Opmerking: dit artikel schreef ik op 14 mei 2015 en heb ik voor het laatst geüpdatet op 13 oktober 2025.
Wat doe je als je voor het eerst in je eentje gaat backpacken, en aan de andere kant van de wereld landt in een wildvreemde stad?
Het was zover. Na lang wikken en wegen -onder andere door mezelf tot in den treurnis te blijven afvragen of ik deze sprong wel moest wagen, en het niet beter zou zijn om evenals de mensen van mijn studie gewoon te gaan solliciteren- en mijn moeder die me min of meer het laatste zetje gaf, kocht ik op 31 oktober 2011 een enkeltje naar Bangkok. Crazy.
Drie weken later ging het gebeuren, het avontuur van mijn leven stond vast. 20 november 2011 was een datum waar ik zowel naar uitkeek als onzeker van werd.
Deze weken vervlogen als dagen en op een gegeven moment was de dag aangebroken. De dag waar ik op een of andere manier steeds meer tegenop zag. Ik vond het lastig om zo’n stap te zetten, in mijn eentje weg naar een ver oord en mensen thuis achterlaten.
Met een zweem van twijfels om me heen slingerde ik mijn reuzenbackpack in de achterbak, en trok ik de deur van de Citroën achter me dicht. Er gingen tal van emoties door me heen. Uiteraard hoorde ik ook de vileine stem die tegen me zei dat ik knettergek geworden was. Bij het station omhelsde ik m’n ma innig. Poeh, wat vond ik het lastig om afscheid te nemen. Alsof het voor altijd was of zo, zo beleefde ik het.
Na een laatste zwaai verdween ze in de verte, en stapte ik op de trein naar Düsseldorf. Voor mij al een reis op zich. Ja echt, ik vond dit behoorlijk spannend!
Later die avond liep ik licht onzeker het vliegtuig in. Ik had het idee dat mensen naar me keken en me beoordeelden. Zo van: “Wat doe jij helemaal alleen in een vliegtuig?”
En toen stond ik opeens in Bangkok
“Dit wordt mijn eerste reisverslag sinds mijn aankomst in Thailand. Ik ben hier nu bijna twee weken en het is echt fantastisch.”
Dit waren mijn eerste woorden in mijn dagboek, een pocketding dat ik ergens bij een straatverkoper had gescoord. Op de kaft een olifant, binnenin gelig papier zonder lijntjes.
Als er een ding is wat ik on the road al snel besefte, is dat het verloop van je reis nauwelijks te plannen valt. Natuurlijk, je kunt jezelf voornemen om bepaalde dingen te doen en must-sees te bezoeken, maar dat er onverwachtse wendingen plaatsvinden, is een gegeven. En juist die verrassing is een van de mooiere dingen aan backpacken als je het mij vraagt.
En bij mij liep het evenmin zoals ik verwachtte…

De initiële planning zoals ik die voor ogen had, was om twee dagen in Bangkok te blijven en vanuit daar verder te kijken. Twee dagen werden er zeven, ik had het simpelweg ontzettend naar mijn zin. Waar veel backpackers Bangkok als tussenstop zagen, bleek het voor mij een heel ander verhaal.
Na een eerste lange nacht (en dag) slapen om de grootste moeheid eruit te schudden, leerde ik op de tweede dag iemand kennen. Het mooie was dat hij een gozer 44 was, terwijl ikzelf pas net 24 kaarsjes had uitgeblazen. Hij heette Robert (toeval?) en zijn bijnaam luidde ‘Bobby’. Zijn coupe soleil viel op, ik vond hem er verder opvallend jeugdig uitzien voor z’n leeftijd. Geen rimpeltje te bekennen, en kleine oogjes die glinsterenden zoals bij een kind.
Ergens op een benauwde novemberavond sprak hij me zomaar aan. Ik zat onderuitgezakt op een driehoekig kussen (welkom in Thailand!) in de lobby van het Sawasdee House in Soi Rambuttri, een beetje met mijn telefoon te spelen. Hoewel het niets meer was dan een simpele “Hey, how are you”, vond ik het wel grappig dat iemand van die leeftijd interesse toonde. Da’s trouwens meteen één van de mooiere dingen van reizen: leeftijd doet er niet toe. Oprecht niet.

Enigszins verbaasd keek ik op en we raakten aan de praat. Deze Bobby bleek een soort van droombaan te hebben, en ook nog eens op Hawaii. Of toch tenminste iets bijzonders. Hij was namelijk kapitein van een onderzeeboot in deze, in zijn woorden, idyllische staat in de Verenigde Staten.
De energie was goed en in de dagen die volgden trokken we met elkaar op.
Bobby, zoals ik hem voor het gemak maar even noem, voelde haast als een vaderfiguur voor me en liet me verschillende mooie plekken van Bangkok zien, waaronder een lokale markt en de betoverende koningstempel. Verder deden we simpele dingen als koffie drinken bij de toenmalige Starbucks op Khao San Road (waar ze trouwens ALLES maar dan ook ALLES verkochten. Onder andere nep-diploma’s en gefrituurde schorpioenen!). En in de avonduurtjes Chang-biertjes pakken in diezelfde straat, of in het eerdergenoemde en veel gemoedelijkere Soi Rambuttri.
We zijn zelfs (ja, ook 44-jarigen doen dat kennelijk) drie dagen achtereen het, op z’n zachtst gezegd, doorgedraaide nachtleven van Khao San ingedoken. De tent waar we telkens terechtkwamen heette ‘The Club’. Daarvoor hadden we goede gesprekken op een van de terrasjes, die je volop zag in de beruchte backpackers-straat. Geen fancy gedoe, felle plastic krukken met uitklapbare tafeltjes en buckets volgeladen met cocktails waar je het fijne niet van weet. Sfeervol? Zeker wel.

Op een avond werd het zowaar een tikje emotioneel. Ik had met Bobby gedeeld dat ik een paar jaar ervoor de vriend van mijn moeder had zien sterven terwijl ik alleen thuis was, iets wat volslagen onverwachts gebeurde (hij was pas 37!). Maar vooral hoe pijnlijk ik het voor mijn moeder vond, die haar levensmaatje uit het niets kwijt was. En voor hemzelf die nog zoveel moois te beleven had. En voor z’n ouders.
(Precies nu ik aan het schrijven ben, klinkt het klassieke nummer van Pachelbel wat op zijn crematie werd gespeeld. Altijd bijzonder zoiets.)
In al deze dagen introduceerde Bobby me in het ‘backpackerswereldje’, of hoe je dat ook noemt. Iets moois wat me aan hem is bijgebleven, waren zijn woorden: “Niks moet, relax daar waar het kan”, een manier van leven die hij tot dan toe al jaren leidde. Vermoedelijk een van de redenen waarom hij er nog zo jong uitzag. Heel anders dan het gestreste leventje wat een hoop mensen in Nederland hebben. Als volwassenen kunnen we plots geen kind meer zijn, wie heeft die flauwekul eigenlijk verzonnen?
Kotsend naar Koh Chang
Na een week Bangkok te hebben ontdekt met deze onderzeeër, besloot ik om mijn nog prille reis te vervolgen naar het tropische eiland Koh Chang. Niet ver van m’n guesthouse kon ik de bus nemen richting Trat, daar vertrokken de boten naar het goudgele zand, palmbomen en kalme zeewater. Da’s althans het beeld wat ik er in mijn hoofd van had.
Ik en Bobby waren die avond ervoor nog flink gaan stappen, en dus viel het me niet mee om mezelf die ochtend uit bed te hijsen. Mijn ogen opendoen was al een heuse pijniging. De bus stond gepland voor half acht. ’s Ochtends welteverstaan. Geen idee hoe laat we het hadden gemaakt, maar voor vieren is het sowieso niet geworden.
Glazig voor me uit starend wachtte ik op de pick-up, en nam ik het zo typische geluid van de Aziatische koel in me op (jij als Bangkok-fan weet waar ik het over heb). Het geluid waarvan ik me overigens jarenlang heb afgevraagd van welk beestje het kwam. Terug naar de slaperige ik: ik verkeerde in een ietwat onwerkelijke roes, en had het gevoel een hele waterput leeg te kunnen drinken.
Toen gebeurde er iets onverwachts. Bobby kwam ineens aangelopen, hij droeg een kakigroene pet en had een koffie in zijn linkerhand, blijkbaar speciaal voor mij. Het maakte me in een klap helemaal blij en wakker.
‘Dit tekent wat voor een bijzonder mens Bobby is’, schreef ik in mijn dagboek.
Iets voor half acht seinde een kleine Thaise man naar me dat ik hem moest volgen naar de grote bus, die verderop langs de weg stond.
Abrupt zeiden Bobby en ik elkaar vaarwel met een knuffel, en ik bedankte hem voor de mooie dagen en gesprekken. Apart en lastig, wetende dat je iemand waarschijnlijk nooit meer gaat zien.
De blijheid van het bakje koffie verging al gauw zodra de bus vertrok. Misselijkheid begon te komen, ik rilde van de zure smaak in mijn mond en ook kotsneigingen bleven niet uit. De wetenschap dat ik moeilijk de bus kon onderkotsen, maakte het er mentaal ook nog eens extra zwaar op.
Niet heel lang daarna hield ik het niet meer en ging ik finaal over mijn nek, gelukkig wel in het daarvoor bestemde plastic zakje. Een zurig mengsel van bier, plaatselijke rum, koffie en pad thai stroomden als een ontembare waterval uit m’n keel. Meer details zal ik je besparen.
En Koh Chang?
Het was er supervet. Ik verbleef er in een houten hutje bij een kabbelend beekje, aan de rand van Lonely Beach. Hier zie je foto van de zonsondergang:

Zo zie je maar…
Mijn eerste keer Bangkok verliep dus ronduit onverwachts. Des te leuker vond ik het!
Serieus, had je me op voorhand verteld dat ik vrienden zou maken met een 44-jarige onderzeekapitein uit Hawaii en daarmee tot in de vroege uurtjes zou gaan stappen, zou ik je voor gek hebben verklaard.
Zo zie je maar hoe verrassend het allemaal kan uitpakken. Zoals de hele reis die volgde eigenlijk een grote verrassing was. Een verrassing waar ik nu, bijna 14 jaar later, met een brede glimlach en nostalgie aan terugdenk. Al eindigde het op een manier die me doodsbang maakte…
Meer over de eerste keer backpacken
- Deze tips wil je gelezen hebben als je voor de eerste keer gaat backpacken
- 5 onverwachte dingen die je als beginnende backpacker kunt verwachten
- Waarom je niet bang hoeft te zijn om alleen te reizen
- 7 angsten om te overwinnen als je alleen gaat backpacken
- Hierom is een lange reis maken goed voor je
- De keerzijden van een lange reis
Vond jij het ook zo spannend… Die eerste keer vertrekken?














Wat een ontzettend mooi verhaal. Super.
Hoi Robbert, ik ben al een paar dagen jouw blog aan het lezen en ik ben erg onder de indruk 🙂 Ik heb altijd al veel met mijn ouders en zussen gereisd maar aankomende zomer ga ik voor het eerst alleen: een maand naar Thailand. Ik heb er echt enorm veel zin in maar ik ben ook wel zenuwachtig. Ik lees overal dat je heel makkelijk contact legt en eigenlijk nooit echt alleen bent, maar toch ben ik daar het meest bang voor. Heb je misschien tips voor mij voor mijn eerste dag? Bijvoorbeeld eerst proberen in het hostel contact te leggen of eerst de stad in te gaan?
Ik hoop dat je me een beetje tips kan geven en me misschien kan vertellen hoe jou eerste dag was. 🙂
Liefs, Zomer (18 jaar)
Hey Zomer,
Thanks!
Die angst hebben veel mensen voor hun eerste reis hoor. Maar je zult zelf zien dat het vrij snel zal gaan, zeker als je in een hostel verblijft. Een echte guideline is er niet altijd voor, vaak ontstaan contacten simpelweg door een toevallig gesprek.
Mijn eerste dag… Haha dat is alweer even geleden. Ik ging richting Khao San Road en heb daar en in Soi Rambuttri wat rondgelopen. Je ziet daar tig soloreizigers, stelletjes en groepen. Ik ben ergens alleen gaan zitten om te eten, wat heel erg vreemd voelde, al went dit vrij snel. De dag erna ontmoette ik Bobby in m’n guesthouse, gewoon heel spontaan.
Heel veel plezier!