De Salkantay Trek: besneeuwde bergen, doodsangsten en Machu Picchu

Dat meen je niet?

De tickets voor Machu Picchu waren online de komende maand volledig uitverkocht. Ieder tijdslot, iedere route: reeds vergeven.

En aangezien ik de Salkantay Trek wilde doen en natuurlijk ook Machu Picchu niet wou missen, zat ik even met de handen in het haar.

Verschillende touroperators die ik had gecontacteerd gaven aan dat ik wél de Salkantay Trek kon hiken, maar de Incastad Machu Picchu waarschijnlijk moest overslaan.

Dat was toch wel een hard gelag.

Ik dacht dat het allemaal makkelijk één of twee weken van tevoren te regelen viel. Nou, mooi effe niet dus.

Aan de andere kant zei ik tegen mezelf: als het zo is, is het zo. Dan was het misschien niet mijn plek op dit moment. Hoewel, het gaat hier natuurlijk wel om een van de zeven (moderne) wereldwonderen… Het zou toch ontzettend zonde zijn moest ik die niet kunnen bezoeken.

Vroeg in de ochtend stapte ik in Huaraz op het vliegtuig naar Cusco en liet ik het gewoonweg op me afkomen.

Hoe het afliep vertel ik je in het komende verhaal. Een verhaal vol verrassingen: van het weer en een jaloerse gids tot aan ijskoude modder en doodsangsten.

Over de Salkantay Trek en Machu Picchu

Net na aankomst bij Machu Picchu

De Salkantay Trek strekt zich uit over een lengte van circa 70 kilometer, de top tikt de 4.620 meter aan en bereik je via de Salkantay Pass. De naam Salkantay komt uit het Quechua en betekent zoiets als ‘wilde berg’. En da’s goed te begrijpen wanneer je de 6.271 meter hoge berg boven alles en iedereen ziet uittorenen.

Jarenlang was de trektocht het minder bekende broertje van de Inca Trail, al is daar de laatste jaren wel verandering in gekomen. Onbekend is de Salkantay Trek in elk geval geenszins meer.

Onze gids vertelde dat er in de beginjaren nauwelijks voorzieningen waren op de route, terwijl het tegenwoordig wemelt van de accommodaties, eettentjes en shops om snacks en drinken te kopen.

Op de laatste dag is daar het eindpunt: Machu Picchu. De stad op 2.430 meter hoogte die de Inca’s vanaf 1420 op zo’n manier bouwden dat een heilige berg (Salkantay), een heilige steen (Intihuatana) en een heilig sterrenbeeld (het Zuiderkruis) op één lijn kwamen te staan.

Je leest wel eens dat de Spaanse kolonisten Machu Picchu ontvolkten. Er is niettemin geen enkel bewijs dat de Spanjaarden Machu Picchu ooit hebben aangevallen of er überhaupt geweest zijn. Vermoed wordt dat Machu Picchu stilletjes werd verlaten door een pokkenepidemie die de Spanjaarden meebrachten, hoewel het gissen blijft.

Pas in 1911 bracht de Amerikaanse ontdekkingsreiziger Hiram Bingham Machu Picchu onder de aandacht van de rest van de wereld. Dik 70 jaar later, in 1983, werd de ruïnestad toegevoegd aan de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Voor de gehele hike heb je de keuze tussen 4 of 5 dagen (hierover verderop meer). De daadwerkelijke afstand die je lopend aflegt verschilt per touroperator. Zo hebben wij volgens de stappentellers van mijn groepsleden maximaal 50 kilometer gewandeld. De rest deden we per bus en minivan.

 

Wat zijn de verschillen tussen de Salkantay Trek en de Inca Trail?

Dit is wat je tijdens de Salkantay Trail kunt verwachten

De Inca Trail is de historische route die je langs meer Inca-ruïnes brengt, het is het klassieke pad dat de Inca’s bewandelden. De Salkantay Trek is ruiger en biedt indrukwekkendere natuur (meren, gletsjers en besneeuwde bergpieken) en uitzichten.

In die zin zou je kunnen stellen dat de Inca Trail geschikter is voor cultuurliefhebbers en de Salkantay meer voor de mensen die vooral voor natuur en fysieke uitdaging komen.

Nog een aantal verschillen:

  • De Inca Trail is met 43 kilometer beduidend korter dan de Salkantay Trek (74 kilometer).
  • De klassieke Inca Trail duurt 4 dagen, terwijl je bij de Salkantay Trek de keuze hebt uit 4 of 5 dagen.
  • Tijdens de Inca Trail is het hoogste punt 4.215 meter bij de Dead Woman’s Pass, bij de Salkantay Trek 4.620 meter.
  • De Inca Trail moet je maanden van tevoren vastleggen (8 maanden is niet uitzonderlijk), wegens permits die per dag slechts 150 tot 200 mensen toelaten. Daarentegen kun je de Salkantay Trek relatief kort vooraf boeken, zeg enkele weken. Een week kan ook, maar hou er dan rekening mee dat je 2 nachten langer moet blijven in Aguas Calientes (de vereiste wachttijd indien je daar je ticket koopt).
  • Door de vereiste vergunningen en het gelimiteerde aantal plekken is de Inca Trail duurder dan de Salkantay Trek. Je moet denken aan prijzen tussen de 500 USD en 1.500 USD.
  • Qua overnachten heb je bij de Salkantay Trek meer opties: van kamperen tot berghutten en hostels. Op de Inca Trail is sec kamperen mogelijk. Daarbij slaap je tijdens de Salkantay Trek 1 nacht in Aguas Calientes, da’s bij de Inca Trail niet het geval. Daar kom je op de laatste dag Machu Picchu binnenlopen, waardoor het als een extra beloning voelt.

 

De Salkantay Trek: mijn ervaringen

Paarden verzetten flink wat werk op de trail

Eenmaal in Cusco ging ik op gesprek bij de touroperator. Hun kantoortje bevond zich op een wat ongebruikelijke locatie, weggestopt op de eerste verdieping van een oud gebouw waar ze beneden souvenirs verkochten.

Mocht je het niet gelezen hebben: ik had geen ticket voor Machu Picchu, en online was alles voor de komende weken totaal uitverkocht.

Een klein probleempje dus.

Toch waren er wel mogelijkheden, twee om precies te zijn: ze gingen proberen een geannuleerd ticket te bemachtigen (de kans was groot dat iemand wegens ziekte ging afzeggen) of ik moest twee dagen langer in Aguas Calientes (Machu Picchu Town) blijven en daar zelf een ticket regelen. Dat ticket reserveer je dan op de dag van aankomst (dag 3 van de Salkantay Trek) met een wachttijd van twee dagen.

Hoewel die laatste optie minder ideaal was, was de deur in ieder geval niet volkomen gesloten…

Hoe ging het uitpakken?

In het deel hieronder deel ik mijn hele Salkantay-verhaal met je.

 

Dag 0: de briefing voor vertrek

De dag voor vertrek kregen we aan het eind van de middag een briefing over de hike. Onze gids Lizandro stelde zich aan ons voor, de groep bestond uit ikzelf en vijf studievrienden uit Brazilië die in Amerika woonden: André, Arthur, Isabella, Bruno en Enzo. Niet ideaal, omdat zij elkaar al jarenlang kenden en ik er als ‘vreemdeling’ bijkwam.

Maar ja…

Lizandro pleegde nog even snel een telefoontje met iemand van hogerhand om mijn situatie goed in beeld te krijgen. Hij kreeg te horen dat ik waarschijnlijk een ticket kon overnemen van iemand die wegens ziekte zou annuleren.

Minder florisant nieuws volgde eveneens: de eerdergenoemde twee dagen wachttijd in Aguas Calientes waren recentelijk naar vier dagen verruimd. En buiten dat ik vier nachten overbruggen nogal fors vond, zou het simpelweg niet uitkomen met mijn reisschema. Ik had namelijk al een vliegticket naar Arequipa geboekt, rekening houdend met twee dagen wachttijd.

Met een zweem van onzekerheid rond me stapte ik de deur uit, en beet voorzichtig de uitgedroogde velletjes van mijn bovenlip af. Een teken van iemand die niet weet waar ‘ie aan toe is.

Wat wel zeker was, is dat we de volgende ochtend om vijf uur zouden worden opgepikt om te beginnen aan het vierdaagse avontuur.

 

Dag 1: Humantay Lake en kamperen in de bergen (8 kilometer, 5 uur hiken)

Op de eerste dag stond een van Cusco’s iconen op het programma: het Humantay Lake. Het zonnetje scheen, maar daarna veranderde alles…

 

Vier uur kachelen

Gezien het smalle straatje waar mijn Airbnb lag had ik gezegd dat ze me bij de kerk konden oppikken. Om iets na vijven stond de Mercedesbus daar op me te wachten. Nog pikkedonker was het.

Quick quick quick!” riep de licht gestreste Lizandro, schijnbaar hadden we haast. Een tikje overdreven leek me, gezien het tijdstip.

Ik sprong de bus in en ging links bij het raam zitten. Vervolgens pikten we de rest van de groep op en was het dan toch echt begonnen.

De route naar het startpunt van de wandeling naar het Humantay Lake zou inclusief een ontbijtstop vier uur duren. Waarvan een behoorlijk stuk over een onverharde weg.

De Braziliaanse Amerikanen waren met z’n vijfjes. Een van hen, Bruno, kwam naast me zitten en we lulden lekker over het aankomende wereldkampioenschap voetbal. De helden uit het recente en verre verleden kwamen natuurlijk voorbij: van Persie, van Basten, Gullit en Robben aan Nederlandse zijde en Ronaldo, Neymar, Pelé en Romario aan de Braziliaanse.

Voorin zag ik Lizandro’s hoofd meermaals naar links zakken, waarna hij telkens opnieuw wakker knikte.

Rond de klok van half acht stopten we in een gehucht zonder enige charme om te ontbijten. Het Plaza de Armas, het dorpsplein zoals iedere plek in Peru er eentje heeft, was omsingeld met bedoekte bouwhekken en zorgde voor een sfeerloze aanblik.

Lizandro ging ons voor naar een betonnen hok zonder ramen waar we aan een tafel konden zitten. Er was een schromelijk tekort aan natuurlijk licht, opgelost door een peertje aan het plafond met hard wit licht. Mijn stoel wiebelde aan alle kanten en ik was gelukkig net op tijd bij de les om in te zien dat ik beter een andere kon pakken.

Overigens schoot me nu ineens te binnen dat Lizandro me deed denken aan een geadopteerde jongen met Indiaas bloed, die vroeger altijd met zijn moeder en haar kortpittige kapsel door de Bredase straten fietste. Nooit zag ik hem zonder haar.

We aten zacht brood met sliertjes caramel en zoutige boter. De jam liet ik aan me voorbijgaan, gezien de vele chemische ingrediënten die me niet aanstonden. Hetzelfde voor de poeder die tot chocolademelk moest leiden. Lizandro en de andere lieden aten rijst, qua bodem had ik dat liever ook gewild (maar zo’n beetje overal op de wereld gaan ze er gemakshalve vanuit dat de meeste Westerse toeristen liever een gesuikerd wit toastje met een beetje jam voor ontbijt willen).

Omdat we er trek in hadden vroeg ik: “Do they have coffee?”

Niet lang daarna werd door de goedlachse medewerker een klein flesje gevuld met donkerbruin spul op tafel gezet. Koffie dus. Het was de bedoeling dat je er een vleugje van in je mok zou gieten, om de boel daarna aan te vullen met water.

De smaak?

Die was er niet. Zelfs niet zonder water.

Geloof me, vergeleken hiermee is Nescafé een goddelijk drankje (en ik vind Nescafé niet om te zuipen).

Ik ben buiten nog even een rondje gaan maken om wat daglicht mee te pakken. Op een bankje zaten twee gerimpelde dametjes in de zon, een met een wandelstok in haar hand en een met een mondkap op die zowat heel haar gezicht afdekte.

Tegen mijn bebaarde buurman Bruno uit de bus zei ik:

It would be so nice if there was a good coffee shop here right?”

Waarop hij ja-schuddend en hoestend van de slok water waarin hij zich verslikte wees naar de plek waar we net hadden gegeten, en met betraande ogen aangaf de koffie daar rampzalig gevonden te hebben.

Redelijk gevuld stapten we terug de bus in om de reis voort te zetten.

 

Een flinke klim

Half tien was het toen we na een hoop geslinger over onverhard terrein hoog in de bergen aankwamen in het plaatsje Soraypampa. Gekweld van misselijkheid stapten we uit. We bevonden ons op het startpunt van de wandeling naar het Humantay Lake, een gletsjermeer in de Peruaanse Andes op ongeveer 4.200 meter hoogte.

Aangekomen bij de start

Wat opviel waren een heleboel andere minivans en paarden die klaarstonden om het vuile werk op te knappen. Ik vond ze er zielig uitzien, zo op een kluitje in de brandende zon. Toen ik er heel voorzichtig eentje probeerde te aaien, deinsde hij achterover. Een teken dat ze de mens als gevaar zien?

Iedereen, behalve Arthur, Lizandro en ik, pakte wandelstokken erbij en we begonnen in alle rust aan de wandeling. Die ging langer duren dan voorheen het geval was, omdat een landslide een deel van de weg ontoegankelijk voor verkeer had gemaakt.

Toen we bij de oorspronkelijke start arriveerden werd het al gauw steiler en de lucht beduidend ijler. Als dit een voorbode voor de komende dagen was, ging het nog leuk worden. Het duurde niet lang voordat ik de groepsleden achter me liet en in mijn eigen tempo de berg trotseerde.

Het begon te rommelen in mijn maag, ik kreeg onmiddellijk een déjà vu naar die ene barre tocht op Lombok, naar de top van de Rinjani-vulkaan. Toen ik met tergende maagklachten telkens een plekje voor mezelf moest zien te vinden om te kunnen… je weet wel.

“Niet nu hè,” mompelde ik op zeurende toon tegen mezelf.

Ik ben er maar even bij gaan zitten, en propte een flinke hand cocabladeren in mijn mond. Misschien zouden de cocabladeren mijn darmen tot rust kunnen brengen. Slokje water, banaantje en happen naar lucht.

De eerste afdalers passeerden. Een aantal van hen vroegen waar ik vandaan kwam, een van hen zag er wel heel euforisch uit door haar grote glinsterende ogen en u-vormige mond. Minder euforisch was de Engelse gozer die kokhalzend langsliep en een sneeuwwit gelaat had.

Allicht hoogteziekte, en dus vroeg ik aan hem: “Do you want some coca leaves?”

No thank you. It’s the beers from yesterday,” bracht hij met moeite uit.

Vervolgens begon ik aan de laatste meters, al klinkt dit makkelijker dan het was. De helling werd immers alsmaar groter, het is niet iets waar ik me op voorbereid had. Niet dat ik daar veel aan zou hebben gehad, maar goed.

Achter de laatste heuvel hoopte ik op het gletsjermeer, en de tientallen mensen die ik rond zag sjokken verraadden het al een beetje. Nog een grote stap en daar stond ik voor het Humantay Lake; groots en groen, omringd door besneeuwde bergen.

Beneden bij het Humantay Lake

Door de bewolking echter niet in de potentieel mooiste vorm. De écht wonderlijke spark ontbrak. Daar moet ik bij zeggen dat ik al aardig verwend geraakt was, met het bijna betoverende turquoise van Laguna Parón en Laguna 69 in Huaraz.

Langzaamaan verschenen er meer mensen aan de oever van het meer. Tot ik Bruno met een dampend bakkie koffie spotte, de rest volgde erna. Met als opmerkelijkste verschijning de graatmagere Enzo, die zo lijkbleek was dat het nauwelijks nog gezond te noemen viel.

Verslagen door de hellingproef van jewelste en met parelende zweetdruppels op zijn voorhoofd vroeg André, een Braziliaan met Japanse voorouders, aan me: “Are you a runner?” Hij en zijn groep stonden versteld van de snelheid waarmee ik de berg opgeklommen was.

We liepen naar een hoger punt vanwaar je het geheel pas echt goed kon zien. In tegenstelling tot de anderen klauterde ik nog een stukje omhoog, langs zand en rotsen.

Voor me gleed een jongen met een grote Sony-camera bungelend om zijn nek uit, ondanks zijn robuuste bergschoenen. Met twee handen hing hij aan de spitse punt van een grote steen, en liet hij zich voorzichtig en uiterst behendig op een andere steen zakken.

 

De bergen zijn genadeloos

Geen idee hoelang we bij het meer bivakkeerden, ik gok een klein uur. De weg naar beneden voerde over een ander pad, en bracht ons naar een grasveld. Uit een hut rezen dunne rookpluimen op, ze waren druk bezig met de lunch. We lagen uitgeteld op de grond, met het schijnsel van de zon op onze gezichten.

Are there real toilets?” vroeg ik blij als een kind aan Bruno, die zojuist uit het gebouw was komen strompelen.

Alsof hij iets magisch had meegemaakt: “Yes, real toilets.”

Toen heb ik het er ook maar even van genomen. Het wc-gebouw was ronduit smoezelig, het mannengedeelte lag vol met matrassen en andere rotzooi en de wasbak was bedolven onder stof en viezigheid. Ik zeg het je alvast: neem pleepapier mee, want in openbare Peruaanse wc’s kun je ernaar fluiten. En wc-brillen evengoed trouwens.

Opeens sloeg het weer drastisch om, dunne regendruppels vielen uit de grijze hemel. Terwijl het rechts daarvan volkomen blauw kleurde. Ons stond echter de grauwheid aan de linkerkant te wachten.

We doken de tent in, waar we een tikje ongemakkelijk tegenover elkaar aan een uitklaptafel kwamen te zitten. Zodra het eten in schaaltjes werd binnengebracht, konden we in elk geval ook ergens anders naar staren dan louter naar elkaar (of ongemakkelijk net erlangs).

De maaltijd ging er goed in, ik was blij een flinke lading rijst binnen te hebben. Het zoutige soepje werkte bovendien opkikkerend.

Het laatste deel van de wandeling was wat restte. De regen werd erger, het begon zelfs te hagelen. Snel rende ik terug naar de tent om te schuilen. Sukkelig en onvoorbereid als wel vaker had ik mijn poncho niet in mijn rugzak gestopt. Evenals mijn trainingsjack dat me extra warmte kon bieden.

Toen de regen enigszins was gaan liggen sprintte ik richting André, die me eerder al zijn reservejack had aangeboden.

Grauwe omstandigheden

*KNAL*

De venijnige stenen veldden me, ik klapte tegen de harde vlakte.

Vlug checkte ik mijn telefoon waarmee ik langs een van de stenen kraste, ik had hem tijdens de sprint in m’n linkerhand (mijn broek en trui hadden geen zakken). Gelukkig waren de drie lenzen ongedeerd. En ikzelf was er eveneens verrassend goed uitgekomen; slechts een stukje huid onder mijn linkerduim bloedde. Weliswaar als een rund, maar goed.

Nadat ik mezelf weer had opgelapt ging ik in looppas op André af.

Rillend tikte ik hem op zijn schouder en bijna stotterend vroeg ik: “Can I borrow your Jacket now?”

Sure” en hij griste een tasje uit zijn rugzak en trok de opgerolde jas (type pufferjack) er voor me uit. Op zulke momenten voel je pas echt wat dankbaarheid is.

Op enig moment was ik ergens heel alleen halverwege een berg. Vanuit de verte leek ik een echoënd geschreeuw te horen. Daarop keek ik over mijn linkerschouder en zag ik een onbekend persoon in een rode jas druk gebaren dat ik naar beneden moest komen. Door die rode jas wist ik wel dat het iemand van de touroperator betrof. Grijnzend maar evengoed balend dat ik deze klim voor Jan met de korte achternaam had gedaan, ging ik naar beneden.

Wat bleek nu?

Ik was de camping al lang en breed gepasseerd. Omdat het pas drie uur was had ik het idee dat we nog een heel eind verder zouden hiken. Niet dus.

Op de camping

De moeheid van het vroege opstaan en de inspanning van vandaag viel aan ons allen af te zien. Daarnaast had de kou ons behoorlijk te grazen. We kropen onze tenten in, de enige beschutting die er was op deze verder kale vlakte. Met jas en al lag ik in de slaapzak, die ik maximaal dichtritste voor zoveel mogelijk warmte.

Ik deelde de tent met Bruno. In beginsel ietwat onwennig, we vulden stiltes op met het stellen van oppervlakkige vragen. Telkens nadat ik geantwoord had, dacht ik te merken dat hij aan het overwegen was door te vragen of op te houden. Ik weet niet of het uit ongemak was, maar op een zeker moment is hij de tent uitgegaan met als reden een biertje te willen drinken.

 

Diep in de ijskoude modder

Mijn maag was nog altijd een drama. Intussen was de zon achter de bergen gezakt en had de duisternis het overgenomen. Iedereen zat in een andere tent te kletsen, maar ik had daar oprecht geen puf meer voor. Het avondeten skipte ik ook.

Belangrijker was nu om een plekje te vinden om naar de wc te kunnen. Want een wc hadden ze hier niet.

Zuchtend ging ik rechtop zitten en ritste te tent open. Op mijn slippers sloop ik de donkerte in.

*Ffleeuwpt*

Voor ik het wist stapte ik in de ijskoude blubber, en stond ik met mijn rechtervoet tot mijn enkel in de drab. Veel ellendiger kon het niet.

Met mijn linkervoet wist ik in een reflex net de verharde overkant te halen, mijn andere slipper was diep in de smurrie verdwenen.

Die wist ik er ternauwernood met een zuigende plop uit te vissen.

Mijn sokken zaten compleet onder de ijzige modder die mijn voeten onderkoelde.

Snel verder naar mijn eigen toilet.

Precies als je privacy nodig hebt zal je zien dat er toch weer iemand opduikt. Zo ook nu. Een hoofdlamp scheen frontaal in mijn gezicht en verblindde me.

Met een stem die de kleine irritatie niet kon onderdrukken mompelde ik: “What are you doing?”

Ik hoorde een vrouwenstem lachend zeggen: “I am also looking for a toilet.”

Het was de rossige Isabella, en toen moest ik ook wel lachen. We gingen beide onze eigen weg, en ik vond verderop een hoge steen waarachter ik eindelijk m’n ding kon doen.

Terug in de tent verwisselde ik de ijskoude en vieze sokken gauw voor dikke droge sportsokken. Het duurde nog zeker een uur alvorens m’n voeten weer op temperatuur waren.

De groep zat inmiddels te eten, ik deed het met een handje geroosterde amandelen en wilde niets liever dan mijn ogen dichtdoen.

Gevoelsmatig na middernacht werd ik wakker door gepraat. Omdat we hadden afgesproken om vijf uur onder de wol vandaan te komen, ben ik -na het nog eventjes aangekeken te hebben- de tent uitgestapt en klopte op de verlichte tent waarvandaan de stemmen kwamen.

*Tik tik tik*

Stilte.

Vanuit een andere tent hoorde ik nat en snuivend gesnurk.

Ik: “Hello?” In gebrekkig Spaans: Está possible silencio?”

Betrapt en met frisse tegenzin klonk het: “Ja ja ja.”

Niet geheel gedachteloos ging ik terug naar m’n tent: ik voelde me zowel een feestjesverpester als iemand die deed wat moest. Te moe om daarover te gaan liggen malen viel ik snel in slaap.

 

Dag 2: gure omstandigheden op 4.600 meter hoogte (18 kilometer, 10 uur hiken)

De tweede dag was de meest intense van allemaal. Niet alleen qua hoogte en afstand, maar ook qua belevenissen.

 

De Salkantay Pass

Om vijf uur opstaan, dat is wat we hadden afgesproken.

Voor mij geen probleem, want ik sliep de avond ervoor lekker vroeg. M’n maag voelde ook al ietsje beter, hoewel zeker nog niet optimaal.

We kregen cocathee om wakker te worden van een onbekende man met donkere putten onder zijn ogen. Nog voor de eerste slok verontschuldigde ik me tegenover mijn tentgenoot Bruno voor al het gedraai en in mezelf gepraat de afgelopen nacht. Ik schrok een keer wakker toen ik aan het raaskallen was en om een of andere reden negentig graden gedraaid lag (over hem heen dus).

In de grotere tent naast ons was de tafel gedekt, er stonden allerhande lekkere dingen op tafel: roereieren, pannenkoeken, hetzelfde brood als de dag ervoor, gedroogd rundvlees (mij wat te heftig zo vroeg), havermoutpap en fruitsap.

Nadien begonnen we aan de Salkantay Pass, naar wat men zegt het zwaarste deel van de trektocht. Kort na vertrek was het onmiddellijk klimmen geblazen. De berg waarop ik gisteren al had gelopen (toen ik verkeerd zat) was opnieuw aan de beurt.

Maar eerst waren we gezamenlijk nog even getuige van een schitterend natuurfenomeen: de ongepolijste toppen van de bergkam kregen een oranje gloed door de opkomende zon.

Het hoogste punt van vandaag was liefst 4.620 meter, vanaf daar zouden we uitkijken op de besneeuwde toppen van de Salkantay, Humantay en Pumasillo.

Ik was er klaar voor!

 

Jaloezie uit onverwachte hoek

Wederom liep ik ver voor de groep uit, over een pad bezaaid met losliggende stenen. Op een gegeven moment kwam ik een driekoppig clubje tegen, twee Amerikanen (die ik de dag ervoor had leren kennen toen ze wild stonden te plassen) en hun gids. Ze hadden een draagbare speaker bij zich en Leave Me Alone van Michael Jackson dreunde langs de bergruggen.

We kletsten wat, maar de gids hield zich afzijdig. Kortaf en zonder me aan te kijken zei hij:

You better wait for your own group.”

Ik dacht echt van: waar bemoei jij je mee joh? (En straalde dat waarschijnlijk ook uit, waardoor de irritatie bij hem alleen maar groeide.)

Omdat ik geen zin had in gezeik heb ik toen maar even gewacht. Niet dat dit veel uithaalde, want binnen het half uur kruiste ik ze opnieuw. De twee Amerikanen groetten me, hun gids deed net of hij mij niet zag. Ik passeerde ze vlug, dan was die hobbel in ieder geval genomen.

Voor me zag ik telkens die immense witte bergtop, die machtig boven alle andere Andespieken uitstak.

Een vallei gedomineerd door joekels van stenen was waar ik toen belandde. In de verte flitste iets voorbij, een onbekend dier. Het leek wel een eekhoorn of zo. Ik kwam voorzichtig dichterbij, en zag dat het een konijn was. Een met een opmerkelijk lange staart.

*Klak*

Zo, die had ik vastgelegd (net op tijd trouwens, want voor ik het wist schoot ‘ie ervandoor tussen een rotsspleet).

Een meter of honderd voor me doemde twee iglotentjes op. Ik vermoedde van trekkers die deze tocht op eigen houtje deden. Toen ik ervoor stond klonk er een diepe gaap. Een jongen stak zijn warrige hoofd door de opening van de rechtertent, ik vroeg of hij en z’n vermoedelijke maat dit inderdaad alleen deden. Met een Engels accent en een schuurderige stem zei hij:

Yes, and we slept 14 hours in a row.”

Vet avontuur, dacht ik bij mezelf. Zo volkomen alleen.

Omdat we verder niet veel te bespreken hadden en ik bovendien niet ingehaald wilde worden door het Michael Jackson-gezelschap met de boze gids, ben ik vervolgens snel doorgegaan. Het pad zigzagde een nieuwe berg op.

Deze laatste klim was geen malse en toen ik een vlakke rots zag uitsteken, ben ik even gaan zitten om een chocolaatje te eten. Normaal zou ik de ingrediënten checken, maar ik kon me er nu niet druk om maken. Zo stil zittend was het plotseling verraderlijk koud geworden. IJzige windvlagen bliezen tegen mijn ontblote benen en wangen. Drie minuten later strompelde er een Peruaanse man met wandelstokken en blauwe lippen langs, die er door zijn kleding uitzag als een soort eskimo.

Nog een paar slokken water en ik ging weer door.

Ik hoorde stemmen van uitzinnige mensen; ik was op de top aangekomen. Veel van hen stonden te poseren bij het houten bord waarop ‘Abra Salkantay Alt. 4600 m.s.n.m’ stond. Rondom de top was het een aaneenschakeling van grillige bergen, de meeste daarvan in sneeuw gehuld.

De groep van drie was ondertussen ook gearriveerd, en hun gids wierp me voor het eerst vandaag een blik toe, behoorlijk vals. Er ging een zeker jaloezie vanuit.

Toen schimpte hij:

You need to wear a jacket and long pants. You think you’re an expert, but I do this already for 20 years.”

Mijn oren klapperden. Hij irriteerde zich overduidelijk aan me en mijn outfit, maar ik had geen trek om hem naar de mond te praten en te liegen dat ik het inderdaad anders had moeten aanpakken.

No, this is okay for me. I’ve also done many trekkings and I am not easily cold.”

Dit was olie op het vuur. Nadat hij zijn hoofd heen en weer schudde, foeterde ‘ie de andere kant op kijkend:

Och och och.”

De sfeer kon niet ongemakkelijker.

Gelukkig marcheerde hij weg (zij het verontwaardigd) en riep zijn groep bijeen om achter een rotsblok te schuilen tegen de wind.

Vrijwel op hetzelfde moment vroeg een getinte jongen of ik hem wilde filmen, hij begon oerkreten uit te slaan zodra de opname liep.

Ik heb nog zeker een half uur in de kou gebivakkeerd voordat de rest van de groep verscheen. In totaal een uur stilstaan op dik 4.600 meter is lang genoeg kan ik je zeggen.

Op de top van de berg

Lizandro gaf aan dat ik bij de eerstvolgende hut aan de rechterkant op de groep kon wachten. Die zou anderhalf uur verderop liggen. We zouden ter plekke beslissen waar te lunchen.

 

Lost

Het was een en al afdalen langs gravel en rotsblokken, daar valt verder weinig bijzonders over te melden. Behalve dan dat ook hier meerdere wegen naar Rome leidden en ik op een tamelijk uitdagende sectie terecht was gekomen.

Het goede nieuws: de bibberingen van boven waren volkomen verdwenen, het werd zelfs een beetje warm.

Het begin van de afdaling

Na een tijdje doemde er eindelijk een teken van menselijk bestaan op; ik zag iets wat op een dorp leek. Links van me stond een restaurant, was dit de plek die Lizandro bedoelde? Hij had het over de eerste hut rechts van me, dus het zal wel niet dacht ik.

Er zaten vier mannen op een bankje voor de hut. Een van hen stond op, greep een steen en gooide die naar de met tassen bepakte paarden.

Hey don’t do that, it’s not nice!” was mijn geagiteerde reactie.

Hoe durf je stenen te gooien naar zo’n beestje dat zo hard z’n best doet?

Pijnlijk om te zien zoiets. Mede omdat het voor hem doodnormaal leek, en hij geen enkele reactie gaf.

Gaandeweg heb ik bij meerdere eetplekken gepolst of ze wisten van onze touroperator en een eventuele reservering, maar telkens kreeg ik een nee te horen.

Aan de rand van dit geïmproviseerde dorp ben ik in het gras gaan liggen om wat te rekken en strekken, handstanden te doen en te wachten op de groep. Een zwarte labrador snuffelde aan mijn tas en ging daarna achter me in de zon liggen. Uit het niets doken de dragers en de twee koks van mijn groep op, twee van hen wezen de verte in. Ik zat in elk geval goed dus.

Ik genoot nog even van het zonnetje en ben daarna voortgegaan. De laatste eetzaken liet ik achter me, ik liep opeens in niemandsland op een onaantrekkelijk stenen pad omgeven door tropisch regenwoud.

En dan loop je ineens hier, helemaal verloren

Inmiddels was het al tweeënhalf uur nadat ik Lizandro gesproken had, ik checkte op de digitale kaart of ik wel op de goede weg van de trail zat. Dat bleek gelukkig het geval.

Iets in me zei dat ik de lunch gemist had, die was vast ergens in het dorp geweest waar ik een half uur geleden uit was gelopen. Daar stikte het immers van de tentjes om te rusten. Bovendien had Lizandro het over anderhalf uur, daar was ik al ruim voorbij.

De weg duurde en duurde, er leek geen eind aan te komen. Heel af en toe kwamen er paarden met dragers voorbij, voor de rest geen hikers zoals ik. Voordeel: ik kon hier rustig naar de natuur-wc gaan, mocht het nodig zijn. Met mijn zware hoofd in mijn handen ging ik in de berm zitten, ik had mezelf al neergelegd bij het missen van de middagmaaltijd. En misschien erger: het missen van de camping.

Voor het eerst deze hike voelde ik me lost.

11.44 uur gaf mijn telefoon aan, toen ik de zoveelste bocht insloeg. Een dikke drie uur na vertrek van de winderige bergtop. En waar ik het nauwelijks nog kon hopen, was daar een houten huisje met mensen in rode T-shirts. De dragers en koks van mijn groep!

Dat het nog een uur duurde voor de rest er was en we konden aanvallen, maakte me niks uit. Alles was alsnog goed gekomen, terwijl ik het niet meer verwacht had.

Het eten was overigens verrukkelijk, met de ceviche en de gefrituurde forel als hoogtepunten.

Mijn eerste keer opscheppen 🙂

De camping van vandaag lag op maximaal anderhalf uur lopen van de lunchspot. Oftewel: het zat er bijna op.

 

Kamperen in relatieve luxe

Ik had met Lizandro afgesproken in het dorpje Chaullay op de groep te wachten. Daar ben ik iets gaan drinken naast twee mannen die biertje na biertje inschonken en in steeds meer onnavolgbare gesprekken verzandden.

Toen de rest van de groep ten tonele verscheen heb ik het laatste kwartiertje met ze samen gelopen. De plek waar we zouden kamperen was een lodge en camping ineen.

De tenten werden opgeslagen op de veranda, omdat het met bakken uit de hemel kwam.

Uitzicht vanaf de veranda

Dit was trouwens ook de plek waar we voor het eerst wifi hadden, en Lizandro contact kon maken met het kantoor van de touroperator in Cusco. Ik bleef lekker offline.

Net toen ik hem wilde vragen of hij al wist hoe het ervoor stond met mijn ticket voor Machu Picchu, gooide hij er droogjes uit:

Oh by the way: they’ve got your ticket.”

Dit was nog eens even goed nieuws zeg! Ik hoefde dus niet twee extra (of misschien zelfs vier) nachten in Aguas Calientes te blijven om het zelf te fixen.

Mijn tijdslot was om zeven uur ’s ochtends en ik kreeg Circuit 3 toegewezen. De groep ging pas om een uur en deed Circuit 2, het was nou eenmaal een loterij welk ticket ik zou krijgen. Omdat ik niet met de groep mee kon, had ik geen gids. Ach, ik zou hier en daar wel iets op proberen te vangen van de tig gidsen die daar ronddwalen, dacht ik bij mezelf.

Wifi, een warme douche, toiletten… het was vergeleken met de dag eerder kamperen in luxe. Nog luxer was het voor twee Taiwanese dames: ze sliepen op echte bedden in een relatief grote tent (al zagen die bedden eruit alsof ze uit een ziekenhuis kwamen) en hadden zelfs massagemensen aan hun zijde. Kennelijk een exclusieve expeditie van 4.000 USD per persoon, zo liet Lizandro doorschemeren.

Beneden aan de houten balken kon ik mijn portie calisthenics doen, onder het toeziend oog van een witte puppy die constant speels andere hond aanviel, die daar duidelijk minder trek in had.

De puppy’s voerden nog een vermakelijk showtje op

In een ruimte die iets weghad van een steriele cel, aten we alweer een superlekker diner. In een sausje ondergedompelde kippenvleugels, gebakken aardappels, cassave en gekookte groenten. Voorafgegaan door een verkwikkend soepje.

Lekker eten in een onaantrekkelijke ruimte

Ik vond het erna wel mooi geweest en ben gaan tukken. Een aantal van de groepsleden dronk nog een biertje op de veranda, en is niet veel later ook afgezwaaid.

 

Dag 3: van Hidroeléctrica naar Aguas Calientes (10 kilometer, 3 uur hiken)

Tijdens de derde dag stopten we bij een koffieboerderij en liepen we ten slotte langs het spoor naar Aguas Calientes. Het werd spannender dan verwacht…

 

Landslides

De officiële route liep van de camping naar Hidroeléctrica, waar we dan vervolgens een trein naar Aguas Calientes zouden pakken. Een landslide jaren terug heeft de wandelroute echter volslagen uitgewist, de nieuwe weg was daardoor een stuk minder boeiend om te lopen, waren de woorden van Lizandro.

Met een strakke blik stelde hij daarom voor om per minivan naar Hidroeléctrica te karren, en in plaats van de trein naar Aguas Calientes te nemen, dit laatste deel wandelend langs het spoor te doen. In andere woorden: het ene verruilen voor het andere. Wel moesten we de minivan eigenhandig aftikken: iedereen 30 soles. We vonden het prima en vertrokken net na achten in een Toyotabus die duidelijk z’n beste tijd gehad had.

Onderweg zagen we welke schade de landslide had aangericht: het pad van weleer was totaal ingestort. We moesten enkele stokoude bruggen over, waarbij ik zo nu en dan mijn hart vasthield. Hetzelfde gold voor het passeren van en uitwijken voor onze tegenliggers, de onverharde weg was namelijk goed smal en de afgronden honderden meters diep.

We parkeerden het busje voor een koffieboerderij. Hier zouden we een korte break nemen.

 

Koffie branden

Omringd door koffieplanten leerde Lizandro ons het een en ander over het zwarte goud. Onder meer dat je enkel de rode bonen plukt en men naderhand de beste ervan selecteert voor de export. De rest blijft in Peru en de slechtste kwaliteit (de bonen die drijven in het water) gaat schijnbaar naar Chili.

Tussen de koffieplanten

Wat lachen was is dat we onze vangst op ambachtelijke wijze mochten branden. Dit gebeurde in een pannetje op een haardvuur, waarin we met een spatel alle bonen continu omkieperden. Nooit gedacht dat ze het nog op zo’n ouderwetse manier zouden doen!

Een peuter met één slipper en één blote voet stond erbij en begon daarna te huilen om aandacht van haar moeder af te dwingen. Haar schattige uiterlijk (ze had twee kleine staartjes, spleetoogjes en bolle wangen) deed me denken aan de Japanse tekenfilm Shinchan (ken je ‘m nog?).

De bonen begonnen donkerder te worden en de geur kreeg een verbrand tintje. Daarna was het tijd om ze handmatig te vermalen tot poeder. Dark roast-koffie was het resultaat, aanzienlijk donkerder dan de gemalen resten van eerdere sessies. We proefden het resultaat in een klein kopje, althans dat dacht ik. Het bleek de koffie te zijn die ze zelf al hadden gemalen (de onze was marketingtechnisch wellicht niet zo handig). Goed lekker wel!

Het einde had een commercieel tintje: koffie en chocola tegen torenhoge prijzen werden voor onze neus uitgestald, op een tactische manier dat je haast wel je portemonnee moest trekken. Maar ach, ik zag het meer als ondersteuning van de arme uitziende vrouw. Ik koos voor een zakje gemalen koffie, lekker voor in mijn mokkapot.

De zon liet zich rijkelijk zien en we gingen terug de minivan in. Op weg naar Hidroeléctrica en de laatste echte hike. Eenmaal daar kregen we een lunchbox mee en namen afscheid van de koks en helpers.

 

Wat bezielt je?

De weg langs het spoor was vooral eentonig en boeide verder niet bijster veel. Lizandro had ons voorafgaand weten op te winden met verhalen over over tropische vogels, al bleven die op hun geluiden na achterwege.

Opeens ontstond er een spannende situatie. We stonden pal voor een spoorbrug die toch zeker twintig meter boven een rivier hing en minimaal vijftig meter lang was. Toen ik de eerste stap zette stuitte ik op het probleem: tussen de houten bielzen zaten grote gaten. Verder geen enkele reling om je aan vast te grijpen.

No way dat ik dit ging doen. Wat als ik halverwege zou bevriezen? Of als ik mijn evenwicht zou verliezen? En als de trein zou aankomen?

Alleen, was er een andere optie?

De brug des onheils (check het bord rechts)

De andere groepsleden waren al aarzelend over de brug aan het gaan.

Goddank lag er rechts van het horrorpad een smal en moeilijk waar te nemen pad zonder openingen. Ik en Lizandro hebben die genomen.

Links van me hield ik met een moeilijke blik in de gaten of de groepsleden niet in de problemen kwamen.

Enzo zag me staren en riep stellig: “We told Lizandro that we wanted to take this way.”

Op de helft van de brug had Isabella het ogenschijnlijk lastig, ze bewoog niet en keek gebogen naar beneden. Dan ben je meestal gezien, maar op nogal miraculeuze wijze wist ze zich te herpakken en haalde evenals haar vrienden het eind.

Toen ik daar voor de brug stond en het voetgangersbordje met een dik kruis erdoorheen zag, wist ik dat ik me niet aanstelde.

Wat bezielde hen om voor deze zo gevaarlijke keuze te kiezen?

Denkende het spannendste moment van de dag gehad te hebben, liep ik nietsvermoedend verder.

 

Ontsnapt aan de dood?

Ik was al een heel eind vooruitgelopen en op een gegeven moment stond ik voor een tunnel, de tweede van vandaag. Vertwijfeld keek ik de langere donkere gang in, ik schatte zo’n honderd meter lang: moest ik dit wel doen?

Eerder had ik de trein al een paar keer langs zien komen rijden, met de weinige ruimte langs de spoorrails niet bepaald een pretje kan ik je zeggen. In de tunnel was zeker niet meer marge om het rijdende geweld te ontwijken, samen met de pure duisternis een regelrechte horrorscene.

Maar goed, welke andere optie had ik? Ik kon immers alleen maar rechtdoor via de tunnel.

Stap voor stap betrad ik de onderdoorgang, die me in het begin door het invallende licht nog iets leek te willen helpen. Daarna bivakkeerde ik in loutere duisternis en zag ik volstrekt niks meer. De zaklamp van mijn telefoon was nodig omdat de grond uit losse stenen en de rails bestond, het perfecte recept om je enkel te verzwikken.

Omdat ik wist dat ik zo snel mogelijk uit deze situatie moest zien te komen, zette ik het op een rennen.

Toen ik net voorbij de helft was, hoorde ik iets.

En nog geen twee seconden later:

*Choo-choo-choo*

Oh mijn god, nee toch hè.

De fucking trein komt eraan!

Onmiddellijk daarna verscheen het blauwe gevaarte met gele accenten vlak na de bocht die achter de tunnel lag. Hij kwam recht op me af.

*Choo-choo-choo* *choo-choo-choo* *choo-choo-choo*

De treinfluit galmde als een waarschuwingsschot door de tunnel. Ik moest nu als de bliksem beslissen: uitwijken naar de zijkant of als een gek terugrennen en mezelf voor de tunnel langs de kant in veiligheid brengen (als ik dat zou halen).

Nog één keer keek ik rechts en links van de spoorrails, en in een flits van een seconde zei m’n intuïtie dat de ruimte te klein ging zijn en ik aangereden zou worden.

Tijd om na te denken was er niet meer, ik draaide om en sprintte voor mijn leven. Met de adrenaline kolkend door mijn aderen wist ik het licht te bereiken en gooide ik mezelf tegen de rotswand langs de rails. De trein zoefde met een kilometer of dertig per uur rakelings langs me, ik had maar net genoeg speling om het staal niet te raken.

Hijgend en puffend vroeg ik aan mezelf:

Was ik zojuist aan de dood ontsnapt?

Op datzelfde moment kwam er een Aziatisch meisje aanlopen die ik maar moeilijk op leeftijd kon schatten. Aangeslagen vroeg ik of ze Engels sprak, en nadat ze “A little bit” zei waarschuwde ik haar voor het gevaar en welke helse ervaring ik zojuist had meegemaakt.

Are you okay,” vroeg ze zorgelijk aan me.

Ik zei dat het allemaal wel ging, maar stelde meteen de vraag hoe we dit deel het beste konden aanpakken.

Opnieuw: welke andere optie dan de tunnel ingaan hadden we?

Na nog even te twijfelen zijn we beiden de tunnel ingerend, ervan uitgaande dat er niet weer zo rap een volgende trein zou komen.

Met angst in mijn lijf spoedde ik me door de donkerte, waarbij ik tegelijkertijd goed moest oppassen waar ik mijn voeten liet landen. Godzijdank verliep het zonder problemen, allebei stonden we nu buiten de tunnel, veilig aan de flanken.

 

Aguas Calientes

Daarna ben ik rennend doorgegaan naar Aguas Calientes, ik had de weinig wisselende spooromgeving intussen ook wel gezien eerlijk gezegd.

Even later zag ik door het struikgewas achter de rivier een klein dorp opdoemen; dit moest Aguas Calientes zijn, de plaats vernoemd naar de daar gelegen warmwaterbron.

Nog voor de klok van een uur ’s middags daalde ik via een lange ingebouwde trap af naar de rivier. Toen ik mijn eerste stap op de stoep zette wist ik het zeker: ik was aangekomen.

Na een foto gemaakt te hebben van de snelstromende rivier die zich een weg door het dal kronkelde met daaromheen gigantische kliffen, ben ik in het zonnetje gaan zitten en heb ik mijn lunchbox erbij gepakt. Gebakken rijst met flink wat kip en een groot stuk gekookte cassave. Die koolhydraten kon ik nu goed gebruiken.

Beentjes over elkaar en smullen maar. Heerlijk!

De zon trok langzaam weg en ik volgde de gouden stralen naar het hogergelegen deel. Daar ben ik op een houten bankje geploft, wachtend op de groep.

En hij kwam erbij liggen 🙂

Een poos later liep daar plots iemand in een rode jas: het was Lizandro. Ik vertelde ze direct over de tunnel en de trein, waarna het stil werd en ze me glazig aankeken:

Arthur: “We haven’t been through a tunnel.”

Ik liet mijn wenkbrauwen zakken en vroeg hoe ze dan in vredesnaam gelopen waren, nergens had ik een ander pad gespot.

Bleek dus dat ze eerder bij een klein treinstation een afslag naar beneden hadden genomen, zo gezegd de gangbare route om te volgen.

Des te meer realiseerde ik me een pad genomen te hebben dat misschien wel helemaal niet de bedoeling was om als wandelaar te zijn.

Lizandro gidste ons naar het hotel waar we de nacht zouden doorbrengen, dwars door het drukke centrum van Aguas Calientes.

Aguas Calientes was iets wat ik al verwachtte: weliswaar sfeervol, maar bovenal een voor toeristen uit de grond gestampt dorp met volop restaurantjes, massagezaken en hotels. Best gezellig in het begin, al heb je het er daarna vrij snel gehad. Alles is er drie keer zo duur als je gewend bent en de voortdurende vraag of je een massage wilt of een hap wilt komen eten telkens afwimpelen, is aardig vermoeiend.

In de lobby van het hotel sprak Lizandro nog wat laatste woorden en vertrok vluchtig richting de trein. Voor de laatste dag was er een andere gids geregeld.

(Ik zou Machu Picchu zoals gezegd zonder gids verkennen, ik had namelijk een ticket voor een ander tijdslot.)

Moe doch voldaan stortte ik op mezelf op bed. Even relaxen, even geen mensen, even niks. Na de afgelopen basale dagen was dit toch wel ultiem genieten hoor. En na twee dagen geen douche en barre kou voelde de warme waterstralen als pure luxe. En wat dacht je van een wc? Bovendien smetteloos? Ook die had ik twee dagen moeten missen (op de camping vanochtend na dan, maar die was ondergescheten, had geen bril en amper privacy). Weet je hoe fijn die pot dan is?

(De details daarvan zal ik je besparen.)

Die avond aten ik en de groep als afsluiter nog wat met elkaar. Een tafeltje voor zeven (ik, de groep en de nieuwe gids) was door de touroperator geboekt, om zeven uur moesten we ons melden. Op het menu stond alpaca. Verrassend, en hoewel ik eerlijk gezegd niet wist of ik dat wel wilde ben ik er toch maar voor gegaan. Ietwat taai, maar op zich best prima.

Biefstuk aan een stokje als voorgerecht

Evengoed verrassend was dat de drankjes niet inbegrepen waren. Die moesten we zelf aftikken. Toen ik mijn ogen scannend over de menukaart liet gaan begreep ik gauw waarom: vier euro voor een glas water, tien euro voor een pilsje van de tap en nog schokkendere bedragen voor een cocktail. Hoe kon zoiets in Peru? Gebruikmaken van Machu Picchu mag, maar dit voelde als pure uitmelking.

Zouden we trouwens nog alpaca’s te zien krijgen? vroegen we ons af. Je ziet ze immers op een hoop foto’s van Machu Picchu voorbij komen.

Het antwoord op die vraag zou de volgende dag volgen.

 

Dag 4: Machu Picchu bezoeken

De laatste dag stond in het teken van Machu Picchu. Ik moest al vroeg uit de veren, omdat ik een ticket voor zeven uur had.

 

Pretpark-vibes

Bloedchagrijnig was ze, het hotelmeisje dat het ontbijt verzorgde. Toen ik tegen mezelf zei dat ze best iets vrolijker mocht kijken, dacht ik vrijwel meteen daarna: ik snap het ergens wel, alle rotzooi van de mensen om half zes ’s ochtends opruimen is natuurlijk ook geen pretje. Hoe zou ik het vinden?

Mijn keuzes van het buffet waren niet per se alledaags: vijf bananencakejes en een minicroissant met boter, een kom yoghurt met honing, wat eieren, een donkerrode fruitsap en twee dubbele espresso’s.

Iets na zessen verliet ik het hotel en nam ik een van de zijstraatjes naar de rivier. Daar ergens zou de bus vertrekken.

En hoewel je weet wat je kunt verwachten, verwacht je het ook weer niet of zo. Ik heb het over de gigantische rij die op de kade stond, stuk voor stuk mensen die op de bus aan het wachten waren. Het zorgde bij mij voor een pretpark-gevoel, een gevoel wat je het liefst mogelijk zo min mogelijk benadert op reis.

Twintig meter verder zag ik een loket waar je volgens mij kaartjes kon kopen. Ik dacht daarom verkeerd te staan, ik had immers al een ticket. Dit gevoel werd versterkt door figuren die langs de rij sjokten naar (waarschijnlijk?) een betere plek.

Aan een gids die ik Engels hoorde praten vroeg ik: “Is this the line for the bus if you have a ticket already?”

Dit bleek het geval, er zat zodoende niets anders op dan wachten.

Een half uur later en twee kaartjescontroles verder kon ik als laatste de desbetreffende bus in. Ik zat in het midden achterin, “Like a king,” aldus de vijftiger rechts van me die een witte gloed op zijn gezicht had van de zonnebrand en klitterige haarpieken die onder een petje vandaan kwamen.

De weg slingerde omhoog tot we een klein half uur erna de magische grond van de Incastad opreden. Minder magisch waren de ziekelijke rijen.

 

Machu Picchu

De rij voor mijn Circuit (3) viel overigens best wel mee. Het was met name die van Circuit 2 (de populairste) die moemakende vormen aannam.

(Het is bij deze ingang waar er om je paspoort gevraagd wordt, zorg dus dat je die bij je hebt.)

Ticket scannen, paspoort checken en hupsakee ik kon het pad betreden, en het archeologische spektakel van dichtbij bewonderen.

Het was pas 7.24 uur terwijl ik er voor m’n gevoel al een halve dag op had zitten. Kauwend op de cocabladeren was de eerste oogopslag direct waanzinnig: duizelingwekkende terrassen, stenen tempels en de majestueuze piek van Huayna Picchu gaven een mysterieuze vibe.

Hoe bijzonder is het dat mensen dit honderden jaren geleden gebouwd hebben en hier leefden?

Op een gegeven moment bevond ik me bij open vensters die van onder breder waren dan boven. Nieuwsgierig als ik was luisterde ik op gepaste afstand naar het verhaal van een gids, die niet goed leek te weten wat hij met mijn aanwezigheid moest. Klaarblijkelijk konden de Inca’s hiervandaan hun vijanden tijdig observeren, al werden specifieke posten buiten de muren daar eerder voor gebruikt.

Verderop in de hoek lag de ingang van de trail die naar de top van Huayna Picchu voert. Een wandeling die het gros laat schieten, mede door de extra kosten van 78 dollar. In het donkere kamertje zat echter niemand, en ik probeerde het maar gewoon. Missie mislukt, want kort daarna zag ik een ander houten hok waar mensen hun kaartje moesten tonen.

Ach ja, ik hoefde hier toch niet zo nodig naartoe.

Het stemmetje in mijn hoofd zei een stukje verder: waar zijn de alpaca’s en lama’s die je op al die foto’s van Machu Picchu ziet?

Inderdaad, ik heb er geen een gezien?!

Ik peilde bij een gids van kleiner dan een meter zestig hoe dit precies zat. Naar zijn zeggen zou er op Circuit 2 welgeteld één lama rondlopen. Tegenvallertje dus. Hoewel, als er meer zouden zijn, zou het vermoedelijk tot commerciële praktijken leiden. Foto’s in ruil voor geld en zulke dingen, zoals in de straten van Cusco.

Krap twee uur heb ik rondgelopen door de ruïnestad, buiten kon ik verbazingwekkend rap de bus in om terug naar Aguas Calientes te rijden.

 

Een potje voetbal

Het was nog geen eens tien uur en ik zat op een bankje in de zon op het dorpsplein van Aguas Calientes. Er was een markt en een hoop reuring. Vanaf het opgebouwde podium stond een man in de microfoon te blèren, alsof hij prijzen van de bingo omriep.

Ondertussen waggelde er een vrouw op Crocs langs met twee lange vlechten en een hoed, en in haar beide handen twee zwarte potten verf.

Daarna liep ik de heuvel van de hoofdstraat op en plofte ik op de zachte bank van de hotellobby, tamelijk vermoeid van het vroege opstaan. Mijn trein ging pas om vijf voor drie, een hele poos nog dus (het was elf uur).

Nee, die uren ging ik niet uitzitten in de lobby, dan zou ik echt door en door gaar aan de terugreis beginnen. Liever ging ik ergens iets eten en wellicht sporten of van het zonnetje genieten.

De andere optie was om naar de nabijgelegen Hot Springs te wandelen, al had Lizandro verteld dat die helemaal niet de moeite waard waren.

Omdat ik geen zin had om in een duur toeristisch restaurant aan te schuiven (zoals die avond ervoor), checkte ik of er een lokaal eettentje in de buurt te bekennen was. Vervolgens liep ik over de hangbrug waarvan het hekwerk onder duizenden kleurrijke hangslotjes zat, opzienbarend! Blijkbaar liefdesslotjes.

Ten slotte belandde ik bij Kusi Paya, een heuse aanrader. Ik stond versteld van de ambiance, die in de verste verte niet leek op het gemiddelde lokale restaurant in Peru. De soep als voorgerecht was superlekker, mijn hoofdgerecht was gebakken kip met rijst en friet. En een zoetig rijsttoetje na.

Ik had eindelijk weer wat energie getankt.

Twijfelend of ik terug naar het hotel zou gaan of misschien toch ging sporten, viel mijn oog op de open deur van het in de zon badende kunstvoetbalveld. Ik loerde naar binnen en zag een paar goaltjes staan waarvan ik de lat kon gebruiken om pull-ups te doen. Ik had alleen geen trek in bekijks, de werkelijkheid was gelukkig minder erg dan ik dacht. Ik kon zelfs tamelijk onopgemerkt handstand-pushups doen.

Nadat ik uit het toiletgebouw kwam (uiteraard zonder wc-papier, vol remsporen en een vieze natte vloer), schoot een jochie een bal naar me. Hebben we nog even lekker staan ballen.

De moeheid van net na de terugkomst van Machu Picchu was nagenoeg verdwenen, en met hetzelfde gevoel als na een powernap wandelde ik terug naar het hotel om de duffeltas op te pikken en richting het treinstation te gaan.

 

Terug naar Cusco

Het treinstation vinden bleek nog een hele opgave. Via een overdekte markt liep ik eerst verkeerd (en deze keer niet op basis van intuïtie, maar door verkeerde aanwijzingen). Ik moest klaarblijkelijk terug naar boven, tot ik daar een bordje met ‘Train Station’ aan een touwtje zag bungelen.

Voor me zwalkte een kleine mevrouw met een watermeloen-karretje. Meer van links naar rechts dan naar voren. Tegen de tijd dat ik bij het treinstation was had ze pas door een hele file te hebben veroorzaakt, en ze verontschuldigde zich door “oh ohdisculpa” te stamelen. Het had eerlijk gezegd wel iets liefs.

De treinreis van Aguas Calientes naar Ollantaytambo is geen goedkope aangelegenheid. Je bent er zo 80 dollar voor kwijt. Dat gezegd hebbende, had ik wel wat comfort verwacht. Mooi niet, stoelen tegenover elkaar en een vrij oude boel.

Frontaal voor me zat een Boliviaanse man die als gids voor een Duitse groep werkte. Een vollere vrouw was een van hen, en zat naast me aan de raamkant, met haar op Eckhart Tolle lijkende vader tegenover haar. Als hij een dier zou zijn, dan was het een lief muisje.

Mijn energie was ver te zoeken en het laatste waar ik trek in had was om met iemand tegenover me te gaan zitten kletsen. De Boliviaanse gids met grijze stekeltjes zat me echter indringend aan te kijken, zo erg dat ik er een tikkeltje ongemakkelijk van werd.

Omdat ik niet wist waar ik moest kijken, sprak ik m’n buurvrouw maar aan:

I don’t like trains where you sit in front of each other, there’s no room to watch freely.”

Verrast dat ik haar aansprak knikte ze en ging ik verder: “You understand wat I mean?”

Ze moest lachen, ongecontroleerd hinnikend, en gaf aan dolbij te zijn in elk geval naast het raam te zitten.

De sniperende ogen van de Boliviaan waren nog altijd op me gericht, dusdanig dat ik er niet omheen kon. Hij had een grimas met een flauwe glimlach die ik niet goed kon thuisbrengen.

Precies toen ik mijn ogen te lang liet hangen deed hij wat nooit meer lang had kunnen duren: hij vuurde vragen op me af en wervelde zinnen naar me over zijn leven als gids. De signalen van mijn kant dat ik geen trek had om te praten, kwamen allerminst aan.

Ik tikte tegen de vlezige arm van mijn buurvrouw en fluisterde:

Some people really like to talk haha, and don’t really sense when others don’t want it.

Nadat ik mijn blik terug op de Boliviaan richtte en hij naarstig op zoek was naar contact, moest ik mezelf in bescherming nemen:

And now it’s time to close my eyes.”

Niet dat ik kon slapen, maar ik hoefde in elk geval geen onaangename prikkels meer te verwerken. De gids leek er ook wel vrede mee te hebben.

Niet heel veel later spiekte ik of hij zijn ogen dicht had en de kust veilig was om de mijne te openen. Hij gaf de indruk een enkeltje dromenland genomen te hebben: zijn hoofd was naar achteren gekanteld en zijn mond hing halfopen.

Op datzelfde moment keek ik eigenlijk pas voor het eerst door het glazen plafond, waar een berg gehuld in sneeuw me lichte euforie bezorgde. Voor de foto was ik jammergenoeg net te laat.

Deze rit naar Ollantaytambo duurde twee uur, vervolgens ben ik opgehaald door een medewerker om de laatste etappe naar Cusco per minivan af te leggen.

In de bus zat een andere groep die de Inka Trail had gedaan. Een van hen was een Deen van achterin de vijftig, die bij het stellen van een vraag oeverloos begon te ratelen. Tot aan problemen op het politieke wereldtoneel aan toe. Steeds als ik een vraag stelde dacht ik: waarom doe ik dit?

Keep your eyes closed,” zei de bijrijder plots. We ontweken een reusachtige rots die recent naar beneden gestort was en de weg dwarsboomde, en jakkerden langs een diepe afgrond. Opnieuw een landslide, niet de eerste van dit avontuur.

Tegen half acht reden we de hectiek van Cusco binnen. Ik werd afgezet bij de San Pedro Market en hoopte vurig chocoladepinda’s te kunnen inslaan. De markt was niettemin al gesloten, ik kocht daarom nog wat simpels in de supermarkt. Puf om in een restaurant te zitten en sociaal te functioneren (hoe miniem ook) had ik niet meer.

Mijn kamer voelde als de enige plek waar ik wilde zijn. Op het gammele nachtkastje had ik een zak chips gelegd en een kom yoghurt met havermout en pompoenpitten gezet.

Ik trok de drie lagen dekens over me heen om de kou te overwinnen. Tegelijkertijd at ik als een bezetene van de chips, en daarna de yoghurt om toch iets gezonds binnen te krijgen. (Een nogal aparte combinatie, ik weet het.)

Het laatste fysieke feitje was het poetsen van mijn tanden en het uittuffen van het schuim in de toiletpot. Schuim dat vervolgens als een draaikolk de diepte in werd gezogen.

 

Waar heb ik de tour geboekt?

Ik heb de tour geboekt bij AB Expeditions. Ze zijn zeker niet het goedkoopste, maar staan wel bekend als een van de betere operators in Cusco.

Ook hanteren ze een maximum van tien personen per groep, zo bestond de onze uit slechts zes man. Dit terwijl sommige groepen uit twintig man (of meer) bestaan.

Daarbij was het eten erg goed moet ik zeggen. Niet bijvoorbeeld karige toast met een ei als ontbijt, maar echt van alles en nog wat: pannenkoeken, havermout, flink wat fruit en (redelijk) lekkere koffie.

Tig soorten fruit als ontbijt

Verder sliepen we de laatste nacht in een comfortabel hotel, waar de kamers via Booking.com meer dan 100 euro kostten.

Tot slot waren alle entrees en het vervoer bij de prijs inbegrepen. Lizandro vertelde me dat de treinrit van Aguas Calientes naar Ollantaytambo er bij de goedkopere excursies bijvoorbeeld niet bij zit. Toch weer 80(!) USD, zo zei hij. Hetzelfde geldt voor het ticket voor Machu Picchu, afhankelijk van je keuze 152 PEN (Peruaanse sole) tot 200 PEN. Zij kopen er een voor je die je toegang geeft tot het beste Circuit (2).

 

Wat zijn de kosten voor de Salkantay Trek?

Bij het Humantay Lake

De trekking die ik heb gedaan kost 720 USD voor 4 dagen. Best pittig dus, al moet je niet vergeten dat je 4 dagen op pad bent en je slaapplekken, eten en drinken geregeld zijn.

Het kan absoluut goedkoper, maar check goed wat wel en niet inbegrepen is. De goedkoopste tours starten zo rond de 350 USD.

Welke extra kosten kwamen er bij mijn touroperator bij?

  • 20 USD voor de huur van een slaapzak
  • 20 USD voor de huur van wandelstokken (die heb ik overigens niet genomen)
  • Fooi naar keuze voor de kok, assistent-kok, twee dragers en de gids (dit kwam neer op in totaal 50 USD per persoon)

Alle andere kosten waren gedekt, om precies te zijn:

  • 120 euro voor een hotelovernachting in Aguas Calientes
  • 200 PEN (zo’n 60 USD) voor het Machu Picchu-ticket
  • 24 USD voor de busretour van Aguas Calientes naar Machu Picchu
  • 20 PEN (zo’n 6 USD) om toegang te krijgen tot het Humantay Lake
  • 10 PEN (zo’n 3 USD) voor toegang tot Mollepata
  • 25 PEN (zo’n 7 USD) voor toegang tot de Salkantay Trail
  • 25 USD voor de treinreis van Hidroelectrica naar Aguas Calientes
  • 80 USD voor de treinreis van Aguas Calientes naar Ollantaytambo
  • Een onbekend bedrag voor de minivan van Ollantaytambo naar Cusco

Regel je het zelf, dan kun je de treinreis ook skippen en kiezen voor de bus. Dan ben je voor 15 USD tot 20 USD klaar. De panoramatrein is daarentegen een hele belevenis, omdat je via het glazen plafond en de ramen aan de zijkant van prachtige uitzichten geniet. Desondanks is de realiteit dat je waarschijnlijk doodmoe bent en grotendeels met je ogen dicht de trip doorbrengt. Ook is de trein ronduit spartaans en zit je tegenover elkaar, voor 80 USD had ik meer comfort verwacht.

 

Kun je de Salkantay Trek ook zonder tour doen?

Yep, dat is toegestaan. Uiteraard moet je dan wel alles zelf meenemen en dragen: tent, slaapzak, matje enzovoorts. Plus alle kosten los betalen. Op de route kom je langs genoeg tentjes om iets te eten en te drinken. Ook hostels, coole houten huisjes en hippe glamps zijn er volop trouwens.

Ik ben onderweg best wat lui tegengekomen die het op eigen houtje deden. Natuurlijk wel het ultieme avontuur.

 

Machu Picchu: waar boek je je ticket en welk circuit kies je?

Als je geen tour boekt zal je ook zelf je kaartje voor Machu Picchu moeten kopen. Je regelt je ticket hier. Meer dan een maand op voorhand is echt wel aan te raden indien je toegang wilt tot Circuit 1 of 2 (zie verder).

Er zijn drie circuits om te uit te kiezen voor Machu Picchu, die ieder ook nog hun eigen subroutes (in totaal tien) hebben. Tamelijk complex dus.

Aanraders:

  • Circuit 1 – Route 1-A (Ruta Montaña Machupicchu): deze route geeft je toegang tot de Machu Picchu-berg vanwaar je een weergaloos uitzicht over de hele citadel hebt.
  • Circuit 1 – Route 1-B (Ruta Terraza Superior): hier maak je de klassieke ansichtkaartfoto van Machu Picchu.
  • Circuit 2- Route 2-A (Ruta Clásica Diseñada): leidt je naar een van de mooiere uitkijkplatforms. Circuit 2 wordt over het algemeen als meest complete route beschouwd.

Zelf heb ik Circuit 3 gelopen. Evengoed mooi hoor, al heb je hier niet het uitzicht vanaf boven op de citadel zoals bij Circuit 1 en 2. Maar goed, ik had geen keuze omdat ik afhankelijk was van eventuele gecancelde tickets. Ik was zodoende al lang blij dat ik überhaupt een ticket wist te bemachtigen.

 

Is de Salkantay Trek zwaar?

Hoe fit je ook bent, de steile gedeeltes zullen voor de meeste mensen even doorbijten zijn. Ik bedoel, ik train iedere dag maar de hoge hellingsgraden plus de hoogte an sich voel je gewoon.

Toch zeg ik daarbij dat er in onze groep ook een aantal mensen meeliepen die zeker niet uitblonken in fitheid. En hoewel ze het zwaar hadden (tot afzien aan toe), hebben ze het wel gewoon gered.

 

Vier of vijf dagen: welke kiezen?

Zoals aangegeven kun je voor wat betreft de Salkantay Trek kiezen uit 4 of 5 dagen. De route wijkt af op details, maar alle plekken van de vierdaagse variant komen bij de vijfdaagse variant ook aan bod.

Door sommige touroperators wordt er tijdens de vijfdaagse trek een stop ingelast bij de thermale baden van Cocalmayo. Daarnaast zal je op dag 3 overnachten in het koffieplaatsje Lucmabamba, om daarna via Llactapata naar Hydroelectric te hiken en tot slot per trein naar Aguas Calientes reizen (of je loopt dit stuk, afhankelijk van wat je touroperator aanbiedt).

Zelf heb ik de trip van 4 dagen gedaan en vond het helemaal prima. Ik heb geen moment het idee gehad dat we aan het haasten waren of zo. Na 3 nachten (en 4 dagen) vond ik het eerlijk gezegd ook wel weer lekker om terug naar Cusco te gaan.

Het prijsverschil tussen beide val reuze mee, dit gaat om enkele tientjes.

 

Wat neem je mee?

Leuke huisjes om in te overnachten (dit was op dag 3)
  • Kleren voor 4 dagen (zie verderop voor de details hieromtrent)
  • Hardloopschoenen volstaan
  • Handschoenen
  • Eventueel een muts (zelf niet nodig gehad)
  • Slippers
  • Een poncho (was bij ons inbegrepen, net als een hoes om je rugzak droog te houden)
  • Een handdoek
  • Een slaapzak (kun je huren)
  • Eventueel wandelstokken (kun je huren, zelf niet nodig gehad)
  • Een hervulbare fles water
  • Eventueel een hoofdlamp (de zaklamp van mijn telefoon voldeed)
  • Eventueel een zonnebril plus een petje
  • Je paspoort
  • Je telefoon
  • Cash om onderweg een drankje te kopen (Inca Kola!), te douchen op de camping (10 PEN), eventuele wifi (10 PEN) en om fooi te geven
  • Eventueel zonnebrand en insectenspray (zelf niet nodig gehad)
  • Wat snacks zoals pinda’s, chocola, bananen enzovoorts (al waren ook die bij ons verzorgd)
  • Toiletspullen
  • Wc-papier
  • Oordoppen (tijdens de tweede nacht waren er veel hanen en honden actief)
  • Cocabladeren voor de hoogte en energie

Voor wat betreft je kleding: de meesten brengen een jas mee, maar ik heb het met een longsleeve en een trainingsjack gedaan. Verder had ik een strakke trekkingsbroek van Jack Wolfskin (aanrader), een korte broek, voldoende boxershorts en sokken (vier paar), twee T-shirts en twee tanktops meegenomen.

Al deze spullen (maximaal 7 kilo) konden we in een duffeltas doen, die werd meegebracht door de touroperator en vervoerd door paarden. De spullen die je nodig hebt voor de hike doe je in je daypack.

 

Waar laat je je backpack?

Voor wat betreft je backpack heb je twee keuzes: of je laat ‘m achter in je ho(s)tel of bij de touroperator waarmee je op pad gaat.

Ik heb voor de eerste optie gekozen, zodat ik na de tour meteen terug kon naar mijn Airbnb en niet ook nog mijn tas bij de agency moest ophalen.

Ga je direct door naar het vliegveld? Dit was het geval voor de Brazilianen uit m’n groep. Alles was op en top geregeld: de touroperator heeft ze vanuit Ollantaytambo per minivan naar Cusco Airport gebracht. Ze hadden hun backpacks achtergelaten op het kantoor van de agency, die ze voor hen naar het vliegveld vervoerde.

 

Wat is de beste reistijd voor de Salkantay Trek?

Ik raad je aan om de Salkantay Trek in het droge seizoen te hiken, dit loopt van mei tot en met oktober. Je bivakkeert voor een lange tijd boven de 4.000 meter hoogte, nattigheid en bevriezende wind is dan het laatste wat je wilt.

Februari is normaal gesproken de natste maand en wordt door veel touroperators overgeslagen. De fameuze Inca Trail is dan zelfs gesloten.

Hoewel ikzelf de Salkantay Trek eind mei liep, had ik op sommige momenten alsnog te kampen met gure weersomstandigheden. Ze zeggen niet voor niets dat het weer in de bergen zo veranderlijk is als wat. Daar moet je dus te allen tijde op beducht zijn.

 

Waar in Cusco raad ik je aan om te overnachten?

De uitvalsbasis om aan de Salkantay Trek te beginnen is Cusco. Wegens de ligging op 3.399 meter hoogte en de nog hogere hoogtes tijdens de Salkantay Trek, wordt aangeraden om in elk geval 2 dagen te acclimatiseren in Cusco. Sowieso is het wel een leuke bestemming om te zijn moet ik zeggen. Ik heb de fijnere slaapplekken voor je op een rijtje gezet.

Laat ik beginnen met een aantal toffe hostels. Het Tucan Hostel, het Way Kap Hostel Cusco en het Auquis Hostel zijn uitstekende keuzes.

Een kleinschalig hotel waar ik heerlijk heb geslapen is Casa Antade. De locatie is op een heuvel, op korte afstand van het drukke centrum. Liever een budgethotel? Ga dan voor Eco Bunnu Inn Santa Ana of het El Tuco Hotel. Pure luxe vind je bij het Aranwa Cusco Boutique Hotel, Casa Cartagena Boutique Hotel & Spa en Palacio del Inka.

Tot slot kun je ook een appartementje huren, ideaal wanneer je met een groep reist en/of een eigen keuken wilt. Twee aanraders zijn Zans Apartments en Casona La Recoleta.

Meer weten over Cusco? Al mijn tips over dit bruisende stadje vind je in deze gids.

Avatar foto
Over de auteur

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van diverse succesvolle reisgidsen, waaronder 'Backpackgids Azië', 'Backpackgids Australië' en 'Backpackgids Zuid-Amerika'.

Laat een reactie achter

Over mij

Ik, Robbert, heb begin 2014 alles opgezegd om van reizen mijn leven te maken. Mijn doel is om andere backpackers te ondersteunen en te inspireren met de ervaringen die ik opdoe. Ga jij binnenkort ook op avontuur?

Lees hier mijn persoonlijke verhaal.

Coaching

Zit jij met vragen? Voel je je ergens onzeker over? Kan jij simpelweg wel wat persoonlijke hulp gebruiken met betrekking tot je reis?

Laat mij je dan 1-op-1 coachen, en ga die reis maken waar je van droomt.

Vertel me meer

Mijn reisgidsen

Al jarenlang schrijf ik avontuurlijke backpackgidsen om backpackers te inspireren en te helpen.

En sinds kort heb ik verschillende bundelaanbiedingen beschikbaar, waardoor je gebruik kunt maken van extreem hoge kortingen.

Vertel me meer

Koop je liever een losse gids? Klik dan op een van de banners hieronder:

Banner-Backpackgids-Azie

Banner-Backpackgids-Indonesië

Banner-Backpackgids-Bali

Banner-Backpackgids-Filipijnen

Banner-Backpackgids-Australie-nieuw