Opmerking: dit artikel over Kudat schreef ik op 2 maart 2016 en is voor het laatst geüpdatet op 22 oktober 2025.
Mijn Engelse reisgenootje Aaron en ik waren al zo’n 2 weken op avontuur op Maleisisch Borneo. Na Kota Kinabalu bezochten we het fascinerende Sepilok. Hoogtepunten waren het Orang Utan Rehabilitation Centre en de hilarische neusapen in het Proboscis Monkey Sanctuary. Serieus, die moet je gewoon een keer gezien hebben.
Na bij een superlief gastgezin in Sepilok te hebben geslapen, besloten we na een paar dagen de bus terug te nemen naar onze vaste uitvalsbasis op Borneo: Kota Kinabalu. Daar hebben we uitgedokterd wat onze volgende bestemming ging worden. Onze keuze viel op de plek waar het in dit artikel allemaal om te doen is: Kudat.
Een clubje andere backpackers had ons getipt over een geweldig eco-resort in die regio, verscholen in de jungle. Na het nodige online speurwerk wisten we het zeker: hier moesten we heen.
Daarom contacteerden we de eigenaar of er nog hutjes vrij waren om te slapen, gelukkig was dit zo. Hij (Howard) zou ons bij de bushalte in Kudat oppikken.
Nee, Kudat is misschien niet het eerste waar je aan denkt als je gaat backpacken op Maleisisch Borneo. Het is echter een plaats in Sabah waar ik geweldige ervaringen heb gehad en kennis heb gemaakt met het échte ongerepte Borneo. Ik hoop dat jij na het lezen van dit stuk ook die kant op gaat.
Over Kudat

Denk je aan Maleisisch Borneo (Sabah), dan zullen het waarschijnlijk orang-oetans, neusapen en de onderwaterwereld rond Semporna zijn die in je opkomen. Maar heb je al wel eens gehoord van Kudat, daar helemaal verlaten in het uiterste noorden van Sabah?
Nou, bij deze!
Kudat is overigens zowel een rommelig stadje (11,6 km²) als een district (1.287 km²), in dit artikel heb ik het over de stad en haar nabije omgeving. En dan met name over de Tip of Borneo en omstreken, dik 20 kilometer ten noordwesten van Kudat Town.
Het is de toegangspoort tot het noordelijkste puntje van het hele eiland: de Tip of Borneo. Op deze rotsachtige plek komen de Zuid-Chinese en Sulu-zee samen, en het is voor tal van Maleisiërs iets waar ze geweest willen zijn.
Een ander ding waar Kudat bekend om staat is de Rungus-cultuur. Deze minderheidsgroepering spreekt hun eigen taal, dragen handgemaakte kleding en leven veelal in traditionele longhouses.

Ook de zaterdagmarkt -Tamu Kudat- en het maken van de Maleise Gong zijn twee zaken die de plaatselijke cultuur typeren.
Gaaf is om te midden van de natuur in een eco-lodge te overnachten, het is vooral dit waar ik aan terugdenk nu ik dit alles over Kudat opschrijf.
Verder is de omgeving ruig en grillig en staat toerisme en nog altijd in de kinderschoenen. Op Sabah zijn het nou eenmaal Kota Kinabalu, Sepilok, Sandakan, de Kinabatanganrivier en Semporna die toeristen op de radar hebben staan.
Kudat bezoek je al met al wanneer je een authentiek stukje Borneo wilt beleven, weg van de bewoonde, ontwikkelde wereld.
Bijzonder overnachten bij Tampat Do Aman

Toen we na 3 uur aankwamen in Kudat, stond de Engelse eigenaar -en voormalig rugbyspeler- Howard klaar met zijn pick-up om ons op te halen en naar z’n ‘resort’ te brengen. Zo’n 30 kilometer rijden. Ik zeg ‘resort’ omdat het totaal geen luxe plek is, eerder een plaats waar je volledig back to basics gaat en één wordt met de pracht van de natuur.
De lodge draagt de naam Tampat Do Aman, wat letterlijk vertaald: ‘een plaats voor rust’ betekent.
Daar aangekomen waren ik en Aaron direct verbaasd hoe mooi het er is. We stonden te popelen om meer te zien. Howard vertelde ons eerst het een en ander over de eco-lodge en zijn andere projecten.
Zo liet hij weten dat er volop wordt gerecycled om de lokale gemeenschap zo min mogelijk te belasten. Een voorbeeldje: op de stranden ligt een hoop hout dat is komen aanspoelen uit de zee. Dit gebruikt men voor het maken van meubels zoals tafels en stoelen. Locals helpen helpen hem hier vaak bij, hij creëert zo als het ware werkgelegenheid voor ze.
Verder zei Howard dat hij een ‘Wildlife Reserve’ heeft ontwikkeld voor het welzijn van de (bedreigde) dieren. Deze beestjes krijgen hier een veilige broedplaats, waardoor wordt voorkomen dat ze (verder) uitsterven.
Inmiddels is ook het bijbehorende ‘Education Center’ gebouwd om reizigers en locals meer te vertellen over de dieren en het belang ervan dat ze behouden blijven. Op deze manier betrekt deze bijzondere Engelsman mensen in zijn projecten en laat hij zien wat het nut ervan is.
Over dieren gesproken, er loopt regelmatig een groep eenden en kippen over het terrein, op zoek naar eten en naar sociale contacten 😀 .

De sfeervolle longhouses, het platform om te chillen, de hangmatten, de rust en het prachtige uitzicht vanuit het tuinhuisje zijn allemaal dikke pluspunten aan deze plek. En dit allemaal middenin de wilde jungle van Borneo, een droom voor avonturiers zoals ik.
Voordat ik het vergeet: je kunt er douchen in de openlucht. En het mooie is: als het donker begint te worden, kun je tijdens het douchen genieten van een oogverblindend mooie sterrenhemel. Ooit zoiets meegemaakt?
En dan de toiletten, je raadt het misschien al: doorspoelen is hier niet mogelijk. Je gebruikt compost nadat je naar de wc bent geweest. Zo wordt alles hergebruikt, mede hierom ook de naam ‘eco-lodge’.
Slapen is er net zo goed een ervaring op zich. Je overnacht in een longhouse voor omgerekend 12 piek per nacht, omringd door jungle met vredige natuurgeluiden. Wel huppelen er in de vroege ochtend behoorlijk enthousiaste hanen rond die er flink op los kraaien, oordoppen zijn dus wel zo handig. Inmiddels vind je er ook chalets om te verblijven.
We waren in een soort paradijsje beland. Tenminste, als je van eenvoud houdt en wilt ontsnappen aan de normale beschaving.
Wat is er te doen in Kudat?
Allereerst is het goed om te weten dat Tampat Do Aman volledig afgezonderd ligt. Er is een klein ‘supermarktje’ om de hoek, maar dat is het dan ook wel. Howard en z’n lokale vriendin runnen een paar kilometer verderop een restaurant dat pal aan het mooie strand (Kalampuniam Beach) ligt: Tiptop Restaurant. Hij kan je hier op ieder moment van de dag naartoe brengen.
Dit is dan ook wat ik en Aaron meestal deden. Als ik je een gerecht mag aanbevelen: neem de ‘chicken rendang’. Dit was onze favoriet, net als die van Howard zelf trouwens. Verder is de zelfgemaakte cheesecake erg goed!
Kudat zelf is qua dorpje niet zo boeiend. Het is ‘m vooral in de omgeving te doen, rond de Tip of Borneo valt het meeste te zien en te beleven.
Mountainbiken door lokale dorpjes
Bij Howard’s restaurant hebben ik en Aaron twee mountainbikes gehuurd, en zijn we op avontuur gegaan. We sjeesden dwars door de jungle over heuvelachtige zandwegen, en zijn onderweg bij diverse rijstvelden en lokale gemeenschappen gestopt om kennis te maken met enthousiaste en erg gastvrije locals. Hieronder ook mensen van de Rungus-stam.

Ik weet nog goed dat we ‘uitstierven’ van de honger, aangezien we al uren onderweg waren en er geen enkele mogelijkheid was om eten te kopen. Daarbij waren we de weg kwijtgeraakt, waardoor het langer en langer duurde.
En toen sloeg het noodlot helemaal toe. Of laat ik zeggen dat we in ieder geval behoorlijk in paniek raakten…
We zagen een gevaarlijk ogende zwerfhond lopen op de weg die we op een of andere manier moesten zien te passeren. Tja, wat moet je in zo’n situatie? Niemand om je te helpen, geen voorzieningen, gewoon niets. Wat als een van ons gebeten zou worden?
We zijn terug gereden en hebben even later de gok genomen. Gelukkig was de hond van het toneel verdwenen en liet hij zich niet meer zien.
De Tip of Borneo

Op een andere dag zijn we naar de Tip of Borneo gegaan dat vlakbij het restaurant ligt. Het hoogste puntje van het eiland waar je op het viewpoint kunt genieten van een weids uitzicht over de zee en een onontgonnen strand: Kalampunian. Hier kruisen de Zuid-Chinese en Sulu-zee elkaar.
De zonsondergang is hier adembenemend, zoals op zoveel plekken in Kudat trouwens. Vergeet daarna niet omhoog te staren, want de sterrenhemel is eveneens oogverblindend.
Het is in mijn optiek niettemin vooral de wetenschap dat je hier met het uiteinde van Borneo te maken hebt die het speciaal maakt. De spot an sich is niet persé bijster spannend.
Maleisiërs noemen deze spot overigens ‘Tanjung Simpang Mengayu’.
Stranden en rijstvelden verkennen
Over stranden gesproken, die heb je hier in overvloed. Verlaten stranden welteverstaan. Ga zelf met de fiets of vraag Howard of hij je een dagje meeneemt. Dit laatste is wat wij deden. Hoewel, hij vroeg ons mee.
Zo hebben we de meest ongerepte gebieden van Kudat gezien. Langgerekte groene velden, verwilderde jungle en stranden waar werkelijk niemand te bekennen was, zo verlaten heb ik het nog nooit gezien. Er waren zelfs geen locals te vinden.

Mijn favoriet is Kelambu Beach, je kunt er tijdens eb over een zandbank naar het aangrenzende jungle-eilandje lopen. Een andere aanrader is het al genoemde Kalampunian Beach. Neem ten slotte ook zeker een kijkje bij het ongerepte Bavang Jamal (Secret Beach).
Oh ik ben wel eerlijk met je: je hoeft geen sneeuwwitte poederstranden met kraakhelder water te verwachten. In Kudat is het allemaal nogal ruig. Aan de andere kant verbleven wij er toen het behoorlijk onstuimig was, dit kan natuurlijk enigszins vertekenen. Ik zie ook blogs voorbij komen die Kuda een heus strandparadijs noemen, zo heb ik het desondanks niet ervaren.
Rustige avondjes rond het kampvuur
In de avond verbleven we meestal bij het restaurant en deden wat spelletjes met andere mensen. Het leukste waren de kampvuren die we bouwden op het strand. Voor de schemering (droge) houtbrokken zoeken op het strand, en ’s avonds het vuur aanmaken. En nadien verhalen vertellen rond het kampvuur met een biertje erbij…
Howard en zijn vriendin vertelden ons meer over hun leven, waarom ze dit initiatief hebben genomen en hoe ze elkaar ooit leerden kennen. Verder zei hij dat ze zich inzetten voor kansarme kinderen, met als emotioneel voorbeeld een weesmeisje wat door hun inspanningen voor het eerst in d’r leven haar verjaardag heeft kunnen vieren. Dit zijn van die typische dingen die een mens raken.
Chillen bij de lodge

Ik ging er trouwens niet iedere dag op uit. Soms koos ik er, introvert als ik ben, voor om in m’n eentje bij de lodge te blijven hangen om verder te lezen in The Da Vinci Code. En geloof me, met het rustgevende uitzicht vanuit het tuinhuisje en liggend in een hangmat waren zulke dagen heerlijk. Je hoeft niet altijd fysiek actief te zijn om te genieten, allesbehalve zelfs…
Tot slot: er is wifi, al is deze verbinding zeer traag. Maar goed, internet is niet waarvoor je hier komt. Misschien is het juist wel lekker om even zonder te zijn? En anders kun je altijd nog een simkaart fixen uiteraard. Al daag ik je uit om het niet te doen.
Wat zijn aanraders qua eten en drinken in Kudat?
Wij aten veelal bij Howard en z’n vrouw in het TipTop Restaurant. Zoals ik al zei, is de chicken rendang er heerlijk. Evenals de cheesecake.
Een andere aanrader voor een lekkere lokale hap is Ina Cafe. Twee gerechten om te proberen zijn de ’tom yam’ en de ‘soto ayam’. Als je van pittige soepjes houdt tenminste. En andere kun je altijd nog voor rijst of noodles gaan natuurlijk.
Wat verder een leuke spot aan het strand is, is de Secret Place Cafe And Camping. En zoals de naam al doet vermoeden: je kunt er inderdaad kamperen. Daarover verderop meer.
Tot slot is ook het Ayeena Amor Cafe een plek die je niet teleur zal stellen, mocht je naar authentiek Maleisisch eten (veel seafood!) op zoek zijn.
Zijn er nog andere plekjes in Kudat om te overnachten?

Hierboven heb ik Tampat Do Aman aangeraden als slaapplek in Kudat. Hier moet je zijn indien je rust, afzondering en natuur hoog op je lijstje hebt staan. Daarnaast hoef je er geen luxe te verwachten. Maar bijvoorbeeld wél een openluchtdouche en ontelbare sterren boven je. Eigenaar Howard is een van de meest behulpzame mensen die ik heb mogen leren kennen, de natuur is er prachtig en het is de ultieme plek om volkomen tot jezelf te komen. Als je wilt, kun je er trouwens vrijwilligerswerk verrichten.
Wil je kamperen aan het strand, dan is de eerdergenoemde Secret Place Cafe And Camping een dikke aanrader. Je hoeft geen eigen tent bij je te hebben, die hebben zij namelijk voor je.
Een prima guesthouse aan het strand van Tajau Laut is Tajau Laut Guesthouse. Ook hier is alles vrij basaal en hoef je verder niet op luxe te rekenen.
Ben je juist op zoek naar meer comfort, dan kun je beter in een hotel verblijven. Heel veel keus is er wat dat betreft helaas niet, het Kudat Golf & Marina Resort heeft de beste reputatie.
Of boek een fijn chalet bij Barefoot Luxury.
Ben je met een groep op pad, dan is een luxe villa wellicht wat je wilt. Kudat Riviera Exclusive Beach Villas en Luxurious Private Holiday Villa zullen aan al je wensen voldoen.
Hoeveel dagen raad ik je aan om in Kudat te blijven?
Na een week op deze unieke plek te zijn geweest, besloten ik en Aaron terug te gaan naar Kota Kinabalu. Howard zette ons af in het centrum. We namen afscheid, bedankten hem voor alle moeite die hij voor ons had gedaan en wensten hem veel succes met z’n projecten.
Daar gingen we, met een minibus terug naar de bewoonde wereld…
Heb je geen week de tijd? Trek dan in elk geval 3 dagen uit voor je bezoek aan Kudat en de Tip of Borneo.
Hoe zit het met transport in Kudat?

Het gebied is te uitgestrekt om alles te voet te kunnen doen. Om je een voorbeeldje te geven: de afstand van Tampat do Aman naar de Tip of Borneo is pakweg 5 kilometer. Maar vanuit het Tajau Laut Guesthouse is het al meer dan 22 kilometer!
Sommige lodges bieden shuttle-diensten aan om je af te zetten in of rond het centrum. Je hoeft hier meestal niet extra voor te betalen.
Daarnaast is het leuk om een scooter te huren, dit kost je 30 RM to 50 RM per dag. Zo ben je mobiel en niet van anderen afhankelijk. Er is niet zoveel aanbod, doe navraag bij je accommodatie.
Een andere optie is een mountainbike, al is het aanbod evenals voor scooters beperkt. Ik regelde er een via Howard (van Tampat Do Aman), de prijs is vergelijkbaar met die van een scooter.
Wat is de beste reistijd voor Kudat?
Het droogseizoen valt in Kudat van februari tot en met april en van juli tot en met september. Mei en juni kunnen evengoed prima, al is de kans op regen dan wel ietsje groter.
Daarentegen moet je van oktober tot en met januari rekening houden met meer nattigheid, het is dan regenseizoen en de kans op fikse plensbuien het grootst. Met name in november en december.
Hoe kom je in Kudat?
Wij hebben als gezegd de minibus vanuit Kota Kinabalu gepakt. Deze rit naar het noorden van Sabah duurde ongeveer 3 uur. Da’s zo’n beetje ook de enige manier om er te komen. Tenzij je een auto huurt.
Kudat heeft overigens een vliegveld (KUD), al is die amper nog in gebruik. Het meest logische is dus om naar Kota Kinabalu te vliegen (bijvoorbeeld vanuit Kuala Lumpur) en nadien een minibus te nemen naar Kudat.
Meer lezen over Borneo

Kan je geen genoeg krijgen van Borneo en lees je graag meer over de avonturen van mij daar in het verre oosten? Hier nog enkele tips:
- Alles over Sabah, Maleisisch Borneo
- Sepilok: maak kennis met neusapen, beren en orang-oetans
- Mabul Island: een walhalla voor duikers
Ga jij Kudat bezoeken denk je?












