpelingen en geniet van de levendigheid. Ik vond het telkens weer een leuk uitje, met name bij dit voetbalpleintje. Zie mijn eettips verderop voor de foto’s van het eten.

Wat ook de moeite is, is om tussen vijf en zes uur ‘s middags naar Parque Santander te lopen. Duizenden papegaaien vinden hier dan hun toevlucht in de bomen. Let wel op waar je staat, want de poep valt rijkelijk naar beneden. Het park zelf kon mij niet bekoren trouwens, hoewel het er met de verschillende eetkraampjes best gezellig is.

Verder heb je rond de haven de dagelijkse markt die leuk is om even gezien te hebben, maar meer ook niet. Ook is het de beste spot om fruit in te slaan, dat zie je op andere plekken betrekkelijk weinig.

Voor fruit zit je goed op de markt in Leticia

Bij Reserva Natural Victoria Regia kun je de giga waterlelies bekijken. Ben je net als ik van plan om naar Puerto Nariño te varen, dan zou ik deze plek overslaan. Je bezoekt dan namelijk al zulke lelies.

Het Etnografisch Museum, tot slot, is leuk voor een kort bezoekje mits je interesse hebt in de inheemse cultuur en Letitia’s geschiedenis. De entree is gratis.

 

Regel hier je tours en activiteiten voor Leticia

Een maloca; de kegelvormige woning waarin de inheemse gemeenschappen leven

Lijkt de bovenstaande reis jou ook wel wat? Of wil je er een aantal dingen uitpikken?

Hoe dan ook zeg ik: ga naar Leticia om zelf te ervaren hoe anders het hier is vergeleken met de rest van Colombia.

Ik heb de belangrijkste zaken voor je op een rij gezet.

 

Contacteer Elvis voor een authentieke ervaring

Elvis neemt je graag mee naar indrukwekkende plekjes

Ik raad je aan Elvis te contacteren voor een authentieke ervaring in de jungle. Hij verzorgt privétours op maat: je geeft aan wat je wensen zijn (noem bijvoorbeeld iets van wat ik heb gedaan) en hij stuurt je erna een voorstel.

Voor de mensen die interesse hebben in de vogels die in de Amazone rondvliegen: hij weet er bizar veel van.

Zijn bedrijfje heet Amazon Wirapuru Tours en je kunt hem via 📞 Whatsapp een berichtje sturen: +57 301 337 7084. Goed om te weten: Elvis spreekt (redelijk) Engels.

De prijs waar je aan moet denken voor 3 dagen en 2 nachten met twee personen is 3,2 miljoen COP (Colombiaanse peso). Daar zit alles bij in.

Ben je alleen en wil je met een aantal anderen de boel verkennen? Dan kun je beter een groepstour boeken (indien beschikbaar). Loop daarvoor binnen bij een van de travel agencies in Leticia.

 

Gecko: voor slapen in een boomhut en activiteiten

Ik dacht meteen: hier zou ik wel willen wonen

Gecko is de plek waar je in de boomhut kan overnachten, een dikke aanrader als je graag in de natuur bivakkeert en tot rust wilt komen. De geweldige boomhut waarin ik verbleef boek je hier.

Wil je een of meerdere van hun activiteiten doen? Tuben, een avondsafari (tarantula’s gegarandeerd!), ziplinen en de canopy walk zijn de voornaamste dingen die ze aanbieden. Stuur ze via 📞 Whatsapp een bericht op nummer +57 322 723 4478.

 

Het beste aanbod van Get Your Guide

Op Get Your Guide vind je ook nog meerdere tours voor Leticia, dit zijn de zes populairste die je binnen een paar simpele kliks boekt:

Powered by GetYourGuide

 

Waar in en rond het centrum van Leticia raad ik je aan om te overnachten?

Aapjes kijken bij Casa Amazilia

Op loopafstand van het vliegveld is Casa Amazilia een aanrader, de homestay gerund door Elvis’ zus. Er is een zwembad, het is er sereen en er komen geregeld aapjes langs. Vlakbij ligt het restaurantje Asadero Emanuel, waar je ’s avonds superlekkere kip van de barbecue met rijst eet. Voor het zachte prijsje van 10.000 COP.

In het (niet boeiende) centrum is Waldor’s Boutique Hotel een fijn hotel met comfortabele en rustige kamers. Ik heb hier een aantal dagen heerlijk geslapen. Een uitstekende uitvalsbasis voor tours of om uit te rusten nadat je op pad bent geweest.

Ook sliep ik in het Amazon Weed Hostal. Je verblijft hier bij Johan, Nelcy en hun dochter Natalia. Johan heb ik amper gezien, maar Nelcy en Natalia geven je onmiddellijk een welkom gevoel. Dikke pluspunten: je mag de keuken en een wasmachine gebruiken. Wel zo fijn na die blubberavonturen kan ik je zeggen! Ook is het er rustig waardoor je lekker uit kunt rusten. De kamers zijn eenvoudig, maar daar is de prijs dan ook naar. Kortom: ideaal indien je een budgetvriendelijke slaapplek en een lokale ervaring zoekt in Leticia’s centrum. Oh en de naam: geen idee hoe ze hier op gekomen zijn, wiet is er in elk geval in de verste verte niet te bekennen. 😀

Overigens is Leticia klein: het vliegveld ligt op een minuut of twintig lopen van het centrum. Reken verder niet op een warme douche, welk verblijf je ook kiest. Alleen geloof me, dit zal je weinig boeien gezien de broeierige omstandigheden in de Amazone. Sterker nog, zo’n koude plens is dan zeer welkom.

 

Hoeveel dagen raad ik je aan om in Leticia te blijven?

Kajakken in de pure natuur

Zelf ben ik in totaal 10 nachten gebleven, al zeg ik daarbij dat ik werk en reizen combineer. Ik wilde na mijn tours en activiteiten rustig bijkomen, dit artikel schrijven en me voorbereiden op mijn vervolgreis naar Peru.

In principe is er in Leticia zelf weinig denderends te beleven, het zijn de Amazonerivier en het -regenwoud waarvoor je het plaatsje bezoekt. De meeste mensen boeken de eerste nacht in Leticia, doen dan een tour van 2-3 dagen, en slapen ten slotte nog een of twee nachtjes in Leticia om daarna door te reizen. Bij elkaar zal je reis dan 4 tot 6 dagen duren.

 

Welke eettentjes in Leticia zijn aanraders?

Kip eten bij Asadero Emanuel

Ik vond de kip met rijst bij Asadero Emanuel zó lekker, dat ik er haast iedere avond heb gegeten. Maricella van de homestay bracht me hier na mijn aankomst naartoe. Dit is de locatie, op Google Maps vind je ze niet (in Leticia is alles nog een tikje ouderwets 🙂 ). En let op: ze zijn enkel ’s avonds geopend, vanaf een uur of zes. Honden eten graag een hapje met je mee, ze slikken zelfs de botten door. Heel normaal in Colombia. Vraag naar ‘pechuga’ als je kipfilet wilt.

En je krijgt een groot stuk, dat je het maar weet 😀 😋

En mocht je nog een bakkerij zoeken voor iets lekkers, ga dan langs bij Panadería Bogotá.

Verwacht verder niet veel van de ontbijtjes bij de ho(s)tels, meestal gaat het om de welbekende witte toast (ramvol suiker), twee eieren en een hoopje fruit. Plus een kopje slootwaterkoffie. Vrij karig.

 

Hoe zit het met transport in Leticia?

Een taxi in Leticia…:D

Leticia is zoals ik al aangaf klein. Je kunt alles in en rond het centrum zodoende prima te voet doen.

Er rijden volop tuk-tuk’s en motortaxi’s, mocht je geen zin hebben om te lopen. Reken op 5.000 COP tot 10.000 COP per rit, onderhandelen is aan te raden.

Verder kun je een bus –colectivo- pakken om naar de buitengebieden te gaan: Kilometer 1 tot en met 25. Daar liggen de meeste jungle-lodges, zoals bijvoorbeeld ook die van Gecko. Ik heb de bus genomen naar Kilometer 11 (iets van 20 minuten rijden) en betaalde 4.000 COP.

Taxi’s zijn beperkt, zo nu en dan zie je ze langskomen.

 

Wat is de beste reistijd voor Leticia?

Leticia en de Amazone kennen een droog- en regenseizoen.

Het droge seizoen loopt grofweg van juni tot en met december, terwijl januari tot en met mei het regenseizoen vormen. In de relatief droge maanden is hiken het fijnst, waar de natte maanden juist beter zijn voor wateractiviteiten zoals kajakken.

Voor wat betreft het spotten van dieren: laag water biedt grotere kansen op het zien van kaaimannen, hoog water is gunstiger indien je apen wilt zien.

Ikzelf heb overigens geen rekening gehouden met de weersomstandigheden en ben gewoon gegaan. In April, wat dus als regenseizoen wordt beschouwd. Wat ik vooral heb gezien? Zon. En apen. 🙂

 

Hoe kom je in Leticia?

In Leticia versmelten de grenzen van Colombia, Peru en Brazilië

Leticia is binnen Colombia enkel per vliegtuig vanuit Bogota te bereiken. De vlucht duurt 2 uur. Bij aankomst dien je als toerist 50.000 COP te betalen (mogelijk met pinpas). Of vertik het, net als ik. 😉

Reis je vanuit Brazilië of Peru, dan kun je respectievelijk in Manaus (3 tot 4 dagen reistijd) en Iquitos (minimaal 15 uur reistijd) de boot nemen. Vanuit Manaus kom je aan in Tabatinga en vanuit Iquitos in Santa Rosa, beiden vlakbij Leticia.

 

Verder reizen naar Iquitos in Peru

Een logisch vervolg van je reis door Zuid-Amerika is de boot nemen naar Iquitos in Peru. Je hebt daarbij de keuze uit de slow- (3 dagen reistijd) en de fastboot (minimaal 17 uur reistijd).

Zelf heb ik de fastboot genomen (lees hier mijn ervaringen), die gaat vanaf het eiland Santa Rosa. We vertrokken om twaalf uur ’s middags en kwamen rond half zes ’s ochtends aan in Iquitos. Totaal gebroken. Om je een indruk te geven van hoe je de uren doorbrengt:

Fijne reis!

En mocht je denken twee stoelen te hebben zoals de gozer op de foto hierboven: vergeet het maar. Gaandeweg de tocht raakt de boot overvol, en moeten er zelfs mensen op de grond en op losse plastic stoelen de rit uitzitten.

Het voordeel van de slowboot is dat je je hangmat mee kunt nemen om in te slapen, je zult dan beter uitrusten vergeleken met de kleine en ramvolle fastboot. Daarnaast heb je op de slowboot drie gratis maaltijden per dag, terwijl je op de fastboot alles zelf moet regelen. (Verrassend goede) wifi is in beide gevallen aanwezig en te koop voor 10 soles. Yep, je hebt dus Peruaans geld nodig.

Dingen die je voor deze reis moet regelen:

  • Haal een dag voor vertrek je exitstempel op het vliegveld van Leticia.
  • Haal je bootticket in Leticia bij een travel agency (ik deed het bij Green Amazon Expeditions) of op de dag van vertrek op Santa Rosa. Voordeel van een travel agency: je kunt vaak met pinpas betalen, terwijl je in Santa Rosa cash nodig hebt. Zowel Colombiaanse, Peruaanse als Braziliaanse munteenheden worden geaccepteerd, al betaal je met de Peruaanse sole het minst. Die moet je echter eerst wisselen tegen een bepaalde koers, omdat je in Leticia enkel Colombiaanse peso kunt pinnen. Bij Green Amazon Expeditions kon ik geld bijpinnen voor mijn laatste dagen in Leticia, waardoor ik de dure pinautomaten kon ontwijken.
  • Haal op de dag van vertrek je stempel voor Peru bij het immigratiekantoor op Santa Rosa, je wandelt er in een kwartiertje heen nadat je aangekomen bent (of je pakt een tuk-tuk). Dit was bij mij een fluitje van een cent, het duurde 1 minuut. De oversteek vanuit de haven in Leticia duurt maximaal 10 minuten en kost 10.000 COP per persoon.

Momenteel varen er drie touroperators met een fastboot van Santa Rosa, ieder drie keer per week op verschillende dagen. Websites hebben ze niet, de laatste info vind je bij een travel agency in Leticia of op Santa Rosa.

Ik tik deze laatste passage overigens net na aankomst in Iquitos.

Met zeurende hoofdpijn en compleet uitgeput zit ik in een koffietentje te wachten tot ik eindelijk mijn bed in kan. Het is nu half tien en inchecken is pas vanaf twee uur mogelijk. Vanaf half zes in de ochtend zo gammel als ik me voel het tot tweeën uitzingen, is oprecht een hels karwei…

Maar ach, we overleven het wel weer. 🙂

Avatar foto
Over de auteur

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van diverse succesvolle reisgidsen, waaronder 'Backpackgids Azië', 'Backpackgids Australië' en 'Backpackgids Zuid-Amerika'.

Laat een reactie achter

Over mij

Ik, Robbert, heb begin 2014 alles opgezegd om van reizen mijn leven te maken. Mijn doel is om andere backpackers te ondersteunen en te inspireren met de ervaringen die ik opdoe. Ga jij binnenkort ook op avontuur?

Lees hier mijn persoonlijke verhaal.

Coaching

Zit jij met vragen? Voel je je ergens onzeker over? Kan jij simpelweg wel wat persoonlijke hulp gebruiken met betrekking tot je reis?

Laat mij je dan 1-op-1 coachen, en ga die reis maken waar je van droomt.

Vertel me meer

Mijn reisgidsen

Al jarenlang schrijf ik avontuurlijke backpackgidsen om backpackers te inspireren en te helpen.

En sinds kort heb ik verschillende bundelaanbiedingen beschikbaar, waardoor je gebruik kunt maken van extreem hoge kortingen.

Vertel me meer

Koop je liever een losse gids? Klik dan op een van de banners hieronder:

Banner-Backpackgids-Azie

Banner-Backpackgids-Indonesië

Banner-Backpackgids-Bali

Banner-Backpackgids-Filipijnen

Banner-Backpackgids-Australie-nieuw