Reisverhalen zijn vaak op hun mooist wanneer alles lijkt te kloppen: het landschap, de mensen, het eten en de hele sfeer die eromheen hangt. Maar laten we eerlijk zijn, zo zit de wereld niet in elkaar. Zelfs bij het terugdenken aan die ene droombestemming kun je vast wel wat tegenvallers noemen.
Niet dan?
Vandaag blik ik kort met je terug op mijn reis van 3 weken door Marokko. En in het bijzonder op de dingen die ik minder leuk vond.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad daar in het noorden van Afrika. Ik heb schatten van mensen en inspirerende types mogen ontmoeten, mezelf ondergedompeld in een boeiende cultuur, de lekkerste dadels geproefd, me als een kind zo blij gevoeld door de klassieke auto’s en indrukwekkende natuur bewonderd. Maar er zijn net zo goed zaken die ik als minder chill heb ervaren. En zoals ik al aangaf is het denk ik ook goed om zulke ervaringen met je te delen.
Zodoende heb ik een lijstje voor je gemaakt met zeven niet zo leuke dingen in Marokko. Tegenvallers en dingen die ik ergens al wel had verwacht.
Benieuwd? Lees dan vooral verder.
1. Het verkeer in Marrakech

Marrakech wordt dikwijls omschreven als sprookjesachtig en betoverend. Voor mij voelde het anders. Een van de redenen daarvoor is het hysterische verkeer in de medina. Waar je in de rest van Marokko amper scooters ziet, razen ze in het oude centrum als vliegen langs je heen. Fatsoenlijke ruimte om te lopen is er zelden (ik ben bij aankomst bijna van m’n sokken gereden) en de stank van de uitlaatgassen is veelal niet te harden.
Uiteraard heeft Marrakech zat moois voor je in petto, waaronder een overvloed aan werelderfgoed van UNESCO, maar het chaotische verkeer verpest gewoonweg een heleboel. En dan heb ik de louche figuren op straat die iets van je willen nog niet eens genoemd… Check daarvoor het volgende kopje.
2. De plakkerige types

Ik hoef jou als backpacker niet te vertellen dat reizen er aardig in kan hakken. Die slopende busreizen, het hangen op vliegvelden of die ene slaaptrein waarin je onmogelijk je rust kunt pakken. En zo kan ik je nog legio voorbeelden geven.
Wat je bij aankomst dan in elk geval niet wilt is lastig worden gevallen door mensen die je zogenaamd willen helpen. Mensen die beweren dat je zonder hun hulp niet bij je accommodatie kunt komen en zich als verlosser bij je aanbieden. Eh, opdringen.
Nou, in Marokko heb ik ze maar wat vaak gehad. Kom je een beetje bleu en onzeker over, dan weten ze je gegarandeerd te vinden. Probleem is niet zelden dat zodra je laat doorschemeren er geen behoefte aan te hebben, ze als een soort Pritt stift aan je blijven plakken. Telkens proberen ze weer een ingang bij je te vinden om zo toch hun hulp aan je op te dringen. En wanneer ze dan al een tijdje met je meegelopen zijn, wordt er natuurlijk verwacht dat je een paar dirhams voor hun ‘diensten’ in ruil geeft.
In Fez had ik wat dit betreft de ergste ervaring. Een jongen met gekortwiekt haar, een grote bril en zwart montuur en een ietwat spits gezicht, stak het verhaal af dat navigatie op mobiel in de medina niet zou werken. Hij liep voor me uit en eiste min of meer van me om hem te volgen. Alhoewel de navigatie prima z’n werk deed, wekte hij de indruk dat ik zonder zijn hulp in het doolhof van steegjes zou verdwalen. Het was al rap duidelijk: hij zou niet snel meer loslaten.
Toen ik na 10 minuten dwalen en in de smiezen kreeg dat we de verkeerde kant op liepen, ging ik zitten en zei ik eerst even iets te gaan eten. Hij bleef voor m’n neus wachten, en ik moest hem echt verzoeken of hij weg wilde gaan. Vervolgens was meneer gepikeerd en ging hij er licht tierend vandoor.
De dag erop zag ik hem en groette ik. Wat denk je? Hij deed net of ‘ie me niet kende.
3. Telkens weer de vraag of ik drugs wou

Jezusmina, wat heb ik deze vraag vaak gekregen zeg. Ik schat een keer of vijftig. Soms luid, meestal fluisterend. Of ik drugs wilde.
Het begon al bij aankomst in Tétouan. Chefchaouen, Fez en Marrakech spanden de kroon. Nu is dat in Chefchaouen niet zo vreemd trouwens, de regio rond het blauwe stadje is namelijk beroemd om de cannabisproductie, wat weer een boel toeristen aantrekt die voor een geestverruimend rokertje naar het bergplaatsje komen.
In Marrakech gebeurde het in de gangen van de medina, op een locatie zonder andere mensen. De sfeer had iets grimmigs, alsof er ieder moment iets onheilspellends stond te gebeuren. Zoals wel vaker werd ik achtervolgd, ik kon alles krijgen wat ik wou. Kennelijk zie ik eruit als een fervent drugsgebruiker. Met mijn hippe-uiterlijk niet persé heel vreemd, da’s waar. De dag ervoor maakte ik quasi hetzelfde mee, ditmaal ergens anders in een doolhof van de oude stad.
En ik snap dat het juist toeristen zijn die deze praktijken stimuleren. Dit wil echter niet zeggen dat het op een gegeven moment niet rete-irritant wordt als je lekker aan het wandelen bent en voor de zoveelste keer zooi krijgt aangeboden, en er met een simpele ‘nee’ niet vanaf komt.
4. Verkopers die van geen ophouden weten
Hier had ik me voorafgaand aan de reis al op ingesteld, maar toch blijft het steeds opnieuw verbazen hoe de verkopers in Marokko te werk gaan. Voor de minder leuke types kunnen woorden als agressief, slinks en soms zelfs een tikje giftig gerust genoemd worden. Je weet wel, dat zodra je ‘nee’ verkoopt, de zogenaamd vriendelijke winkeleigenaar verandert van een gastvrije local in een bozig iemand die je niet meer te woord wil staan.
In Rissani, vlakbij de Sahara, zat ik op een terras te wachten op de groep die in de souk op pad was. Uit het niets kwam er een man op me afgeslopen die me uitnodigde in zijn tapijtenshop. Ondanks mijn vrij duidelijke nee, wist hij me op een of andere manier mee te krijgen. Ondertussen liet ik duidelijk blijken geen tapijten of stenen bij hem te kopen, simpelweg omdat ik reizende ben. Was allemaal geen probleem. Eenmaal in z’n winkeltje heeft hij zeker tien keer aangedrongen of ik een tapijt wilde, die kon hij dan voor een zacht prijsje naar Nederland verzenden. Na een poosje had ik echt zoiets van: vriend, hoe vaak moet ik je nog vertellen dat ik nu niks ga kopen? Hij bleef gelukkig wel vriendelijk.
Onderweg van Fez naar Merzouga lasten we een pauze in in de Cederbossen van Azrou. Om aapjes te kijken, en (helaas) te voeren. Direct bij het openen van de schuifdeur van de minivan werden er pinda’s in onze handen gedrukt. Het leek een gift, maar niets bleek minder waar. Nam je het apensnoep aan, dan betekende dit linea recta betalen. Een zo’n gast zette zonder mijn goedvinden nog even een aap op mijn schouders. Om daarna, je raadt het al, om geld te vragen. Ja euh, mooi niet hè.
5. Gebrek aan authenticiteit

Redelijk naïef denk je misschien dat plaatsen eruitzien zoals de plaatjes die voorbij komen op internet. In Marokko geldt voor nagenoeg alle hotspots helaas iets anders: ze zijn omgedoopt tot heuse toeristenspots. Je kunt je voorbereiden op souvenirs, mensen die iets van je willen en af en toe ietwat ‘gemaakte’ belevingen.
Een voorbeeldje is de vuur- en zangshow op het woestijnkamp in Merzouga. De Berbers die dit spektakel verzorgden voeren het ritueel dagelijks uit, iets wat ik best wel goed te merken vond. Het had voor mij meer iets weg van een opgezet gebeuren voor toeristen, in plaats van een stukje Berbercultuur.
En wat te denken van het filmische dorp Aït-Ben-Haddou, dat volledig is opgetrokken uit leem? De beroemde ‘ksar’ -het op een heuvel gebouwde kleidorp- bestaat praktisch geheel uit souvenirwinkels en op toeristen gefocuste cafés met dakterrassen. Toeristen buitensporig veel laten betalen lijkt het credo, ik maakte het zelf mee met een steen die nep bleek. Gelukkig vind je er evengoed een aantal échte zaakjes, zoals ateliers van (aanstormende) kunstenaars die oprecht enthousiast zijn om je hun werk te showen.
Chefchaouen, ‘de Blauwe Parel’, heb ik dan nog niet eens genoemd. Op de boerderij waar ik verbleef hoorde ik meerdere reizigers het vergelijken met Disneyland.
Ik snap overigens ook wel dat het zo werkt hoor, want waar op de wereld is dit niet zo? Populaire plekken die veranderen in halve pretparken. Neemt niet weg dat de authenticiteit vaak ver te zoeken is – wat jammer is, helemaal wanneer je met andere verwachtingen kwam.
Een plek die juist wél authentiek was, was Le Sommet Naturel. De boerderij in de buurt van Chefchaouen in het Rifgebergte, waarover ik hierboven al even repte.
6. Dieren aan een touwtje

Dierenleed heeft me misschien nog wel het diepste geraakt.
Toen ik vanuit het Atlasgebergte terugkeerde naar Marrakech, stond ik langs de weg te wachten op de lokale minibus. Het landschap had een desolate aanblik en volkomen verloren stond daar een ezeltje in de brandende zon, met een van haar poten vastgebonden en zituitrusting op de rug. Ze kon amper bewegen, en er was verder niemand in de buurt. Opstaan en zitten was net mogelijk. Echt sneu om te zien vond ik. Ik heb haar wat geaaid en haar diep in de tranende ogen gekeken, het stemde me droevig. Daarna ben ik wat struikgewas voor d’r gaan plukken, dat ze gretig opat.
Dit bleek zeker geen incident, want ik heb regelmatig ezels met een blauw touw aan hun poot zien staan. Zelfs op de boerderij waar ik even daarvoor vandaan kwam! Een oud gebruik, zo vertelde eigenaresse Saida me. Het goede nieuws: ze wilde er verandering in brengen.
Op het hectische Djemaa el Fna-plein heb ik serieus vastgeketende aapjes gezien. Ingezet om de verveelde toerist te vermaken.
Of in de woestijn, waar dromedarissen mensen ‘de dag van hun leven’ moeten bezorgen. Een rits van zes van hen, door middel van een touw aan elkaar verbonden.
7. Kale en dorre landschappen

Marokko is best wel veelzijdig als we het over landschappen hebben. Om een aantal voorbeelden te noemen: ruige bergen, eindeloze woestijnvlaktes, slingerende bergpassen en machtig mooie kloven.
Toch is het dorre en droge wat je er haast overal ziet niet mijn favoriete uiterlijk. Zelf ben ik meer fan van het weelderig groen in Zuidoost-Azië en de witte stranden met het zo verlekkerende turquoise water aldaar. Of bergen die vrijwel volledig zijn overgenomen door tropisch regenwoud. Of die groengele rijstterrassen die als trappetjes hun weg omhoog weten te vinden.
Nu wist ik van tevoren ook wel dat ik zulke omgevingen in Marokko niet hoefde te verwachten, dus die illusie had ik ook niet. En het was absoluut vet om op de Erg Chebbi-duinen in de Sahara te staan, in m’n eentje diep in het Rifgebergte te bivakkeren en te hiken langs de kalkstenen kliffen in Akchour. Maar heel vaak waren die échte wow-momenten er eerlijk gezegd niet.
Twee van zulke rake momenten had ik bij de sprankelende waterbron bij de watervallen van Akchour (ik kon er zelfs uit drinken!) en de 300 meter diepe Todra-kloof, waarvan de rotswanden grillig oprezen en schitterend afstaken tegen de felblauwe lucht.
Nu ben ik door al het gereis een tikje verwend geraakt, zo is het ook weer natuurlijk 😉 .











