Mijn neefje vertelde laatst een vrij schokkend verhaal over zijn reis door Colombia. Hij en z’n vriendin waren onderweg van Santa Marta naar Cartagena, en ergens op de snelweg remde de buschauffeur abrupt. Er kwam iemand met een bivakmuts over zijn hoofd getrokken binnengestormd. Hij was duidelijk uit op geld.
Zijn handlangers gooiden boomstammen voor de bus, zodat wegrijden schier onmogelijk was.
Vervolgens werd er een mes getrokken…
Het liep godzijdank niet zo af als in een slechte film. De chauffeur kocht de overvaller af met de cash die hij bij zich had. Daarna konden ze doorrijden.
Nu vraag je je misschien af waarom ik een artikel over Jardín met deze passage begin.
Omdat ik tijdens de busreis van Pereira naar Jardín dus ook meemaakte dat we plots tot stoppen werden gemaand.
Even dacht ik: het zal me toch niet gebeuren hè, dat er nu zo’n gek binnenkomt die tot weet ik veel wat allemaal in staat is.
Ik en de andere passagiers hielden onze adem in en wachtten op wat er komen ging.
Tot er iemand binnen gelopen kwam. Een grote man in een donkergroen uniform met gele letters. Het bleek een politieagent te zijn die de boel kwam inspecteren. Mijn ingehouden adem stroomde als een golf van verlichting uit mijn keel.
Overigens werd er nog wel een Colombiaanse jongen uitgepikt. Hij zat rechtsvoor me en had gemillimeterd haar. Zijn tas en voltallige inhoud werden door de agent met een strak gezicht bestudeerd. Daarna moest hij mee naar buiten komen voor een kruisverhoor. Zou hij drugs of iets dergelijks bij zich hebben? Is wat ik me afvroeg. Een minuut of vijftien later stapte de jongen terug de bus in, met alle gezichten op hem gericht alsof hij iets ernstigs misdaan had. Wat er werkelijk speelde, wisten we echter geen van allen.
Ik was die ochtend trouwens vertrokken vanuit Filandia. Een mooie maar tegelijkertijd intense reis waarbij twee keer overstappen noodzakelijk is. Het aantal bochten is ontelbaar en na een poosje ben je volkomen murw gedraaid.
De rit leek eindeloos door te gaan.
Net voor het vallen van de avond naderden we dan eindelijk Jardín, een koloniaal plaatsje verstopt in een dal in Antioquia. De eerste indruk was positief, met de gekleurde huisjes die me aan Salento en Filandia deden denken. Maar het waren vooral de majestueuze bergpieken bedekt met regenwoud die machtig uittorenden boven de straatjes, die me nieuwsgierig maakten.
In deze gids neem ik je mee naar Jardín en vertel ik wat er zoal te beleven is. Daarnaast heb ik een boel tips voor je qua eettentjes, slaapplekken en vervoer. Maar eerst gaat het bovenstaande verhaal nog even verder onder het volgende kopje…
Een onverwacht avontuur
De plek waar ik die nacht zou slapen was een finca hoog in de bergen. En aangezien ik momenteel in het dorpsdal bivakkeerde, realiseerde ik me dat ik er bij lange na nog niet was. Maps.me gaf een dikke 5 kilometer en 2 uur lopen (lees: zwoegen) aan. Als je 2 uur over zo’n afstand doet, weet je hoe laat het is. Een flinke klim lag in het vooruitzicht.
Taxi’s gaven aan er niet heen te kunnen rijden wegens belabberde wegomstandigheden. Of zelfs het ontbreken ervan. Wél sprak ik met een tuk-tuk-driver die beweerde de beproeving aan te kunnen. Het moment waarop ik de belachelijke prijs uit zijn mond hoorde floepen, had ik zoiets van ik ga wel lopen. Sowieso zat ik de gehele dag al in standje opgevouwen, een beetje strekken kon geen kwaad.
Inmiddels zakte de zon in rap tempo naar de horizon en zou de schemering niet heel veel later aanbreken. Ik moest daarom rap zijn. In complete donkerte verloren door de bergen struinen is niet het slimste om hier te doen namelijk.
Nadat ik langs het plaatselijke ziekenhuis(je) liep, belandde ik op een zandpad. De klim was begonnen en het zweet klopte nagenoeg meteen op mijn poriën. Voor ik het wist was ik drijfnat. Vooral mijn rug, waartegen mijn best wel zware backpack (met een zogenaamd ademende achterkant) klemde. Ik probeerde te rennen waar ik kon, om de duisternis voor te zijn. Bij iedere zeldzame scooter die ik van achter me hoorde aankomen, hoopte ik op hulp. Tevergeefs.
De zanderige weg was steil, enorm steil. En vol steentjes.
Lichte wind duwde de wolken over de kammen. Inmiddels begonnen ze een oranje gloed te krijgen, haast alsof er een hemels vuur woedde. Daaronder werd alles langzaam tot een silhouet gereduceerd.

Precies toen raasde er een scooter voorbij die niet ver voor me stopte. Helaas niet om me een lift te geven, maar voor een foto en om een peukje te doen.
Op een gegeven moment kwam ik terecht in een boerenveld en moest ik bidden dat de stippellijn op mijn kaart ook daadwerkelijk bestond. Strompelend over takken en bergjes hooi zag ik verderop het ‘normale’ pad weer opdoemen.
Pikkedonker was het intussen. Ik moest de laatste keer afslaan een donker steegje in, er was in de verste verte geen teken van leven te bekennen. Als de finca hier niet zou liggen, was mezelf ergens in het gras neerleggen en de nacht buiten doorbrengen mijn enige echte optie. Met het niet al te florisante vooruitzicht van duizenden muggen die me in deze contreien toch al rauw lustten.
Hoewel de finca volgens Maps.me hier moest zijn, zag ik volstrekt niets. Tot ik iets verder liep en voor een gesloten rode hek stond. Er hing een dik kettingslot om. Geen bel. Geen naambordje. Het leek een verlaten plek.
De gekste scenario’s flitsten door mijn hoofd.
“Hello” riep ik zo hard als ik kon. Met het laatste beetje hoop. Zoute druppels zweet prikten in mijn ogen als kleine naaldenprikjes.
Het bleef seconden stil, mijn niet zo fijne lot kwam dichterbij.
Maar toen hoorde ik ineens een vrouwenstem. En erna ook die van een man. Jezus wat was ik blij! Minuten later verschenen ze bij de poort en leidden me naar hun boerderij.
Eindelijk, ik was aangekomen.
Over Jardín

Verscholen in een dal diep in de Andes ligt Jardín, onderdeel van de regio Antioquia en Colombia’s koffieregio Zona Cafetera. Vanwege de hoogte van ruim 1.700 meter boven zeeniveau is het er het hele jaar door lekker mild qua temperaturen.
Evenals in Salento en Filandia zie je hier huisjes in alle kleuren van de regenboog, de kenmerkende Antioquia-stijl.
Toch is het vooral de omgeving die Jardín zo aantrekkelijk maakt. Het golvende Andes-landschap is heerlijk om te hiken, paardrijden, fietsen of rond te racen op een quad. Onderweg stop je bij een koffiefinca voor een lekker bakkie en spoel je jezelf af onder een kletterende waterval.

Verder is het nog leuk om te weten dat Jardín samen met zestien andere plekjes in Colombia tot de zogeheten heritage towns behoort. Hoewel ze daardoor op het verlanglijstje van velen pronkt, is het er doorgaans betrekkelijk rustig. Beduidend minder toeristisch dan in het al genoemde Salento bijvoorbeeld.

Activiteiten en bezienswaardigheden in en rond Jardín

Hieronder vertel ik je wat er allemaal te beleven is in Jardín. Ik zeg je alvast: het is een topbestemming voor hikers en natuurliefhebbers.
Verken het schilderachtige centrum

Je bezoekt Jardín mijns inziens voornamelijk vanwege de machtig mooie natuur. Toch is het dorp zelf absoluut ook de moeite waard om een rondje te maken. De gekleurde geveltjes in de zo kenmerkende Antioquia-stijl zorgen voor een lach op je gezicht.
De onmiskenbare blikvanger is de statige Basílica Menor La Inmaculada Concepcion, de neogotische basiliek die volledig gebouwd is met stenen die mensen met de hand hebben uitgehakt. De twee puntige torens steken hoog boven alles en iedereen uit. Het is qua aanzicht misschien wel de indrukwekkendste kerk die ik tot dusver in Colombia heb gezien, iets wat je in zo’n klein dorp niet zo 1,2,3 zou verwachten. Ik kreeg er heerlijke Harry Potter-vibes van.

Op zoek naar gezelligheid? Ga dan even langs bij Parque El Libertador. Dit geplaveide pleintje bruist enorm, waarbij ’s avonds het hoogtepunt wordt bereikt. Rondom vind je volop bars, eettentjes, terrasjes en koloniale panden met balkons. Ga zitten en drink een kopje koffie of een ijskoude rakker tussen de dorpsbewoners.
Hike naar Cueva del Esplendor

Watervallen en Jardín zijn niet los van elkaar te denken. Door de ligging in de Andes stroomt het water rijkelijk. Een van de watervallen dendert naar beneden een grot in, een schilderachtig fenomeen dat je niet gemist wilt hebben. Ze heet Cueva del Esplendor.
Om bij de waterval te komen kun je voor 80.000 COP (Colombiaanse peso) een tour boeken en per Willy (jeep) die kant op gaan. Je wordt opgehaald bij je accommodatie, ook al zit je buiten het centrum. De Willy zet je bij de start af, daarna is het nog plusminus 20 minuten afdalen langs een steil parcours vooraleer je er bent. Zonder tour en met een tuk-tuk gaan kan ook. De andere -en leukere- optie is om door de bergen te hiken. Ik vertrok vanaf de finca waar ik verbleef op 1,5 uur lopen, en ben onderweg slechts een handjevol andere hikers tegengekomen. Vertrek je te voet vanuit het centrum, reken dan op 3 uur heen en 3 uur terug. Je bent er dus een hele dag zoet mee.
Zoals wel vaker in Colombia bevindt de waterval zich op privélandgoed. Zodoende dien je 20.000 COP te betalen bij de entree. In je uppie verdergaan is niet toegestaan. Er wacht een gids op je die je in groepsverband meeneemt. Vervolgens loop je achter een lange sliert mensen aan, inclusief een bandje om je pols dat aan een all inclusive-hotel doet denken. Daarbij kun je niet in je eentje terug omhoog, omdat de gids de poort op slot doet. Daar kwam ik bij de poort dus pas achter, nadat ik samen met een hond de hele klim terug omhoog had afgelegd. (Vervolgens heb ik me onder het prikkeldraad gewurmd en ‘bevrijdde’ ik mezelf.) Dit alles vond ik eerlijk gezegd een beetje jammer, het nam het avonturengevoel weg en gaf me het gevoel in een pretpark te lopen. Nu was ik er wel op een relatief druk moment, zo rond half een. Ga vroeg in de ochtend en buiten de weekenden om, om de grootste drukte te ontwijken.
Een andere bekende waterval-trail is de 7 Cascadas. Die is wegens veiligheidsredenen sinds maart 2025 echter gesloten. De verwachting is wel dat die weer geopend wordt, enkel en alleen voor tours.
Kom tot rust in een finca in de bergen

Als ik je een plek wil aanbevelen is het wel Finca Carrizales, hoog gelegen in de bergen op circa 5,5e kilometer van het centrum. Ik kreeg deze spot getipt door een meisje waarmee ik in de groep zat tijdens het hiken en mountainbiken in La Carbonera bij Salento. “Heel bijzonder” zei ze. En inderdaad, dat is deze koffieboerderij zeer zeker.
Ze hebben een aantal kamers om te verblijven, maar de echte pareltjes staan boven op hun terrein: een boomhut en een klein huisje met epische uitzichten. In dat kleine huisje sliep ik voor een aantal nachten, absoluut een van de mooiere stekjes die ik in Colombia heb gehad.

Ze verbouwen hun eigen groenten en fruit, zo stikt het er van de bananen- en avocadobomen. De gerechten zijn daarom helemaal vers, je lichaam zal er blij van worden.

Je kunt er ook een koffietour doen (zie het volgende kopje) en ze hebben goed verzorgde paarden die klaarstaan om bereden te worden. Lekker ontstressen en niks doen, schrijven (zoals ik deed) of erop uittrekken voor een stevige hike kunnen ook allemaal.
Doe een koffietour

Heb je geen koffietour in Salento gedaan (mocht je daarvandaan komen), boek er dan zeker eentje in Jardín. Evenals Salento behoort ze namelijk tot Colombia’s roemruchtste koffieregio’s.
Zo’n tour regel je gemakkelijk bij een van de finca’s in de bergen of gewoon ergens in het dorp. Bij Finca Carrizales waar ik zat, doen ze ook leuke rondleidingen van 2,5 uur voor 70.000 COP per persoon. Je begint met een rondje langs de koffieplanten, intussen vertelt de host je van alles over de verschillende kwaliteiten van de bessen, hoe ze geselecteerd worden en de uiteindelijk branding.
Je krijgt verder diverse kopjes om te proeven, telkens op een andere manier bereid.
De koffie die ik in Jardín opheb en heb gekocht als poeder is lekker, alleen als je het mij vraagt een tikkeltje te zuur. Ligt natuurlijk aan verschillende factoren, denk aan hoe hoog de planten groeien, hoe de bonen geroosterd worden en ga zo maar door. Het zal dus vast niet voor iedere koffie in Jardín hetzelfde zijn.
Ga op avontuur met een mountainbike
Ook mountainbiken mag niet op het lijstje activiteiten ontbreken.
Ik raad je aan om je te laten leiden door een gids, zodat je de betere plekjes van de streek te zien krijgt. Of je volgt een van de routes die online te vinden zijn en het komt ook wel goed. Quebrada Bonita is een aanrader die zich uitstrekt over een lengte van 20 kilometer.
Het zal zo nu en dan aardig steil zijn en je gaat over ruig terrein, enige fitheid en een avontuurlijke mindset raad ik je daarom wel aan.
Ga paardrijden door de countryside

Paardrijden is een populair iets om te doen in de bergen van Jardín.
Alvorens je op een paard stapt, is het niettemin goed om jezelf af te vragen in welke staat het diertje verkeert. Ziet hij of zij er uitgedroogd, vermagerd of weet ik veel wat uit; laat het dan lekker aan je voorbijgaan.
Bij de finca waar ik zat, hebben de paarden het in elk geval goed. Je kunt Sebastian via 📞 Whatsapp contacteren op +57 321 863 6520 om paard te rijden, hij is de zoon van de eigenaresse en biedt trips aan van 1 uur (75.000 COP), 2 uur (150.000 COP) en 4 uur (210.000 COP).
Ontdek de prachtige omgeving per quad
Naast wandelen, fietsen en paardrijden heb je de mogelijkheid om Jardín op een quad te verkennen. Vet als je liever ietsje meer actie wilt.
Je gaat op een tour met een stel andere avonturiers en bezoekt afhankelijk van de gekozen trip verschillende plekken. Hieronder bijvoorbeeld twee minder bekende watervallen.
De prijs waar je aan moet denken is 140.000 COP voor 1 uur, 230.000 COP voor 2 uur en 430.000 COP voor 4 uur sjezen over onverharde wegen. Reserveren kan via 📞 Whatsapp op +57 321 653 0120.
Zie indrukwekkende vogels
Vogels kijken is een feest op zich in Jardín. En je hoeft er niet eens voor naar een speciale plaats of zo.
In het groen rond de talrijke finca’s zingen ze er vrolijk op los, en als je even de moeite doet zie je al snel een knalgroene kolibrie met duizenden vleugelslagen per minuut voor je neus zweven, toekans in de bomen nestelen of condors boven je cirkelen.
Specifiek voor vogelaars is het Reserva Natural Jardín de Rocas nog de moeite waard. Je kunt hier onder andere de fascinerende Andean Cock of the Rock bewonderen.
Ga paragliden
En dan is er tot slot nog paragliden 🪂 voor degene die het bergachtige landschap graag van bovenaf bekijkt. Pluspunt: het is hier beduidend minder toeristisch vergeleken met paragliden in bijvoorbeeld Medellín.
Met een clubje mensen rijd je in een jeep dik 2.000 meter de berg op naar Vereda El Cuchillón, waar ze je opwachten om deze gewaagde sprong in het diepe te maken.
De hele ‘vlucht’ duurt om en nabij de 20 minuten en kost 200.000 COP tot 250.000 COP. Een uitstekende operator die al sinds 2002 actief is, is Parapente Jardín.
Maak een ritje in La Garrucha
Als paragliden net even iets te spannend voor je is, kun je altijd nog een ritje in de kabelbaan La Garrucha maken. Vroeger gebruikte men de kabelbaan om de rivier over te steken, vandaag de dag is het een toeristending geworden.
Bij een restaurant op de heuvel stap je aan boord van de gondel (die héél basic is), en kort erna zweef je boven de groene vallei met uitzicht op downtown Jardín.
De prijs is 7.000 COP voor een enkeltje en het dubbele voor de retour.
Welke zaakjes in Jardín raad ik je aan qua eten en drinken?

La Puerta is een aanrader als je op zoek bent naar local food voor een leuke prijs. Het dagmenu is hier razend populair, en lekker bovendien. Ook Lo Mejor de Aqui is een aanrader in deze categorie.
Voor heerlijke pizza, pasta en steak met friet is de Artesanal Restobar mijn beste tip.
Een goede koffiebar in Jardíns centrum is Vivorigen. Voor zowel koffie als een lekker ontbijtje raad ik je COLECTORES Café de Jardín, Café Del Alto en Café Macanas aan. Een hoop van die koffietentjes in Jardín bieden tevens koffieworkshops aan.
Verblijf je buiten het centrum in een finca, dan hebben ze daar meestal ook wel wat te eten voor je. Bij de finca waar ik vertoefde (Finca Carrizales) kookten ze met groenten uit eigen tuin, lekker vers dus. Sowieso vond ik het eten bij hen ontzettend lekker en puur, een van de betere plekjes waar ik gegeten heb in Colombia.
Hoe zit het met transport in Jardín?

Het centrum en alles net daarbuiten is prima te voet te doen. Sowieso is het handig dat je geen hekel aan wandelen hebt als je naar Jardín komt.
In Jardín rijden verder geen Ubers, daarvoor is het simpelweg te afgelegen. Je zult het dus met de reguliere taxi’s en tuk-tuks moeten doen. Die kosten ongeveer hetzelfde. Om bijvoorbeeld naar het onder Nederlanders geliefde Glamping Jardin te komen vragen ze rond de 25.000 COP. Finca Carrizales, dat iets verder weg ligt, zou 35.000 COP moeten kosten. Ook motortaxi’s zie je geregeld.
Waar in Jardín raad ik je aan om te overnachten?

Voordat je je slaapplek boekt in Jardín, is het goed om jezelf af te vragen waar je wilt verblijven: in het centrum of erbuiten in de bergen? Ik zal voor beide locaties de leukere accommodaties met je delen.
Accommodaties in Jardín-centrum
In het dorpje zijn zowel het Candileja by Origen Hostel en het La Casa de las Flores Hostal twee fijne hostels om heen te gaan.
Als je daar een budgethotel zoekt, is Paisa Territory Jardin een van de betere plekjes om voor te kiezen. Voor omgerekend twee tientjes heb je er je eigen kamer.
Ocasso Jardin is top wanneer je een eigen appartementje zoekt.
Ben je met een groep en wil je een huis zonder te veel te betalen? Ga dan voor La Casa de Ana 2.
Een luxer viersterrenhotel (zonder stijf of sfeerloos te zijn) is Hotel Plantación. De ecologische bouwstijl zorgt voor een bepaalde charme die je thuis doet voelen.
Accommodaties in de bergen rondom Jardín
Zoals gezegd is Finca Carrizales een aanrader als je behoefte hebt aan rust en natuur, en het daarbij geen probleem vindt om buiten het stadje te zitten. Onderweg naar de koffieboerderij passeer je overigens tal van andere finca’s, die er evengoed veelbelovend uitzagen.
Een andere plek waar ik een paar nachtjes heb getukt is Glamping Jardín, een favoriet onder Nederlandse backpackers. De Nederlandse Suzan heeft hier met haar partner een fraaie glamping gebouwd. Naast luxe en robuuste privétenten hebben ze er twee tenten die ingericht zijn als dorm, met elk vier bedden en redelijk wat privacy.


Ook hier zit je buiten het centrum, ditmaal net iets minder dan 3 kilometer en een uurtje lopen. Ze bieden tevens tuk-tuks aan om je af te zetten en op te halen. Fijn is de ruime keuken om je eigen maaltijden te bereiden, die je vervolgens op het aangrenzende terras kunt oppeuzelen (inclusief een waanzinnig uitzicht). Iets heel chills: ze hebben er een ruimte voor yoga en calisthenics die gratis te gebruiken is.
Ben je meer van de luxe?
Een schitterende ecolodge gelegen op een heuvelrug is de Gulupa Ecolodge, volledig gebouwd van natuurlijke materialen. Je belandt in een oase van rust met hangmatten en hebt er een panoramisch uitzicht op het dal waarin het dorp ligt.
Hoeveel dagen raad ik je aan om in Jardín te blijven?

Zeker indien je vanuit Salento of Filandia komt, is het een behoorlijke reis om in Jardín te komen. Hierover vertel ik je verderop meer. Maar dat wetende, is het goed om ook even je (broodnodige) rust te nemen. Tenminste 3 nachten en 2 volle dagen is zodoende wat ik je aanraad.
De meeste mensen lassen een dagdeel in voor een koffietour en daarna eventueel paardrijden, een hele dag om de hike naar de waterval te doen en nog een laatste dag(deel) om het centrum te verkennen.
Zelf ben ik 4 nachten in Jardín gebleven, zo had ik 3 volle dagen om iets te ondernemen. Hiervan ben ik er een lekker op de finca gebleven om te schrijven, sporten (en chillen 🙂 ).
Muggen, muggen, muggen!
Deze wil ik echt even apart vermelden. Want ik ben echt finaall kapotgestoken in Jardín. En niet door gewone muggen, maar door kleine rotvliegjes die tussen de koffieplanten zweven. Ze schijnen jejenes te heten. Duivels zijn het.
Het begint met een rood puntje op je huid en vervolgens heb je dagenlang last van niet te harden jeuk. Nu weken later zit ik nog helemaal onder de rode plekken.
Dus mijn dringende advies is om je in te smeren met spul dat deze kwelgeesten van je afhoudt. Zelf smeer ik me overigens niet in met chemische middeltjes, je kunt tevens iets natuurlijks zoals citronellaolie proberen. De vraag is alleen of het werkt. Lange mouwen en broek helpen ook.
Wat is de beste reistijd voor Jardín?

De droge periode in Jardín loopt van december tot en met maart plus juli tot en met september.
Daarentegen valt er normaliter meer regen in april, mei, oktober en november. Al is het ook weer geen wetmatigheid. Bovendien hebben we het niet over voortdurende regenval, meestal gaat het om korte tropische plensbuien.
Zelf was ik er begin maart en ik heb alleen een keer ’s nachts heftige regen gehad. Voor de rest was het overdag goed weer en de lucht op de meeste momenten blauw met hier en daar een wolkje.
Goed om te weten is dat door de ligging op 1.700 meter de temperatuur het hele jaar door vrij mild is. 17°C tot 22°C is waar je aan moet denken. Zodra de zon onder is koelt het echter ook aanzienlijk af.
Hoe kom je in Jardín?

Kom je vanuit Salento gereisd? Je pakt dan eerst een bus naar Pereira (1,5 uur reistijd), daar een volgende bus naar Riosucio (3 uur reistijd) en ten slotte een minivan (4 uur reistijd) of een chiva (4 uur reistijd), wat een soort uitbundig gekleurde open truck is. Die rijdt binnendoor over een belabberde weg, terwijl de minivan buitenom gaat – en wel zoveel kilometers dat je er uiteindelijk net zo lang over doet. Die chiva gaat momenteel slechts een keer per dag, en wel om 3 uur ’s middags. De minivan die ik nam vertrok om half twee.
Vanuit Filandia is de route hetzelfde, al ben je ietsje eerder op de busterminal van Pereira. De busrit duurt namelijk 1 uur.
Kom je juist vanuit de andere kant, bijvoorbeeld uit Medellín? Dan is het betrekkelijk eenvoudig om Jardín te bereiken. Ik legde de route in omgekeerde richting af en deed er met de bus 3 uur over.
Buskaartjes koop je op het station of online via een partij als 12Go. Voor het traject Riosucio – Jardín kun je enkel op het ministation terecht voor je kaartje.











