Laguna 69 (Huaraz): koeienvlaaien, coca en natuurwonderen

Het was net na half acht ’s avonds en de touroperator vroeg me:

“Wil je dan morgen de hike naar Laguna 69 doen?”

Maar halfdood van de dagtrip naar Laguna Parón leek me dat wat snel van het goede:

“Haha nee, ik denk over een dag of twee. Eerst even een dagje rust.”

De dag erop was de moeheid van het tien uur opgevouwen in de minivan zitten gelukkig verdwenen. Rond het middaguur liep ik een restaurant binnen om iets te eten. Het geluid van de tv stond kneiterhard en de medewerkster leidde me naar een tafeltje precies onder die tv, achterin het donkere hol.

Ik ben, tot haar verbazing, helemaal aan de andere kant bij het raam gaan zitten en genoot van een zoutig soepje, kip, rijst en aardappels. Aangevuld met een pittig groen sausje en twee stukjes sla (groenten zijn hier bijzaak).

Ondertussen keek ik door het raam en zag ik tot mijn verbazing een vrouw in kleurrijke bergkledij met een bleke varkenskop in haar handen lopen. Op datzelfde moment snelde er een man uit een winkel waar gewed wordt op voetbalwedstrijden. Hij foeterde erop los, hoogstwaarschijnlijk door een goal die zijn weddenschap aan diggelen had geschoten.

Toen mijn mond in de fik stond van de pepers dacht ik: zal ik overmorgen naar Laguna 69 gaan?

Terug in mijn kamer appte ik de touroperator om mijn plaatsje in de bus te reserveren. De hike was gepland, hopelijk ging ik opnieuw zoiets indrukwekkends meemaken zoals bij Laguna Parón. En hopelijk was de busreis vanuit Huaraz niet zo’n slijtageslag.

Over Laguna 69

Laguna 69 net na aankomst

De bekendste hike van Huaraz is Laguna 69. Het startpunt ligt op zo’n 3 uur rijden van de stad in het Huascarán National Park, onderdeel van de fameuze Cordillera Blanca.

Je wandelt van 3.900 meter naar ruim 4.600 meter. En dat allemaal over een lengte van 7 kilometer, en daarmee 14 kilometer in totaal.

De gemiddelde wandelaar doet er ongeveer 3 uur over om boven te komen en 2,5 uur over de weg terug. Zelf deed ik er heen 2 uur en terug 1,5 uur over.

Beekjes, snelstromende rivieren, besneeuwde bergpieken, grazende koeien, torenhoge watervallen en natuurlijk het fotogenieke gletsjermeer zijn de belangrijkste ingrediënten die deze dag kenmerken.

Inclusief afzien…

Voor veel mensen is Laguna 69 een van de zwaarste hikes van de regio. Dit zit hem met name in de laatste klim die stukken boven de 4.500 meter beslaat, met ijle lucht en zwaar ademen tot gevolg. Gelukkig is de beloning groot.

Leuk om te weten: je ziet deze dag de grillige toppen van Chacraraju (6.112 meter) en Huascarán (6.768 meter), de laatste is de hoogste berg van heel Peru.

 

Laguna 69: mijn ervaringen

Koeienvlaaien, natuur als Nieuw-Zeeland, een losgeslagen koe en gevaarlijke praktijken in de bus… Er komt van alles voorbij in het komende verhaal over de hike naar Laguna 69.

 

Van 4.30 uur naar 5.36 uur

Na mijn bezoek aan Laguna Parón had ik twee daagjes rust ingelast en vandaag stond een andere zogezegde parel uit de regio op het programma: Laguna 69. Een naam die bij iedereen met een beetje sekskennis en een op hol geslagen geest tot, laat ik het zo zeggen, interessante plaatjes leidt.

Of zegt het nu juist iets over mij dat ik redelijk snel deze link leg?

Hoe dan ook, waar ik dacht dat de oppik-tijd niet vroeger kon dan bij Laguna Parón, was de realiteit anders. De touroperator briefte me een dag van tevoren: tussen half vijf en vijf uur moest ik klaarstaan. Toch wel een kleine schok. Ik appte resoluut terug:

“4.30??????” inclusief een aantal emoji’s die ongeloof en ergernis uitstraalden.

Omdat ik van de eigenaresse van m’n guesthouse had gehoord dat ze er steevast tussen kwart over vijf en half zes zijn, vroeg ik aan de touroperator of het misschien ook ietsje later kon. Uiteindelijk bleek tussen vijf en half zes prima. En aangezien iedere minuut zo vroeg telt, voelde ik me onmiddellijk een stuk beter.

Ik had de wekker om 4.48 gezet (een nogal apart tijdstip, maar ik had ‘berekend’ aan twaalf minuten genoeg te moeten hebben) en het viel me alleszins mee. De gids had me de avond ervoor blijkbaar om half elf proberen te bellen, ik was toen al lang en breed vertrokken. Het bijbehorende appje:

Good evening, this is Jaime, your guide. Tomorrow, the bus will be at your guesthouse at approximately 5.20 a.m. Please be punctual.”

Mijn rugzakje met spullen had ik die avond ervoor al gepakt, zelfs m’n ontbijtje (havermoutpannenkoeken met kaneel en banaan) had ik al voorbereid. Snel sprong ik onder de douche en deed ik alle moeite om mijn haren niet nat te maken. Natte haren zijn met de ochtendkou in Huaraz namelijk geen pretje.

Ik werkte de pannenkoek met de nodige moeite naar binnen en terwijl ik terugliep naar mijn kamer kwam ik een meisje uit de andere kamer tegen. Zij en haar vriend gingen verrassend genoeg ook naar de lagune.

Om 5.36 uur lichtte mijn telefoonscherm op, de bus was gearriveerd. Een blok verderop overigens. Blij dat ik niet om de eerdergenoemde half vijf klaarstond.

Gids Jaime liep onze straat in en wees naar me: “Robbert?” Blijkbaar kwam hij alleen voor mij, de twee uit mijn guesthouse trokken hun wenkbrauwen op en konden niet anders dan wachten. Hij gaf de indruk haast te hebben en gebaarde dat ik rap moest komen. Om de hoek stond een grote groene bus, tamelijk spartaans vergeleken met de minivan van enkele dagen eerder. De beenruimte was inderdaad dramatisch, voor de rest ging het allemaal wel.

Let’s go!!!!

Drieënhalf uur zou het ditmaal duren, met een tussenstop in de bergen om te ontbijten.

 

Slootwaterkoffie

In tegenstelling tot de rit naar Laguna Parón viel er weinig te zien. Ik zat namelijk bij het gangpad en het meisje naast me had het gordijn dichtgetrokken.

Jaime zag eruit als een slanke Zuid-Amerikaanse straatvechter. De buschaufeur had een voller postuur: zijn buik klemde tegen het stuur en zijn nek was nauwelijks zichtbaar.

Na anderhalf uur kachelen stapte Jaime van de bijrijdersstoel en begon met zijn dagelijkse praatje. Heel vrolijk oogde hij niet, het had iets van een verplicht nummertje. Zijn hoofd verdween zowat volledig onder zijn pet, verder droeg hij een fleecevest en een strakke broek (net niet skinny), met daaronder stevige bergschoenen. Hij gaf wat algemene info over Laguna 69 en deelde een kort verhaal over zichzelf, onder meer dat hij al ruim twintig jaar gids was.

Kort daarna verdween het asfalt en moesten we het doen met zand, steentjes, hobbels en kuilen. We haalden soms niet eens de tien kilometer per uur, en zelfs dan werd ik nog van mijn stoel geknald.

Daarom kwam het moment om te ontbijten als geroepen. Even bijkomen van al het heen en weer geschud en de benenkwelling.

Op het menu stonden weinig spannende dingen, maar ik had toch m’n eigen spullen bij me. Een broodje ei deed het voor nu. Ik zat trouwens samen aan tafel met een Peruaans meisje -Rocio- dat ik eerder in de bus naar Laguna Parón had ontmoet. Ze zou met een vriend gaan, alleen was die de dag ervoor zijn portemonnee met bergen cash en bankpassen kwijtgeraakt (waarschijnlijk in een rotsspleet gevallen), waardoor hij een hoop shit moest regelen.

Hoewel ik best trek in koffie had, wist ik dat ik daar op zulke plekken hoog in de bergen weinig van hoefde te verwachten. Toen ik het doorzichtige bruine drankje van Rocio zag, was mijn kleine beetje twijfel direct verdwenen. Haar verzuurde mimiek (ze kneep haar ogen samen tot spleetjes en haar mondhoeken verstijfden) bij het nemen van de eerste slok bevestigde wat ik al dacht.

Ik griste een zakje cocabladeren uit mijn rugtas en stopte een lading tussen mijn tanden. Het klonk haast alsof ik chips at. De man die er werkte, en eveneens cocabladeren in de aanbieding had, moest lachen en stak zijn duim naar me op. De lichte schaamtegevoelens van hoe mijn gebit (witte tanden met groene stukjes) eruitzag had ik op een of andere manier van me afgeschud. Het kon me weinig meer schelen.

 

De Llanganuco-meren

Na een half uurtje was het tijd om de bergtocht voort te zetten. Niet veel later doemde er rechts van me een sprankelend groen bergmeer op met slanke bomen op de oever, waarvan zowel de stammen als de takken alle mogelijke richtingen in kronkelden. Door het schijnsel van de zon kregen ze bovendien een warme rode tint, zodat ze extra mooi afstaken tegen het meer.

Jaime vertelde dat het een van de Llanganuco-meren betrof en stelde voor om eventjes te stoppen voor een foto.

Het fraaie Llanganuco-meer (of naja, één daarvan)

Net toen ik terug de bus in wilde stappen vroeg een Aziatisch uitziend meisje met een baggy skatebroek of ik misschien een video van d’r wilde maken. Hoezo in godsnaam een video? zei mijn innerlijke zelf. Wellicht zodat ze er een paar foto’s uit kon knippen? Ze kwam trouwens gewoon uit Peru, waar ze niet zelden opvallend Aziatische uiterlijke trekjes hebben.

Een steile weg volgde, we kwamen nauwelijks vooruit en het was hard werken geblazen voor het oude groene beestje. Het lawaai van de dieselmotor trok als een pijnscheut door de bus.

 

Koeienvlaaien

Dik tien minuten later waren we er: het houten wegwijzerbordje met de woorden ‘Laguna 69′ stak scheef uit de grond omhoog, het zou voor m’n gevoel ieder moment kunnen omvallen.

Ik startte samen met Rocio aan de hike, drie uur stond ervoor om het gletsjermeer te bereiken. Na een slingerend pad moesten we onze tickets overhandigen (die ik om een onduidelijke reden niet had, maar na het zeggen van onze groepsnaam ‘Huascarán’ was het kennelijk in orde) en kon het dan echt beginnen.

Vlak voor die ingang denderde een rivier naar beneden, geflankeerd door mos en schuin hangende bomen. Het deed me denken aan Nieuw-Zeeland, ergens in de krochten van het Fiordland National Park.

Een vleugje magie…

Het begin van de wandeling bracht ons door een dal langs een meanderende rivier. Rondom staken enorme bergpieken de lucht in, met de Chacraraju-ijstop van meer dan zesduizend meter als hoogtepunt.

Waanzinnig om hier te lopen

Op en rond het pad lagen verse en reeds opgedroogde koeienvlaaien. En als ik hier iets niet verwacht had waren het wel koeien. De eerste bruinwit-gevlekte verscheen al gauw, vredig etend van het gras.

En kort erna liet deze spierbundel zich zien (de koe rechts dus 😉 )

Rocio wandelde met wandelstokken en ik merkte een tempootje hoger te willen. Zodoende polste ik bij haar of ze het oké vond de hike in haar uppie voort te zetten. En net wanneer ik die vraag opwierp trapte ik bijna in een verse koeienvlaai van bangelijke proporties.

Gelukkig liep het goed af, en Rocio gaf met een kleine aarzeling aan dat ik alleen de boel kon voortzetten. Toen ik ervan overtuigd was dat ze zich er senang bij voelde, bood ik haar nog een handje cocabladeren aan.

Happend naar adem zei ze: “Thanks, and I see you at the top.”

 

Laguna Consuelo

Hoewel Laguna Parón dan wonderlijk mooi mag zijn, is het niet zozeer de hike waarvoor je erheen gaat. Vandaag maakte het landschap ver voor het meer al diepe indruk op me. Met de koeien, het groene landschap, de stortende watervallen, de slingerende rivieren en de ijspieken had het iets van Zwitserland en Nieuw-Zeeland tegelijk.

Pak ‘m beet 3.900 meter is de hoogte waarop de hike begon, terwijl Laguna 69 op exact 4.604 meter hoogte ligt. De zon brandde op mijn mik en ademen werd langzaam zwaarder en zwaarder. De krokante cocabladeren waren meer dan welkom en voor de zoveelste keer graaide ik een handje uit de zak.

Regelmatig sta je hier even stil om je ogen de kost te geven

Na een aardige klim (waarbij ik een stuk afsneed door een binnendoorweg te nemen) zag ik plots een sereen bergmeer liggen, begrensd door een rits bergen waarvan de achterliggende allemaal met sneeuw bedekt waren. Op het bruine bord las ik dat het om Laguna Consuelo ging.

Laguna Consuelo: het eerste meer(tje) van vandaag

Aan de rand van het meer zat een vrouw op een rots dorstig van haar waterfles te slurpen.

This is a nice place to have a break, isn’t it,” gooide ik er als opener in.

Ze veerde op en reageerde dolenthousiast, al had ze het zwaar met de hoogte. Ondanks dat ze uit Colorado kwam en al op duizenden meters boven zeeniveau woonde. Dit was toch echt andere koek. Ik vond het vooralsnog meevallen eerlijk gezegd.

Het moment waarop ze opstond en vertrok koos ik een plekje rond het meer om voor het eerst iets te drinken (cocabladeren halen je dorstgevoel weg) en een banaantje te eten.

 

Bitter

Naderhand trok ik verder en belandde in een schitterende vallei: een uitgestrekt groen grasveld met daardoorheen een kruisende rivier, granieten rotswanden die met krijtstreep bewerkt leken en machtige bergtoppen die het geheel omsloten. En daarlangs een zigzaggend pad, leidend naar een serieuze beproeving voor lichaam en geest.

Eerst nog een stukje klimmen…
…waarna deze vallei volgde

Aan de voet van een berg werd zand ingewisseld voor gravel en af en toe ook grote rotsblokken. Vergeleken met de kilometers hiervoor was het beduidend steiler en de lucht nog een slag ijler.

(En precies op dit moment van schrijven appt de vriend van mijn moeder: “Geen last van hoogte daar?”)

De korte sprintjes die ik vandaag al had getrokken werden alsmaar lastiger. Natuurlijk wegens de hoogte, maar evengoed door het ongepolijste terrein.

Nadat ik de Amerikaanse vrouw uit Colorado passeerde, hoorde ik nergens meer stemmen. Tot ik op enige moment twee trekkers spotte: een van hen zat uitgeblust op een steen en had het ogenschijnlijk zwaar.

Met moeite vroeg hij: “Do you also feel it?” verwijzend naar de hoogte waarop we ons bevonden en de misselijkheid die hem bevangen had.

Nog altijd voelde ik me uitstekend, op het beetje zuurstofgebrek na dan.

I have some coca leaves if you want?”

Het meisje waarmee hij zat te kletsen leek getriggerd en bereidde hem mentaal voor op iets ernstigs:

It’s very bitter but it helps. Not for me though.”

Als hongerige een vis hapte ik toe en liet doorschemeren de smaak helemaal niet zo’n ramp te vinden, maar haar gezicht was volkomen duidelijk. Haar keurig geknipte bobkapsel en strakke kaaklijn zorgden bovendien voor een ietwat strenge uitstraling, waardoor ze iets van een boze moeder kreeg.

Het maakte desondanks weinig indruk op hem, hij stak zelfs zijn hand naar me uit en in zijn ogen zag ik enige opwinding. En iemand die graag een tikje tegendraads was en zich niet door anderen liet vertellen wat hij wel of niet moest doen.

Daarop stopte ik hem wat blaadjes toe, die hij voorzichtig in zijn mond stopte.

Bij de eerste kauwende beweging vertrok zijn gezicht meteen.

Ah yeah, this is not nice, it’s freaking bitter,” mompelde hij.

But it will help you for sure, chew it so you absorb the substance.” was mijn advies als inmiddels ervaringsdeskundige.

Het laatste woordje verstond hij kennelijk niet. Ik herhaalde het nog twee keer, omdat mijn eerste poging er nogal binnensmonds uitkwam.

 

Binnendoor

Na deze cocasessie liet ik de twee achter me en klom gestaag verder naar boven. Plots stond er rechts van me een gitzwarte koe verscholen in de weinige bosjes, rustig van de planten te eten. Onderweg telde ik meerdere koeienvlaaien, evenals geiten blijken het dus bovengemiddelde klimmers te zijn.

Op een bepaald moment vallen mijn ogen op een snel stijgend smal paadje om, vermoedelijk, een flink stuk af te snijden. Ik wist niet of het de bedoeling was, maar intuïtief sloeg ik rechtsaf de hoogte in. Een behoorlijk zware dobber, en ik had bovendien geen idee wanneer (en of ik überhaupt) terug op het normale pad zou komen.

*Ssshhhht*

Opeens gleed mijn rechtervoet weg over het zand en met de kootjes van mijn rechterhand wist ik ternauwernood een rotsblok vast te grijpen. Hijgend stond ik op en voor het eerst vandaag voelde ik het zweet door mijn poriën breken.

Tijd om stil te staan had ik niet, want er vlogen monsterlijke vliegen rond die me deden denken aan dazen, die duivelse klevers. Indien je daar wel eens door gebeten bent, weet je maar al te goed dat je dat niet nog eens wil ervaren.

Hij bleef me maar aanvallen en landde ergens op mijn enkels. “Rot op joh!” en als de bliksem veegde ik de vlieg van me af. Ik moest, hoe moeilijk ook, in beweging zien te blijven.

Linksvoor enkele verdiepingen hoger strompelde een oude man met hoed: ik was goddank weer terug op de gangbare route. We kruisten elkaar en ik wees naar de diepte waaruit ik zojuist geklommen was. Ook maar de kleinste reactie bleef uit, ik denk omdat hij in de overlevingsmodus beland was en nergens anders meer energie voor had.

Om zeker te zijn dat alles in orde met hem was richtte ik mijn blik voor de laatste keer op hem (het is me een raadsel waarom ik het niet aan hem vroeg), voordat ik op mijn eigen tempo de trektocht voortzette. Ondertussen brandde de zon genadeloos door, en voelde ik mijn gezicht trekken van de droogte. Om mijn huid te op te rekken trok ik mijn lippen kortstondig maximaal uiteen, als een kickbokser die zijn bitje goedzet.

 

Laguna 69

Na de meneer kwam ik een poosje niemand meer tegen. Ik had er niet echt een voorstelling van hoe ver het nog was, maar gevoelsmatig zat ik dichtbij de finishstreep.

Deze twee meiden waren de enigen die ik daarna nog tegenkwam

Toen liep ik naar het hoogste punt van de heuvel die al een hele tijd boven me uittorende. Hardop zei ik: “Ik hoop dat het meer hierachter ligt.”

Die hoop bleek tevergeefs, er viel namelijk totaal niets te zien. Ja oké, een pad dat eindeloos leek door te slingeren; niet hetgeen wat ik zocht. Mijn hoofd voelde intussen als een vuurbal en ik had het wel gehad met lopen.

Toch liet Laguna 69 niet lang meer op zich wachten, vijf minuten later was het namelijk zover. Ineens ving ik een eerste glimp op van de kom met turquoise water, een bulderende waterval en de omsingelende ijstoppen. En geen enkel ander mens!

OH MY GOD

Stap voor stap werd het beeld groter en groter, ik voelde me juist steeds kleiner worden.

Inmiddels sloeg mijn hart vergelijkbaar snel met wanneer ik intensief aan het sporten ben. Niet alleen door de inspanning trouwens, maar evengoed vanwege de opwinding.

Via de losliggende stenen klauterde ik omhoog om een grootser uitzicht te kunnen krijgen.

Toen realiseerde ik me dat de view het beste zou zijn vanaf de andere kant. De twee meisjes die ik overigens kort ervoor had gepasseerd, eentje Zwitsers en eentje Frans, besloten met me mee te gaan, hoewel we niet meteen wisten hoe we er konden komen. De oplossing was simpel: eerst afzakken naar de oever en daarna langs een zandpad en een hoop stenen omhoog. Onder mijn voeten klonk een hol geluid, net alsof er onder de stenen niets meer lag.

Hoewel ik dagen ervoor natuurlijk al behoorlijk verwend was met Laguna Parón, was het uitzicht op het meer en de bevroren bergen ronduit verbluffend. Een wolkendek blokkeerde zo nu en dan de zon, maar telkens zodra die doorbrak werd ik deels verblind en kleurde het water extra fel.

Eenmaal terug op de oever waren er al een boel meer mensen te bekennen. Ik hapte gulzig van mijn pannenkoek, terwijl het Zwitserse meisje ietwat dogmatisch haar vegetarische voorkeuren aan me opdrong. Toen ik de kans kreeg om de monoloog te onderbreken en eruit floepte de dag ervoor kip gegeten te hebben, knikte ze met frisse tegenzin (alsof ik een hopeloos geval was) en werd er geen woord meer gesproken. Haar mimiek straalde plots iets kleinerends uit.

Het onaangename spanningsveld werd onderbroken door een jongen die zijn lege blikje tonijn wilde onderdompelen in het loepzuivere water, en vermanend (in maar net verstaanbaar Engels) werd toegesproken door een vrouw met Aziatische roots, een rond brilletje en een uitpuilende kin:

Hey, don’t do that!”

De slungelige twintiger met slordig geblondeerd haar deinsde katapultachtig achteruit en gehoorzaamde als een keurige scholier die angstig is voor de leraar. Zo eentje die het liefst geen aandacht op zich heeft.

Kijk hoe helder dat water is

Eerder die ochtend had Rocio me verteld dat zwemmen in Laguna 69 ten strengste verboden is en datzelfde geldt bijvoorbeeld voor het wassen van een tonijnblikje. De boete liegt er niet om en is volgens haar 55.000 soles. Zo’n 14.000 piek.

 

Koeienstreken

Nadat ik al een uur rond de lagune bivakkeerde dook Rocio plotseling op. Ik zei de twee meisjes gedag (het moment kon niet beter) en liep via een omweg langs kale struiken op Rocio af en ging naast haar zitten. Ze was redelijk kapot maar het uitzicht leek de pijn te verzachten.

“Aaaahrg!!!!”

Knalde ik er met een paar straaltjes speeksel uit toen uit het niets een zwarte koeienkop met kurkentrekkerhoorns naast me opdook en ik me rotschrok. Ze kwijlde rijkelijk en snuffelde wat aan mijn tas. Vervolgens greep ze de plastic zak van iemand niet ver van ons en slikte die inclusief inhoud zomaar door.

Hij (rechts) was dus net te laat om z’n lunch te redden 😀

Niet Laguna 69 maar de koe werd zo plotsklaps de grootste publiekstrekker. Ze ging van tas naar tas en wist nog een zak friet bij een gozer te bietsen, die geen andere uitweg zag dan ze op de grond te gooien nadat mevrouw wel heel erg dichtbij kwam.

Iemand legde een groene appel voor de koe neer, al werd die meermaals afgewezen.

Deze best wel komische voorstelling werd in stijl beëindigd toen het gespierde beest pauzeerde en deed wat niemand leek te verwachten: ze gooide er een volle lading stront uit. Koeienvlaai nummertje ontelbaar van vandaag.

Na bijna twee uur bij de lagune vertoefd te hebben, trok ik mijn veters nog even strak aan en begon ik aan de weg terug. Opeens begon een zeurende hoofdpijn op te spelen. Was het de hoogte? Of het gebrek aan water? Of misschien een combinatie ervan?

Bij het weglopen zag ik de jongen aan wie ik de cocabladeren had gegeven. Hij bedankte me nog even, de blaadjes hadden hem goed geholpen zei ‘ie.

 

Lord of the Rings

Aanvankelijk liep ik met Rocio, die (net als ik?) tien jaar ouder geworden leek: haar rug ietsje gekromd en liep in minipasjes achter haar wandelstokken.

Uitkijkend op het dal en de bergkammen die deels verlicht werden door de zon, riep ik opgewonden:

This is so beautiful, it’s almost magic!”

Dit was precies dat moment

Rocio’s ogen lichtten op en ze ervaarde hetzelfde.

Nogmaals de bevestiging dat deze hike meer is dan alleen het gletsjermeer.

In de wetenschap dat ik gedeeltelijk wilde rennen namen we opnieuw afscheid. Ik zou haar later bij het beginpunt wel zien en wenste d’r succes.

Net voor het te laat was draaide ik me om:

Do you need coca leaves?”

Ze had er zelf echter nog genoeg.

Terwijl de hoofdpijn aanhield was het moment aangebroken: de (ellen)lange weg terug naar de start kon beginnen.

Net als op de heenweg koos ik voor verscheidene sluiproutes. De ene waar het haast misging sloeg ik wijselijk over.

Het afdalen naar de vallei verliep tamelijk vlotjes, tien minuten verder stond ik daar oog in oog met… een bruine koe die in de Alpen niet zou misstaan. Met de oprijzende besneeuwde bergen als achtergrond was de sfeer te mooi om geen foto te maken. Ik trok mijn telefoon tussen m’n boxershort en heup vandaan en ging er eens goed voor zitten.

Bij het weglopen bedacht ik me een wortel in m’n tas te hebben zitten, die zou mevrouw de koe vast lekker vinden. Het tegenovergestelde was waar: ze besnuffelde het oranje kegeltje en rende er als een wilde vandoor.

Seconden voor het wegrennen

Op praktisch hetzelfde moment vroeg een vrouwelijke wandelaar in mannelijke kleding of ik enig idee had waar het pad lag, maar nog geen twee seconden later had ze dat zelf al gevonden.

It reminds me of New Zealand here,” zei ik zonder erover na te denken bij het zien van een kabbelende rivier, grassige velden, grazende koeien en de reeks bergtoppen waarvan precies de middelste in sneeuw gehuld was.

Jammer dat de wolken de berg bedekten, maar je kunt niet alles hebben hè?

De vrouw die er plotsklaps meisjesachtig uitzag (ik denk doordat ze haar vissershoed afdeed en haar haren losgooide) deelde mijn enthousiasme:

Yeah, it could be a scene of Lord of the Rings!”

En daar was niets aan overdreven.

Het was overigens meteen het laatste wat we tegen elkaar zeiden, zoals de gesprekken met vreemdelingen tijdens zo’n wandeling wel vaker van korte duur blijken.

 

Boeddha

Ik snelde door het dal en liet me nog een keer verwonderen door het surrealistische decor. Toen rende ik de heuvel op, en stond ik opnieuw voor Laguna Consuelo.

Verderop stak een bosje paarse bloemen sierlijk langs het pad omhoog, ze hadden iets weg van lavendel maar de zaligmakende geur daarvan ontbrak. Met alweer die machtige witte bergen op de achtergrond sprak ik vertwijfeld tegen mezelf:

“Ga ik nu wederom een foto maken?”

Wanneer het landschap zo schilderachtig is, kun je bijna niet anders. Al had ik er onderhand wel een fotohand aan overgehouden.

*Klik*

En het was gebeurd.

Een half uur later was het gedaan met de bergen en restte louter vlakke stukken. Hier en daar vals-plat, maar prima te doen.

Spelbreker was de koppijn die maar niet wilde oplazeren, cocabladeren hielpen helaas niet. Ik wierp mezelf op een stuk gras en goot de laatste overgebleven slokken water (ik had slechts een halve liter meegebracht, onze gids beweerde dat je sowieso twee liter bij je moest hebben) achterover. Mijn liezen waren tamelijk verstijfd (ben ik de enige die dat heeft?), en in lotushouding deed ik luttele pogingen om die oh zo lekkere en bevrijdende knak te maken. Hoewel niet succesvol, was enige verlichting door de oprekking duidelijk te merken.

Een vlugge loopster (typetje Speedy Gonzales), die ik minuten ervoor vanuit mijn afsnijd-weggetje al had gespot, passeerde stijfjes zonder ook maar een blik opzij te wagen. Ik gooide het op verlegenheid. Aan de andere kant was de halve Boeddha die ze wellicht had gespot iets waar ze zich geen raad mee wist.

 

Vietnam

Zonder mijn handen te gebruiken stond ik op en vervolgde ik de trektocht. Met de gekke afwijking om het meisje van zo even op enig ogenblik te willen inhalen.

Dat zou later misschien nog mogelijk worden, eerst nog even dieren kijken. Want voor me stonden en lagen een heel stel koeien te chillen. Waaronder meerdere kalfjes. Eentje dat ik op de foto zette had een prachtige dikke bruine vacht (harig en alsof ze zojuist gewassen was) en een kuifje, ze straalde een en al vredigheid uit.

Cute!

Weer twintig minuten verder in het avontuur liep ik pal naar de slingerende rivier die ik me herinnerde van ’s ochtends vroeg. Oftewel: ik was niet ver meer van het einde. Zoals plekken vaak doen denken aan andere plekken die je ooit bezocht hebt, was het nu ineens het Vietnamese Ninh Binh wat in me opkwam: volop groen, een slingerende rivier en majestueuze karstbergen. Nu waren het hier geen karstbergen, maar de gelijkenis was er wel degelijk.

Dit dus!

Het rappe meisje had ik inmiddels snelwandelend ingehaald (al ging dat zeker niet gemakkelijk).

Verderop keek ik naar iets wat op een houten hutje leek. Was dit de plek waar we vanochtend gestart waren? Poeh, wat had ik de behoefte om liggend iets van een ijskoud colaatje te drinken.

Maar goed, meestal zodra het verlangen te vurig wordt, volgen er nog een of enkele hordes om te nemen.

 

Inca Kola

Toen ik dichterbij kwam hoorde ik geklets en zag ik mensen tegen een grasheuvel aanliggen. EIN-DE-LIJKhet hiken zat erop.

De laatste stappen die ik zette waren naar de rivier, die rustig kabbelde en me de meditatieve rust kon geven die ik nu zocht. Ik bestelde een flesje Inca Kola (de in Peru immens populaire frisdrank die naar kauwgom smaakt) en plofte als een moegestreden strijder in het gras.

Misschien wel het lekkerste moment van de dag (op de koppijn na dan)

Mijn ogen voelden zwaar en hadden de neiging willekeurige kanten op te zwemmen.

Het enige ding van inspanning wat me nog restte was een verfrissende plens rivierwater over mijn hoofd gooien.

Genoeg!

Oogjes dicht, zonnetje op mijn hoofd en genieten.

Tegen vieren verdween de zon achter het bergmassief en werd het flink kouder. Gelukkig kwamen de anderen van de groep (als laatste zwalkte Rocio het grasveld op) gevolgd door gids Jaime. Die had overduidelijk geen zin in een derde helft, “Vamos” was het enige wat hij zei.

Dikke prima wat mij betreft, ik lag hier ook alweer anderhalf uur.

Het laatste wat ik zag was tekenend voor vandaag: een (opgedroogde) koeienvlaai.

 

Don’t do it!

Terug bij de bus zag ik dat er gebeurd was wat ik al dacht: het scheef hangende wegwijzerbordje van vanochtend lag op de grond.

Ons bussie gereed voor de terugweg

Zittend in de bus naast Rocio daalde mijn toch al bedenkelijke energielevel exponentieel. Hoewel de hoofdpijn ietsje was gezakt (kwam het door die gele wondercola?), voelde ik nog altijd een knellende druk tussen mijn ogen en voorhoofd. De eerste anderhalf uur over de onverharde hobbelweg hielp in die zin niet bepaald mee.

Onderweg begon Jaime rare capriolen uit te halen. Hij stond diverse keren nijdig op van zijn stoel en liep naar de buschauffeur toe om een foto te maken van een wit papiertje wat linksboven hem hing. Vervolgens zette hij zich in z’n stoel om tig boze woorden naar de chauffeur z’n hoofd te smijten.

De buschauffeur (die vanochtend had laten doorschemeren nauwelijks geslapen te hebben, fluisterde Rocio in mijn oren) leek geïrriteerd en vlak achter hem kon ik precies zien wat voor een rampzalige inhaalacties hij inzette. Flitsende lampen van tegenliggers gaven me nog meer koppijn.

Toen Jaime opnieuw opstond en zijn handen zowat op het stuur legde om de chauffeur te confronteren, schoot de chauffeur vanuit ingezakte positie log overeind. Nu vonden ik en Rocio het ernstig tijd worden om in te grijpen. Een ongeluk lag serieus op de loer: vermoeidheid, roekeloos rijgedrag en een stoorzender waren de giftige cocktail waarmee we te maken hadden.

“HEY!” schreeuwde ik, maar Jaime reageerde niet.

Rocio’s eerste poging had evenmin succes. Onmiddellijk probeerde ze het wederom, nu met een snauwende kreet. Jaime keek onverschillig om en zijn ogen vernauwden, hij leek zoiets te hebben van: waar bemoeien jullie je mee?

Toch was het hierna, op enkele herhalingen van woorden tussen de twee, afgelopen met zijn boze praktijken. Al was de sfeer een tikkeltje grimmig.

Het gevaar van de chauffeur was helaas allerminst geweken.

Don’t do it!” heb ik zeker zeven keer gezegd als hij weer eens in wilde halen waar het volslagen van de zotte was (niet dat hij me verstond, maar toch). De meest gevaarlijke: een keer in een donkere bocht en een keer met een naderende truck van Amerikaans formaat als tegenligger (die meermaals flikkerde met zijn grote licht).

Het was trouwens kokend warm in de bus. Iets van dertig man en alleen een van de voorste ramen open: dan weet je het wel. Ik weet niet of ik het me verbeeldde, maar ik dacht een vieze zweetlucht bij mezelf te ruiken. Zodra je in die fase belandt, kom je er niet meer uit. Mijn sporttrui uittrekken en het mezelf aangenamer maken, was daarom voor mij een onmogelijke optie. De geur die ik dan vermoedelijk zou verspreiden…

De rit leek eindeloos door te gaan (onder andere vanwege het ziekelijke aantal en bovenal onnodige drempels), we mochten blij zijn als we de vijfentwintig per uur haalden. Dwangmatig en tegen beter weten in keek ik een keer of vijftien op mijn telefoon hoe ver het nog was. Ik kon mijn ogen nauwelijks nog openen, en had voor mezelf besloten linea recta naar bed te gaan. Dan maar geen maaltijd. Pinda’s en water waren het noodvoedsel.

Wat verlangde ik naar m’n bed zeg.

We naderden Huaraz en Jaime liep naar me toe. Zonder zijn ogen te knipperen en met een strakke blik vroeg hij aan me of het oké was als ze me één blok van mijn guesthouse zouden afzetten. Ik staarde afwezig terug en was nog net genoeg bij de les om te antwoorden: “Sure!” (en niet de sarcastische variant).

Bij het stoplicht was het plots zover en ik twijfelde (mede door mijn okselgebeuren) of ik Rocio een knuffel moest geven of niet. Onhandig stak ik mijn hand naar haar uit en zij leek net zo min een goede voor situaties als deze. Het resulteerde in een snelle “Doei, we spreken elkaar nog” en in een flits was ik de bus uit.

 

Slapen

Op de stoep zat een vrouw in traditionele kleding die broodjes kip verkocht. Met de weinige energie die ik had kocht ik er een, en liep ik de laatste meters naar mijn guesthouse.

Met moeite en jeukende ogen vond ik de speling in het slot die nodig was om de slag naar links te maken. De treden omhoog voelden als een nieuwe berg om te trotseren. Ik hoefde alleen nog mijn slaapkamerdeur te openen. Oef… nee, verkeerde sleutel. Die andere dus.

Met een harde plof wierp ik mezelf op het hemelse bed. Tanden poetsen ging niet meer. Mijn lekkere avondkoffie (normaliter wil ik die niet missen) liet ik eveneens aan me voorbijgaan.

Ik zuchtte nog een paar keer om de moeheid en de koppijn weerstand te bieden (alsof het me zou helpen) en zoop als een bezetene een liter water op. Om nog iets van eten binnen te krijgen joeg ik ook nog wat handjes pinda’s naar binnen.

Telefoon weg. Licht uit.

Het was nog voor achten, maar binnen vijf minuten viel ik in een diepe en droomloze slaap.

 

Waar heb ik de tour geboekt?

Enorme granieten rotswanden

Omdat er geen publiek transport is naar Laguna 69 zal je een tour moeten boeken. De wandeling is overigens geheel zelfstandig, de tour is puur het vervoer en de gids die je in de bus wat vertelt.

De bedragen liggen omgerekend zo rond de 25 en 30 euro.

Zelf heb ik deze tour geboekt bij Destinos y Rumbos. Je wordt ’s ochtends op de afgesproken tijd opgepikt bij je ho(s)tel en 3,5 uur later kom je aan bij het startpunt van de hike. Ik was tegen zevenen ’s avonds weer thuis.

 

Wat neem je mee?

De enige stop die onderweg wordt gehouden is bij een restaurant om te ontbijten.

Zorg daarom dat je zelf voldoende eten en drinken inpakt. Ik adviseer in elk geval 1 liter water, bananen en pinda’s (liefst zoute). Plus iets voor de lunch, denk aan twee broodjes ei, rijst of pannenkoeken van havermout en banaan (zoals ik deed).

Voor de hoogte zou ik bovendien zeker een zakje cocabladeren inslaan, makkelijk te krijgen op de markt van Huaraz.

Qua kleding volstaan een T-shirt, vestje/longsleeve en een lange + korte broek. Zelf heb ik een hardlooplegging, die voor zulke tochten altijd chill is (je voelt hem amper en hij houdt je goed warm). Maar zoals je gelezen hebt, heb ik de hele trekking in korte broek gedaan. Was heerlijk met het zonnetje!

Een heleboel mensen liepen met wandelstokken. Die kun je voor een klein bedrag huren via je gids, mocht je dat willen.

Ten slotte heb je 30 soles cash nodig voor de entree. Zorg eveneens voor wat extra geld zodat je ontbijt (10 tot 20 soles) en een koud drankje (5 soles) kunt halen.

 

Wat is de beste reistijd voor Laguna 69?

Een laatste shot van Laguna 69

Evenals voor Huaraz en de bergmeren in de omgeving zijn mei tot en met september de beste maanden om naar Laguna 69 te gaan. Het is dan droogseizoen waardoor je de meest ideale weersomstandigheden hebt: volop zon, heldere lucht en dito uitzichten.

De natte periode loopt van november tot en met maart en is normaal gesproken minder voor de hand liggend om te gaan. Zoals de naam al aangeeft regent het vaker en zullen de vergezichten nogal eens geblokkeerd worden door de wolken.

April wordt als overgangsmaand gezien en is doorgaans uitstekend voor een bezoek aan Laguna 69.

Wanneer was ik er? Halverwege mei. Hier en daar wat wolkjes maar bovenal zonnig en helder, en lekker qua temperatuur. Ik bedoel, ik heb de hike niet voor niets in korte broek gedaan. 🙂

Avatar foto
Over de auteur

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van diverse succesvolle reisgidsen, waaronder 'Backpackgids Azië', 'Backpackgids Australië' en 'Backpackgids Zuid-Amerika'.

Laat een reactie achter

Over mij

Ik, Robbert, heb begin 2014 alles opgezegd om van reizen mijn leven te maken. Mijn doel is om andere backpackers te ondersteunen en te inspireren met de ervaringen die ik opdoe. Ga jij binnenkort ook op avontuur?

Lees hier mijn persoonlijke verhaal.

Coaching

Zit jij met vragen? Voel je je ergens onzeker over? Kan jij simpelweg wel wat persoonlijke hulp gebruiken met betrekking tot je reis?

Laat mij je dan 1-op-1 coachen, en ga die reis maken waar je van droomt.

Vertel me meer

Mijn reisgidsen

Al jarenlang schrijf ik avontuurlijke backpackgidsen om backpackers te inspireren en te helpen.

En sinds kort heb ik verschillende bundelaanbiedingen beschikbaar, waardoor je gebruik kunt maken van extreem hoge kortingen.

Vertel me meer

Koop je liever een losse gids? Klik dan op een van de banners hieronder:

Banner-Backpackgids-Azie

Banner-Backpackgids-Indonesië

Banner-Backpackgids-Bali

Banner-Backpackgids-Filipijnen

Banner-Backpackgids-Australie-nieuw