Marokko: waar auto’s niet met pensioen gaan

Toen ik vroeger als kleine opdonder door de straten liep had ik er al een fascinatie voor: auto’s. Geladen met een vleugje auto-autisme wist ik ze stuk voor stuk feilloos bij hun naam te noemen.

Maar daar bleef het zeker niet bij.

Met mijn toch wel eindeloze inbeeldingsvermogen personifieerde ik de Volkswagen T3 tot een gevaarlijke ‘dodenbus’ met boze ogen, het Renaultje 4 tot een engnek eersteklas, een Volvo 240 tot een woeste en valse stiefmoeder en een Mercedes 240D tot een stoffige ambtenaar inclusief een soort onverklaarbare oma-vibes (gekke combi, ik weet het). Daarentegen was de illustere Volkswagen Kever met haar ronde vormen en grote puppy-ogen eerder een onschuldig lieveheersbeestje. De Volkswagen Jetta en de hoekige Mercedes 190D werden oneerbiedig als ‘Turkenbak’ bestempeld. Helemaal niets vond ik ze.

Het ging zelfs zover dat, nadat mijn vader zo’n knalwitte Jetta op de kop had getikt (volgens mij om me te sarren trouwens), ik er beslist niet in gezien wilde worden. Ik schaamde me voor de vierkante bak met afgrijselijk lelijke vierkante oogkassen en gele schijners. Hetzelfde was het geval voor de Renault Traffic, die eruit zag als een of andere ijscokar. Of m’n pa me op de vroege zaterdagen een kilometer voor de parkeerplaats van mijn voetbalclub wilde droppen, bang om gezien te worden. Nee, natuurlijk deed hij dat niet. Wie dacht dat bijdehante jochie van zeven wel dat ‘ie was?

Een Jetta plus een Golfje 2 in de Todra-kloof

Als klap op de vuurpijl kocht hij ook nog even een foeilelijke 190D, gehuld in een lichtblauw jasje. En in mijn eerdere kinderjaren had hij me al gepijnigd met een rode Lada-station, waarvan ik je het type schuldig moet blijven.

Hoe anders was het jaren later, toen m’n kinder- en puberego gevlogen waren. Ik begon die oudjes juist steeds meer te waarderen, vooral toen ze langzaamaan uit het straatbeeld verdwenen en er louter eenheidsworsten voor terugkwamen.

En nu… Nu ben ik er zowat fan van. Plaatjes vind ik het. En nog altijd beschouw ik ze als personen. Ze zijn meer dan oud blik. Ze hebben karakter. Ze vertellen een verhaal. Ze maken nieuwsgierig.

Of draaf ik nu door?

Label het hoe je het wilt, maar mijn gevoel liegt niet.

Probleem is alleen dat je die oude zielen bijna nergens in Nederland meer ziet rijden. Veel te onderhoudsgevoelig, zuiplappen en smeerpijpen zijn de verketterende woorden die ze naar hun hoofd geslingerd krijgen. Of ze zijn door hun meurende doch soepel lopende diesels simpelweg verboden in bepaalde gebieden.

In Marokko is het een volstrekt ander verhaal. Daar scheuren oldtimers van Mercedes, Peugeot, Volkswagen en Renault als heersers over de weg. Of ze staan ergens langs de kant te glimmen in het schijnsel van de zon, wachten op aanbidding van voorbijgangers (zoals ik). Nietszeggende Dacia’s van ergens uit de 2020’s vallen er ondanks hun dominantie ronduit bij in het niet.

Deze oude knaller zie je af en toe nog langs razen

De onmiskenbare favoriet van de Marokkanen is de Mercedes 240D. Door mij als gezegd ooit neergezet als een stoffige ambtenaar, in Marokko is het eerder een oude heer die goede sigaren rookt en gerijpt is door Whisky. Een heer met smaak en stijl, zonder arrogant en bekakt te zijn. Verrassend toegankelijk juist, iemand die je het gevoel van een warm bad geeft. Evengoed een man waar je op kunt bouwen. Bewijzen hoeft meneer zich al lang niet meer, hij tikt namelijk moeiteloos de 500.000 kilometer aan. Zonder ook maar een beetje te brommen.

Ff serieus, dit wil je toch gewoon?

Deze krachtige en zo heerlijk klinkende diesel met een vierpitter in lijn komt langs in de meest uiteenlopende uitvoeringen. Van mat blauw en ietwat onfris crème tot aan poepbruin en smerig kakigroen met kamperige details.

In het strandplaatsje Oued Laou wees iemand me op het stralende nummerbord van zo’n Mercedes, die overigens uit de vrijgevochten seventies stamt. Het nummer 50 zou verwijzen naar een dorp in de buurt, waar mensen deze in Nederland gedegradeerde afdanker als heilige beschouwen. Of in elk geval op een voetstuk hebben geplaatst. Vandaar dat ‘ie er waarschijnlijk ook zo spic en span uitzag. Hij leek zo uit een speelfilm te zijn weggereden. Vooral die rode spiegelkappen, fel afstekend tegen de glanzende kobaltblauwe lak, raakten een nostalgische snaar bij me.

Een 240D in Oued Laou

Tot voor kort diende deze niet kapot te krijgen krachtpatser veelvuldig als taxi. Het slechte nieuws wil echter dat men ze in rap tempo heeft uitgefaseerd, en er karakterloze Dacia’s voor in de plaats zijn gekomen.

Heel, heel soms, godzijdank, staat er langs de wegkant nog wel zo’n blauwe 240D met taxibordje bovenop te wachten. Toeristen die een speciale ervaring zoeken kunnen instappen. Laat dit erfgoed alsjeblieft niet verloren gaan, zullen we die afspraak maken?

Ook madam Renault 4 doet het opvallend goed in Marokko. Op een koude zaterdagochtend spotte ik er in nog geen vijf minuten liefst drie! Waar dit op het oog schattige schoolmeisje me vroeger bang wist te maken -ze had in mijn beleving iets weg van een oude, strenge vrouw-, stond ik nu haast verliefd naar haar te glunderen. Niet doorvertellen, maar ik heb ze zelfs aangeraakt op plekken waarvoor menigeen een procesverbaal aan z’n broek krijgt.

De Renault 4, een van mijn nachtmerries als kind
Hoe vet is deze uitvoering!

Een andere graag geziene gast is opnieuw een Mercedes, ditmaal de bejaarde bromsnor van het type 207D. Van binnen geen gezicht. Van buiten net bovengemiddeld, met hier en daar een roestig plekje op de snoet en kont. Niet zelden bescheiden butsjes in de heupen bovendien.

Daar issie dan: de 207D

Het is met name de motor van deze bus die het hem doet, die kabbelt als een vloeiend stromende rivier en staat er bekend om je nooit in de steek te laten. Deze onverstoorbare vriend wordt veelal als lokaal streekvervoer ingezet en laat niet met zich sollen. Hij is van de oude stempel: bevalt het je niet, dan stap je maar uit. Take it or leave it.

Wat dacht je van deze versie?

Hoewel mijn innerlijk kind stiekempjes hoopte op de spanning van duistere VW-dodenbussen, heb ik er helaas maar één mogen treffen in Marokko. Gelukkig wel bij daglicht. Want dit rechthoekige beestje met iconische Westfalia-kap, griezelige gordijntjes en ronde koplampen in het donker tegenkomen, zou me zelfs als dertiger de rillingen weten te bezorgen. Of er ook die gure types met donkerbruine zonnebrillen en jaren vijftig kapsels in zaten die ik er als kind telkens in zag (of verbeelde ik me dit?), heb ik niet kunnen zien. Daarover kon ik slechts fantaseren.

Avatar foto
Over de auteur

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van diverse succesvolle reisgidsen, waaronder 'Backpackgids Azië', 'Backpackgids Australië' en 'Backpackgids Zuid-Amerika'.

Laat een reactie achter

Over mij

Ik, Robbert, heb begin 2014 alles opgezegd om van reizen mijn leven te maken. Mijn doel is om andere backpackers te ondersteunen en te inspireren met de ervaringen die ik opdoe. Ga jij binnenkort ook op avontuur?

Lees hier mijn persoonlijke verhaal.

Coaching

Zit jij met vragen? Voel je je ergens onzeker over? Kan jij simpelweg wel wat persoonlijke hulp gebruiken met betrekking tot je reis?

Laat mij je dan 1-op-1 coachen, en ga die reis maken waar je van droomt.

Vertel me meer

Mijn reisgidsen

Al jarenlang schrijf ik avontuurlijke backpackgidsen om backpackers te inspireren en te helpen.

En sinds kort heb ik verschillende bundelaanbiedingen beschikbaar, waardoor je gebruik kunt maken van extreem hoge kortingen.

Vertel me meer

Koop je liever een losse gids? Klik dan op een van de banners hieronder:

Banner-Backpackgids-Azie

Banner-Backpackgids-Indonesië

Banner-Backpackgids-Bali

Banner-Backpackgids-Filipijnen

Banner-Backpackgids-Australie-nieuw