“Nara is really nice,” is wat Azumi, de eigenaresse van m’n Airbnb in Kanazawa, via Whatsapp tegen me zei. Het meest bijzondere is waarschijnlijk dat er daar zo’n 1.200 herten in het wild leven. Maar er staat bijvoorbeeld ook een van de grootste Boeddhabeelden ter wereld. Ja, je leest het goed.

Aangezien ik een paar dagen later naar Kyoto zou gaan, zette ik deze bestemming alvast op m’n lijstje. Nara is vanuit daar namelijk eenvoudig als dagtrip te bezoeken. Ik begon tevens meteen wat artikelen over het plaatsje te lezen, en las vooral wisselende meningen. De een spreekt over een verkapte dierentuin die niet de moeite waard is, terwijl de ander het heeft over een prachtige bestemming die je gezien moet hebben.

Mijn interesse was in ieder geval gewekt en ik besloot de trein te pakken en zelf een kijkje te nemen. In dit artikel lees je hoe het me bevallen is.

 

De aankomst in Nara

Azumi, de vrouw waarover ik je eerder vertelde, werkt in Nara en had voorgesteld om me er een beetje rond te leiden. Geen slecht plan, zo leek me.  Want wie weet er nou betere plekjes dan een local? Bovendien vond ik het leuk om even kennis met ‘r te maken, omdat ik in haar woning -Airbnb- verbleven was.

Na in een Italiaans koffiecafé op Azumi te hebben gewacht, kwam ze aanlopen. Ze vroeg redelijk verlegen -of moet ik zeggen op z’n Japans?- of ik Robbert was. Over Whatsapp typte ze telkens lange Engelse volzinnen naar me, alleen toen we elkaar in levende lijve zagen bleek dat ze al die tijd Google Translate had gebruikt om met me te communiceren.

We liepen vanaf het station richting Nara-Koen, oftewel het plaatselijke park waar het allemaal te doen is. Hier vind je eigenlijk alle hoogtepunten van de vroegere Japanse hoofdstad. Je kunt zodoende alles prima te voet bezoeken.

 

Kennismaken met de heilige maar brutale herten

“Where are the deers?” is de eerste vraag die ik stelde. Rond het station waren er immers nog geen te zien. En ik had geen idee wat of waar ik ze kon verwachten.

“Deers?” antwoordde Azumi. Oh ja shit, ze sprak natuurlijk nauwelijks Engels. Vervolgens probeerde ik op vrij amateuristische wijze een dier met gewei uit te beelden, wat het voor Azumi alleen maar onduidelijker maakte. Waarom moeilijk doen, dacht ik toen? Google Translate hielp me weer eens uit de brand.

Azumi lachte en zei tegen me dat we de herten een stukje verderop te zien zouden krijgen.

En inderdaad, er lagen er een paar te relaxen in het gras onder een boom met rode blaadjes. Weinig verrassend liepen er toeristen naartoe om er een selfie mee te maken. Tegelijkertijd zag ik een handjevol herten, met hun neuzen de lucht in, op mensen met eten aflopen. En niet bepaald rustig, eerder brutaal.

Ik moest lachen toen een van de herten eten uit een kinderwagen probeerde te jatten. De baby die erin lag leek zich er geen raad mee te weten en begon te huilen. De moeder deed vervolgens verwoede pogingen om het hert weg te krijgen. Later op de middag zou ik ook nog half worden aangevallen, daarover straks meer.

Je kunt in het Narapark voor 200 yen zelfs hertensnacks kopen, een soort dunne koekjes waar de dieren van smullen. Azumi kocht er een stuk of tien en de beesten kwamen als hongerige hyena’s op haar afgerend. Het zag er grappig uit, maar aan de andere kant hoort zoiets -het voeren- eigenlijk niet. Hetzelfde geldt voor de afgezaagde geweien van de mannetjesherten, wat men gedaan heeft vanwege veiligheidsredenen en bescherming van de bomen. Slechts stompjes zijn het die je ziet. Zielig als je het mij vraagt. Toch zagen de beestjes er gelukkig uit. Al is dit vrij logisch, ze weten simpelweg niet beter.

De inmiddels tamme herten hebben in Nara trouwens een heilige status, aangezien ze als boodschappers van god worden gezien.

 

De Todaiji Temple: een 15 meter hoge bronzen Boeddha

Na flink wat gelachen te hebben om de rennende, liggende en naar eten zoekende herten, liepen we verder richting Todaiji, de bekendste tempel van Nara. In een enorm houten gebouw vind je een van de grotere Boeddhabeelden ter wereld. En dat wilde ik natuurlijk wel even zien.

Al bleek ik niet de enige…

Het pad naar de tempel werd overspoeld door toeristen en er leken hier nog meer herten te lopen, dan op de weg waar we eerder liepen. Sommige mensen waren dwangmatig bezig om de perfecte Instagram-foto met een hert te maken. Koekje in de hand, om zo het dier voor de camera te lokken.

Zo ook een Aziatisch meisje. Toen er op een gegeven moment ineens vier herten op haar kwamen afstormen koos ze echter eieren voor d’r geld, en liet ze haar fotoambities maar eventjes links liggen.

Ik als toeschouwer van dit komische tafereel bleek ook interessant te zijn. De beesten dachten waarschijnlijk dat m’n telefoon eten was en begonnen aan m’n trui te trekken. Ik wist niet wat ik meemaakte en moest lachen, al schrok ik me net zo goed rot. Ze kwamen namelijk achterlangs, waardoor ik het totaal niet aan zag komen. Gelukkig kon ik vrij snel weer doorlopen. Ze loerden vervolgens naar andere gegadigden.

En de Todaiji Temple?

Geweldig mooi! De Boeddha, oftewel de Daibutsu, is 15 meter hoog en volledig van brons. Erachter blinkt een gouden wand waarin allerlei kleinere gouden Boeddha’s verwerkt zitten. Er is bovendien een pilaar met een opening zo klein als het neusgat van de Daibatsu. Weet je je hierdoor heen te wurmen, dan zal je in een volgend leven verlichting vinden, zo gelooft men.

Het gebouw waarin je deze gigantische Boeddha vindt is misschien wel een van de meest imposante gebouwen die ik in Japan heb gezien. Toen ik dat tegen Azumi zei, reageerde ze vol trots. Deze tempel is voor de Japanners in vele opzichten namelijk erg waardevol. Nog niet zo lang geleden was de Great Buddha Hall trouwens het grootste houten gebouw op onze aardbol. En dan te bedenken dat ‘ie voor de reconstructie in 1692 nog een veel grotere omvang had.

Aangezien Azumi weer aan het werk moest, bedankte ik haar voor de genomen moeite en de korte maar leuke tijd. We namen afscheid van elkaar en ik ging vervolgens zelf door met de verkenning.

 

Ultieme rust bij de Ukimi-do Hall

Aan de rand van de Sagi-ike-vijver ligt een steiger met daarop een pittoresk huisje, waarvan je bij helder weer de weerspiegeling in het water ziet. Vergeleken met de grote Boeddha is het hier lekker rustig en kun je even bijkomen van de drukte. Tijdens mijn bezoek was de omgeving er trouwens supermooi, omdat de herfstkleuren in overvloed aanwezig waren.

 

De mysterieuze setting rondom Kasuga Taisha

Kaduga Taisha is een bijzondere plek, zo wordt ze als een  van de meest heilige plaatsen van Japan beschouwd. Ook worden er hier vier Shinto-goden vereerd, iets wat niet vaak voorkomt. Rondom het schrijn vind je ontelbaar veel bronzen lantaarns en de weg die erheen loopt is misschien nog wel indrukwekkender dan de Kaduga Taisha zelf.

Je wandelt door een mysterieus aanvoelend bos met aan beide kanten stenen lantaarns waarin Japanse tekens gekerfd staan. Uit het niets duikt er soms ineens een hert op. Af en toe lijken ze zelfs te poseren. Ze steken dan bijvoorbeeld hun snuit tussen de beelden door, en laten de mensen vol overgave foto’s nemen. Toevallig zag ik hier gelukkig wel een aantal van deze beestjes waarvan het gewei niet was afgezaagd.

Boven kun je tegen betaling (500 yen; 4,15 euro) een kijkje in de binnenhal nemen, om zo diverse heiligdommen van dichtbij te zien. Maar zoals ik al zei vond ik met name de omgeving rond Kaduga Taisha erg gaaf. Je hoeft er dus niet perse geld uit te geven om je te vermaken.

Bij het complex hoort tevens de Manyo Botanical Garden, al moet je daar wederom een ticket kopen (400 yen; 3,35 euro). Dit zou ik niet doen, aangezien de hierna te noemen Yoshikien Garden veel indrukwekkender is.

 

De betoverende Yoshikien Garden

Ter afsluiting van de middag wilde ik graag nog een van de tuinen bekijken. Ik koos voor Yoshikien, en wat een mooie plek is dit zeg. Het complex bestaat uit drie verschillende gedeeltes: een vijvertuin, een mostuin en een theeceremonietuin. En in tegenstelling tot de meeste spots in Nara kom je er terecht in een oase van rust.

De wandeling bracht me langs plekjes waarvan lastig in woorden uit te drukken is hoe mooi ik ze vond. Door de mix van gele, oranje, rode en groene kleuren plus de boogbruggetjes, boeddhistische beelden, met mos bedekte rotsblokken en de vele kronkelpaden, waande ik me voor eventjes in een sprookje.

Aan de overkant ligt trouwens nog de Isuien Garden, al is een van deze twee tuinen bezoeken waarschijnlijk wel voldoende. Yoshikien is op vertoon van je paspoort of rijbewijs bovendien gratis, terwijl je voor Isuien 900 yen (7,50 euro) entree dient te betalen.

 

Al met al…

Ik vond Nara een bestemming die zeker de moeite waard is. Ja, het is niet helemaal natuurlijk hoe de herten hier leven, maar ze zien er happy uit en kunnen in ieder geval gewoon hun eigen gang gaan. En dat doen ze ook 😀 .

Verder zijn de tempels en schrijnen erg indrukwekkend en de hele setting met het bos en de kleurrijke tuinen maken het er extra bijzonder. Toeristisch is het er wel, alleen waar in Japan is dit niet zo? Als je behoefte hebt aan rust, kun je bovendien naar de Yoshikien Garden of de Ukimi-do Hall lopen.

 

Hoe kom je in Nara?

Nara is zowel vanuit Osaka (50 minuten) als Kyoto (45 minuten) eenvoudig te bereiken. Pak de trein naar het Kintetsu-Nara Station en vanuit daar loop je in een kwartiertje richting Nara-Koen.

Als je een JR Railpass hebt kun je beter voor Nara Station kiezen, je reist dan gratis. Beide stations liggen op ongeveer 1 kilometer van elkaar.

 

In Nara overnachten?

Persoonlijk had ik het na een middagje wel gezien in Nara. Je kunt er echter ook voor kiezen om er een nachtje te blijven slapen. Hier vind je een overzicht van de leukste accommodaties.

Over de auteur

mm

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van de succesvolle boekenreeksen 'Backpackgids Azië', 'Backpackgids Australië' en 'Backpackgids Zuid-Amerika'.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

*