Cape Reinga is na de Surville Cliffs het meest noordelijke puntje van Nieuw-Zeeland. Ik kreeg er het gevoel alsof ik aan het einde van de wereld was beland.

Zo ligt de meest dichtbijgelegen winkel op een half uur rijden. En de eerste enigszins serieuze supermarkt op zo’n 70 kilometer.

De kaap wordt omgeven door groene heuvels en mega-kliffen. Ook staat er een oude watertoren. Maar het meest opzienbarende gebeurt recht voor je in de zee: daar zie je de Pacifische Oceaan met de Tasmanzee botsen. Een natuurfenomeen waarbij je letterlijk versteld zult staan.

In het komende verhaal vertel ik je meer over de roadtrip die ik samen met m’n reisgenootje Martin naar Cape Reinga deed, vanaf Rawawa Beach. Een ruig strand waar we die avond ervoor hadden geslapen.

 

Slapen onder een sterrenhemel, wakker worden in de zee

De Rawawa Campground is wat mij betreft een van de leukste campings waar ik tot nu toe ben verbleven. Middenin de natuur en je loopt zo de duinen op naar het strand. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de sterrenhemel en de zonsondergang.

De volgende ochtend werd ik al vroeg wakker gemaakt door een kraaiende haan. Het deed me denken aan Nusa Penida. Diezelfde haan, althans dat vermoed ik, had gisterenavond nog gulzig de restjes pastasaus mee opgegeten. Zonder de gebruikelijke afstand die deze beestjes normaal houden, hij gedroeg zich eerder als een van ons.

Ik zag dat Martin niet meer sliep, aangezien hij liggend op zijn buik met z’n telefoon aan het spelen was in het eenpersoons koepeltentje. Nadat ik een ontbijt bestaande uit havermout met banaan en melk ophad, stelde ik voor richting het strand te lopen.

Via de duinen, die me zowat in Zeeland deden wanen, werd het ongerepte strand zichtbaar.

Slechts twee mensen, wit en vooral poederzacht zand en hoge golven zoals ik ze lang niet gezien had.

Ik koos ervoor om even te gaan hardlopen en kwam bij het uiteinde terecht waar ik op rotsblokken stuitte. Rotsblokken met een opvallend oranje kleur, veroorzaakt door verkleurd mos. Daarna nam ik een paar frisse duiken en waste ik het zout van me af in de openluchtdouche.

Kan je dag beter beginnen?

We maakten ons klaar om te vertrekken naar het noordelijke Cape Reinga, nog ongeveer 70 kilometer rijden.

 

Hoe verder, hoe mooier

Vanaf het moment dat ik het gaspedaal induwde, was het eigenlijk alleen maar genieten. Op de ongeveer 3 kilometer lange steentjesweg vanaf de camping naar de hoofdweg na dan.

De vele groene bergen geven je het idee alsof je door de mooiere gebieden van Zwitserland of Duitsland rijdt, al lijken de kleuren er intenser. Ook zie je pikzwarte koeien in de heuvels. Koeien die je, indien je erlangs loopt, een voor een aanstaren. Het lijkt dan net of ze wat met je van plan zijn. Ik maakte het mee in Port Jackson. Best angstaanjagend als je daar helemaal alleen staat kan ik je melden…

Het heuvelachtige landschap maakte plaats voor een gebied vol dennenbomen. Toen kwamen de bergen weer terug, met als verschil dat ze groter en groter werden. Zal dit ooit wennen? is wat ik mezelf afvroeg.

Soms liepen er onvoorspelbare beesten over de weg. Beesten die iets weg hebben van een kalkoen, alleen dan net even anders. Onvoorspelbaar, aangezien ze telkens lijken weg te lopen, maar dan ineens de autobaan op schieten. Zoals kippen in Azië dit soms doen wanneer je op een scooter rijdt.

Even later passeerden we nog een gehucht met een ‘convenience store’. De enige mogelijkheid om wat te kopen mocht je nog spullen nodig hebben rond Cape Reinga, zo zou later blijken. Dit wist ik alleen niet.

Bij wat op een uitkijkpunt leek, vond ik het een uitgelezen moment om een stop te maken. Datzelfde deden twee meisjes met een kleurrijke Toyota-huurcamper.

Eigenlijk wilde ik direct doorrijden, maar omdat er een schitterende baai langs mijn linkerzijde zichtbaar werd, laste ik 10 minuten later wederom een break in.

Deze baai heeft overigens een opvallende naam, die gegeven is door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman: ‘Cape Maria van Diemen’. Zij, Maria van Diemen, was de vrouw van de gouverneur-generaal Anthony van Diemen. Diezelfde Anthony had Abel de opdracht gegeven om onder andere Nieuw-Zeeland te ontdekken.

Enkele ogenblikken later kwamen we aan op de parkeerplaats. Ik zette de auto weg en pakte snel nog wat brood met pindakaas. Zonder twijfel mijn meest gegeten snack in Nieuw-Zeeland.

Ik droeg een mouwloos T-shirt en had niet de indruk dat het perse nodig was om mijn schouders in te smeren met zonnebrandolie. Iets waar ik een uur later spijt van zou krijgen.

 

Verbluffende uitzichten en spiritualiteit

Via een doorgang die als ingang dient, liepen Martin en ik over het aangelegde kronkelpad naar beneden. In de verte zag ik de vereenzaamde watertoren op een groene klif staan.

Door de vele bordjes met tekst en uitleg, werd me duidelijk dat Cape Reinga een spirituele bestemming is. Sterker nog: het is de meest spirituele plek van Nieuw-Zeeland.

Waarom?

Het verhaal gaat dat de Maori-geesten -de Maori zijn de oorspronkelijke Nieuw-Zeelanders- hier naar de pohutukawa-boom reizen, om vervolgens onder water de oversteek naar Hawaiiki-A-Nui -de plaats waar de eerste Maori vandaan kwamen- te maken.

En of je het bovenstaande nou gelooft of niet, het sfeertje wat rond de kaap hang, voelt best een beetje mysterieus aan.

Uiteindelijk belandden we via een zandpad op een van de heuvels bij de watertoren. Daar is tevens een geel bord te zien waarop de afstanden naar diverse metropolen te lezen valt.

Maar het meest bijzondere gebeurt zonder twijfel in het water. De twee zeeën die op ruwe wijze tegen elkaar aan klotsen, is iets wat ik nog nooit ieder had gezien. En het uitzicht aan de andere kant op Spirits Bay, vergezeld door een strook van bergen en de golven die van groenblauw in wit veranderen als ze de kust naderen, biedt alle elementen waar natuurliefhebbers warm van worden: ruigheid, schoonheid en puurheid.

Ik besloot nog een stukje omlaag de lopen in berggras en stuitte op een bordje waarop stond: “No entry behind this point.” Gezien de afgronden goed te begrijpen en daarom volgde ik het advies op.

Ik stelde voor om terug te wandelen. Wat mij betreft zo snel mogelijk, want ik merkte dat m’n schouders inmiddels de typische rode gloed hadden gekregen. De gloed die je altijd probeert te vermijden. De gloed van verbranding. Had ik me toch maar ingesmeerd.

Voor we bij de auto waren, passeerde er nog een opvallende man. Opvallend, aangezien hij door zijn uitrusting, brede enkels en algehele voorkomen de indruk gaf Nieuw-Zeeland volledig te voet te bereizen.

 

Slapen op de Tapotupotu Camping of toch niet?

Ik startte de motor en volgde de navigatie die ons naar de plaatselijke camping leidde. Een hevige afdaling met scherpe bochten waar flink op je remmen staan een must is, leidde ons naar een prachtige spot pal aan de zee ingeklemd tussen bergen. En nog gratis ook. Dat er dan geen douche is, neem je op zo’n moment op de koop toe.

Ik vond het prima om mijn stoeltje uit te klappen en wat te gaan lezen. Veel andere mogelijkheden waren er trouwens ook niet. Ik had geen netwerkbereik en daarmee dus geen internet.

Het was pas halfvier en Martin gaf aan geen idee te hebben wat te doen. Ik had eerlijk gezegd het tegenovergestelde; ik verveel me niet zo snel.

We hakten de knoop door en vonden het beide prima om terug te gaan naar de Rarawa Campground. De dag erop moesten we immers sowieso weer langs diezelfde weg terugrijden om richting de westkust te komen. Ergens vond ik het wel jammer, aangezien dit een prachtig plekje zou zijn om te overnachten.

Ongeveer halverwege stopten we bij de eerder genoemde convenience store om wat inkopen te doen. Echter, deze bleek om 3 uur al gesloten te zijn. Geen boodschappen dus.

Een man in het café ertegenover zei op vrij botte toon: “Only takeaways now.” Samen met zijn merkwaardige blik was dit voor ons genoeg reden om onze dagelijkse koffie een keer over te slaan. Al hadden we lichte twijfel, voornamelijk omdat we best wel moe waren.

Toen we daarna weer reden, lukte het Martin maar net om een kalkoen look-a-like, die in rap tempo voor de auto sprong, te ontwijken. En om onszelf van mogelijke schade te behoeden.

We kwamen terug bij de camping waar we diezelfde ochtend vertrokken waren. Het diner bestond uit rijst, mais en sojasaus. Simpel, maar verrassend lekker. Allebei doken we op tijd ons bed in met een speciale ervaring rijker.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

*