Kanciana Village: een geheime en ongerepte plek op Bali - Backpackblog.nl

Kanciana Village: een geheime en ongerepte plek op Bali

Bali is de laatste jaren uitgegroeid tot een van de meest toeristische bestemmingen in Zuidoost-Azië. Maar wat nou als je dit veelzijdige eiland bezoekt, en juist behoefte hebt aan een plek waar je helemaal een met de natuur kunt zijn en de drukte wilt ontwijken?

Goed nieuws, want ook Bali heeft opties om van de gebaande paden af te gaan. Kanciana Village in de Tabanan-regio is er zo een. De tijd lijkt er te hebben stilgestaan en de natuur is waanzinnig mooi. Het is zo’n typische plaats waar je voor een paar dagen heengaat, terwijl je na die dagen voor je gevoel weken weg bent geweest.

Behalve de schilderachtige omgeving, verbleven ik en m’n moeder -die me voor 3 weken bezocht- in een unieke accommodatie. Zo sliep ik in de openlucht en werd ik wakker met het geluid van een stromende rivier, vogeltjes en insecten die je alleen in de jungle hoort.

Kanciana Village is al met al een van m’n favoriete plekjes op Bali, en in dit artikel ga ik je er meer over vertellen.

Wel moet ik zeggen dat schrijven over deze regio me een dubbel gevoel geeft, want hoe geheim blijft een plek als erover gepubliceerd wordt? Het is een keerzijde van bloggen wat mij betreft. De andere kant is dan weer dat zulke bestemmingen een blog juist extra tof maken. Overigens verwacht ik de komende jaren geen (sl)echte veranderingen in Kanciana Village, de grond is er namelijk in handen van locals en het is een behoorlijke opgave om er te komen.

 

Een zoektocht naar een verborgen plek op Bali

Mijn moeder en ik hadden net het paradijsje Nusa Lembongan bezocht en wisten een ding zeker: we zouden 2 nachten in Ubud blijven en daarna door reizen naar een volgende bestemming. Die bestemming was onbekend, al wilde ik iets origineels doen. Een verborgen plek op Bali, omgeven door groen en zonder drukte. Na de vele scooters en trucks op Nusa Lembongan, maar met name in Ubud, hadden we simpelweg behoefte gekregen aan rust. Maar ook aan rijstvelden en groen zonder toeristen 🙂 .

En dus ging ik op zoek naar afgelegen accommodaties in het noorden van Bali. Door eerdere trips over het eiland wist ik immers dat het daar supergroen en relatief rustig is. Zo heb ik een geweldige tijd in het plaatsje Munduk gehad.

Mijn oog viel op Tabanan, al kwam ik er al vrij snel achter dat dit behalve een plaats ook een enorme regio is. Een regio waar je bijvoorbeeld de bekende Jatiluwih-rijstvelden en de Tanah Lot-tempel vindt. Zoek je in Agoda of Booking.com op ‘Tabanan’, dan krijg je vervolgens een overzicht van alle accommodaties in de regio. Een guesthouse kan zomaar 40 kilometer van de Jatiluwih-rijstvelden liggen, iets wat op Bali al snel 1,5 uur reizen betekent. Als je bepaalde bezienswaardigheden wilt bezoeken, raad ik je daarom aan om goed de locatie checken van de accommodatie die je op het oog hebt.

Anyway, na even gescrold te hebben zag ik een bijzondere plek op het beeldscherm verschijnen: Clove Tree Hill.

Een beetje research leerde me dat deze accommodatie in Kanciana Village lag, een lastig te bereiken dorpje aangezien de laatste kilometers ernaartoe over een ronduit belabberde weg gaan. Maar betekent zo’n afgelegen locatie ook niet juist rust en weinig toeristen? Inderdaad, en we besloten daarom om het avontuur aan te gaan.

 

Een rit die zelfs taxichauffeurs doet schrikken

Ik had voorgesteld om de volgens Google Maps 1,5 uur durende rit met de scooter af te leggen. M’n moeder bleek hier echter niet heel enthousiast van te worden, met name omdat we hadden gehoord en gelezen dat de laatste 7 tot 10 kilometer een te nemen horde was die je niet bepaald in de koude kleren zou gaan zitten. Bovendien is m’n ma bijna 60 en ik kan dan eerlijk gezegd best begrijpen dat je liever wat chiller in een auto zit 🙂 .

We kozen zodoende voor een lokale taxi die ik via m’n guesthouse regelde.

De volgende dag om half 11 werden we opgehaald en lieten we het drukke centrum van Ubud achter ons. Onze chauffeur had duidelijk geen idee waar we heen moesten, aangezien hij me een paar keer vroeg de navigatie op mijn telefoon aan te zetten. En het moment waarop we in Tabanan City arriveerden dacht hij kennelijk al op de plaats van bestemming te zijn. Z’n ietwat schrikkende reactie toen ik aangaf dat we nog dik 25 kilometer te overbruggen hadden, was in ieder geval veelzeggend. Met in m’n achterhoofd wetende wat voor rampzalig stuk er verderop hoogstwaarschijnlijk zou volgen, vroeg ik me steeds meer af of dit goed ging komen.

Verrassend genoeg bleek de weg in -voor lokale begrippen- meer dan gemiddelde staat, en begon ik te geloven dat het misschien toch allemaal mee zou vallen. Tot we in plaats van met de bocht mee rechtsaf sloegen en we op een weg belandden waarop precies een auto past. Rijd je er iemand tegemoet, dan wordt het knap lastig. Het asfalt was daarentegen onveranderd van prima kwaliteit.

Maar deze redelijk accepteerbare omstandigheden veranderden daarna vrij rap. Grote kuilen en scheuren werden afgewisseld met brokken steen en de auto shakete maximaal. De chauffeur leek behoorlijk geschokt door wat ‘ie hier op z’n bordje kreeg, hij leek zoiets nog niet eerder te hebben meegemaakt.

Toen we wederom een nieuwe helling op moesten die vol lag met stenen en modder, volgens de kaart de laatste te nemen horde om bij het resort uit te komen, kreeg ik stilletjes aan medelijden met hem. Meerdere keren zei ik met een lach vol ongeloof -ongeloof omdat ik het zo belabberd c.q. uitdagend ook niet verwachtte- “sorry” en hij lachte terug met z’n blik op het pad gericht. Al leek dit op lachen als een boer met kiespijn. Mijn moeder had het stadium van medelijden overigens al eerder bereikt, zo maakte ik op uit haar woorden tijdens de rit.

Ik stelde voor om de memorabele expeditie een halt toe te roepen, zodat de man terug kon keren naar Ubud. Hij lachte, maar reageerde afwijzend op de hand die ik hem wou geven. Een cultuurdingetje, of was de beste meneer echt boos? Had hij misschien meer geld verwacht door de moeilijkheidsgraad van het parcours? Ik zal het nooit weten. Hij zwaaide in ieder geval wel toen we wegliepen.

Wat opviel toen we aan de korte wandeling begonnen was de stilte. Geen verkeer, geen mensen. Enkel en alleen natuur. Precies wat we zochten.

 

Aangekomen bij een unieke accommodatie in de rijstterrassen

Het bordje met Clove Tree Hill zei dat we linksaf moesten en een diepe daling volgde. Vanuit de valei werden we beloond met een prachtig uitzicht op de rijstterrassen, een welkome opsteker na de vermoeiende rit die we hadden afgelegd.

We begonnen de middag -het was inmiddels twaalf uur- met een heerlijke lunch en keken tegelijkertijd uit over het oogstrelende landschap. Ik had een wat onwerkelijk gevoel, omdat zo’n oase van rust compleet tegenovergesteld was aan waar we 2 uur geleden nog waren. Het enige leven wat ik zag waren de paraderende eenden en enkele hanen die van boven naar beneden sjokten.

Op het complex zijn verschillende houten huisjes gebouwd die perfect matchen met de omringende natuur. Geen lelijk modern hotel of resort dus, gelukkig heeft men rekening gehouden met de omgeving. Een reden hiervan is dat de Australische eigenaresse samenwerkt met twee locals uit het aangelegen Kanciana Village. Zij hebben tips gegeven om de authenticiteit zoveel mogelijk te waarborgen.

In de pittoreske tuin is een wandelpad aangelegd dat naar een infinity pool en de diverse huisjes leidt. Al lopend kom je langs tropische planten en fruitbomen met mangosteen, durian en passiefruit. Toen wij aan de miniwandeling begonnen, ging een gele vlinder ging ons voor. Alsof hij de weg wilde wijzen.

Ons huisje was helemaal super en vanaf de veranda keken we uit op het uitgestrekte groene landschap, bestaande uit jungle, palmbomen en rijstterrassen. In de verte zagen we bovendien de zee liggen. En het meest verrassende? Je kunt er water uit de kraan drinken, aangevoerd vanaf de plaatselijke Batukaru-berg. Waar op Bali of überhaupt in Indonesië zie je dit?

We kozen ieder alvast een bed uit, en het leek me gaaf om buiten op de veranda te slapen op het aanwezige bankje. Inslapen met het geluid van krekeltjes en stromend water, en wakker worden met tjilpende vogels om me heen. Ik verplaatste het matras van binnen naar buiten en verheugde me op de nacht die komen ging.

 

Een vernieuwd ritme

Op Bali wordt het donker rond de klok van half 7, waarna op veel plekken het nachtleven begint. In Kanciana Village is dit helemaal anders. Na gegeten te hebben is het er helemaal donker en ga je in alle rust terug naar je bungalow. De avonden waren voor ons meestal rond half negen afgelopen om vervolgens langzaam in te dommelen. Ik ‘kamperend’ op de veranda en mijn moeder binnen op het koninklijke bed.

De eerste ochtend ontwaakte ik om half zeven en zat ik vol (positieve) energie. Voor mij een welkome verrassing, want normaal voel ik me rond dit tijdstip slap. Ik deed het bamboe-rolluik voorzichtig een stukje naar boven om de eerste zonnestralen te kunnen voelen en tegelijkertijd van het uitzicht op de ‘tuin’ te kunnen genieten. De stilte op deze vroege ochtend was bovendien fijn om mee te maken.

Daarna was het tijd voor een welverdiend ontbijtje, waarbij de smoothie bowl me het meest aansprak. En dit bleek een goede keuze te zijn. De houten kom zat afgeladen vol met watermeloen, dragon fruit, granola en verfrissend ijs gemaakt van allerlei soorten fruit.

Het is trouwens niet zonder reden dat mensen die in de pure natuur leven naar bed gaan als het donker wordt en opstaan tijdens de zonsopkomst. En ik moet zeggen: dit voelt veel beter dan rond half twaalf m’n bed in te duiken en de ochtend later te beginnen. Dus niet nog urenlang met je telefoon spelen om de avond langer te maken. Even een boekje lezen en that’s it.

Zou je zo’n ritme ook kunnen vasthouden indien je in de stad verblijft, waar het ‘s avonds juist begint te leven? Moeilijker waarschijnlijk, al blijft het je eigen keuze. Misschien is een plek in de natuur gewoonweg wat ik nodig heb.

 

Hiken door de natuur

Wanneer je Clove Tree Hill aan een van beide kanten uitloopt, kun je een aantal leuke wandelingen door de natuur maken. Ze variëren van een tot enkele uren. Een van deze wandelingen gaat voornamelijk langs de vele mooie rijstvelden en -terrassen, terwijl een andere je door een meer jungle-achtige omgeving met fruitbomen en de schattige Gempinis Coffee Shop brengt. Drink hier zeker een bakje koffie terwijl je uitkijkt op de uitgestrekte groene velden.

Op de eerste dag wandelden we de zogeheten ‘rode route’, al bleek na een tijdje dat we een afslag hadden gemist. We hadden voorafgaand aan het vertrek de kaart die in de kamer lag niet bestudeerd, iets wat achteraf dus niet zo slim was. Of misschien ook wel, het avontuur werd er namelijk alleen maar groter door 😉 .

Toen we eenmaal redelijk lost waren, putte ik vertrouwen uit de altijd zo handige navigatie-app Maps.me. Eventuele verborgen paden die ons terug richting het resort zouden brengen ontbraken echter. Ondertussen liep ik al een paar uur met een door een local geschonken papaja in m’n hand, het stuk fruit was vrij groot en woog naar ik schat om en nabij de 2 kilo. Ik vond het alleen zonde om hem weg te gooien en nam ‘m daarom maar mee.

Over fruit gesproken, het barstte er van. Mangosteen, durian, papaja dus, kokosnoten, jackfruit, cacao; alle tropische varianten zijn zo’n beetje voorbijgekomen.

M’n moeder had het overigens relatief zwaar, aangezien ze op vergane badslippers liep en in Ubud haar grote teen verwond had, door zich tegen een van de ontelbare stoep-verhogingen te hebben gestoten.

De snak naar water was bij ons beide inmiddels vrij groot geworden. We waren doorweekt van het zweet, ik proefde het zout zelfs op m’n lippen. Ik had echter geen fles meegnomen, aangezien ik verwacht had maximaal een paar uurtjes van huis te zijn. Een kwestie van eventjes doorzetten dus.

Tijdens de tocht die volgde kruisten vermagerde maar vredig ogende koeien ons pad. En verder tig honden, die door het wilde geblaf compleet het tegenovergestelde waren ten opzichte van de zen-koeien.

We vroegen ons na verloop van tijd meerdere malen hardop af hoe we terug konden komen. De navigatie werkte in ieder geval van geen kanten. Die gaf telkens aan om de inmiddels 8 kilometer lange weg die we hadden afgelegd helemaal terug te lopen, al is dat nooit een serieuze overweging geweest. De hike had nu wel lang genoeg geduurd en bovendien voelde ik op een of andere manier aan dat het anders moest kunnen.

Echter, toen diverse jungle-bewoners de naam ‘Clove Tree Hill’ totaal niet leken te kennen zakte de moed ons in de schoenen. Hoe kon dit, het was immers een van de enige resorts in deze omgeving. Maar kort daarna gebeurde er een klein wonder: er bleek een immens scherpe haarspeldbocht te zijn met een pad van krap 3 kilometer, dat volgens de kaart recht op het resort zou moeten lopen. Jungle, jungle en nog eens jungle volgden.

Op een gegeven moment waren we hemelsbreed op slechts 400 meter afstand, al bleken we aan de verkeerde kant van de niet-oversteekbare rivier te staan. En dat beneden op een berghelling middenin een bos vol muggen. Enkele werkende mannen zeiden wat we juist niet wilde horen: we moesten omkeren aangezien we hier onmogelijk verder konden. Er zat niets anders op dan de steile weg terug naar boven op te klauteren en daar te hopen op een eventueel pad wat we gemist hadden.

Het geluk lachte ons toe, want we kwamen vier kids tegen die wonderbaarlijk genoeg instemmend reageerden toen ik het over Clove Tree Hill had. Ze leidde ons daarop naar de ‘geheime’ weg, die we zelf blijkbaar over het hoofd hadden gezien. Het werd alleen nog even spannend, doordat de batterij van m’n telefoon het begeven had en er een stuk verder meerdere paden beschikbaar waren. De navigatie hadden we dus juist nu nodig.

Aan een voorbijganger vroeg ik in gebrekkig Indonesisch of hij iets wist van een resort in de buurt, en naderhand bleek dat ‘ie me precies het advies had gegeven waarop je in zo’n situatie niet hoopt. Hij wees, zo werd later duidelijk, namelijk naar een hellende straat die totaal in de wildernis uitkwam.

Mijn moeder had -toen ik de, wat later zou blijken verkeerde straat, aan het verkennen was- van een oudere man de gouden tip gekregen, en na in totaal 5 uur gewandeld te hebben kwamen we uitgeput maar voldaan aan. De tocht had alles wat het moet hebben: verbluffende natuur, verrassende gebeurtenissen, goede gesprekken en een beetje afzien. Het uitrusten kon nu echt beginnen en hoe konden we dit beter doen dan met een ijskoude mangosmoothie?

Beneden, aan de voet van het complex, is trouwens tevens de Tibu Sampi Waterfall waar je lekker kunt verkoelen. Het heeft iets magisch aangezien de kans groot is dat je er alleen zult zijn. Wij hadden deze indrukwekkende plek in ieder geval helemaal voor onszelf en zagen een onuitputtende hoeveelheid water in rap tempo naar beneden storten.

Boven, vlak naast het pad wat naar de waterval loopt, is bovendien de Tibu Sampi Warung om een hapje te eten met uitzicht op de rivier en de jungle.

Dit is trouwens de enige warung die je in de omgeving vindt.

 

Hoe simpeler, hoe gelukkiger?

Een dag later, tijdens onze volgende wandeling, liepen we door de ongerepte natuur en werden we vrolijk begroet door wat lokale bewoners. Ze leefden in een eenvoudig huisje met honden, hanen en hun drie kinderen. Omgeven door groen, met in de verste verte geen teken van menselijk leven te bekennen.

Toen we verdergingen spraken m’n moeder en ik over depressies, burn-outs, stress in het Westen en hoe happy de mensen er hier, in dit eenvoudige bestaan, uitzien. Het lijkt dat wanneer je het leven zo simpel mogelijk maakt je het meest gelukkig bent. Dus zonder allerlei prikkels van buitenaf, zoals social media, smartphones en ga zo maar door. En als ik eerlijk ben heb ik dit in die korte tijd in Tabanan ook zo ervaren.

Hoe meer je teruggaat naar de basis of de kern, hoe makkelijker en daardoor fijner het allemaal wordt. Hetzelfde ondervond ik toen ik in de bergen van Bajawa kampeerde.

 

Terug naar de bewoonde wereld

Na 3 volle dagen op deze in alle opzichten geweldige bestemming geweest te zijn, reisden we met een lokale chauffeur terug naar Ubud. Zijn naam was Alit en boeiende gesprekken over Bali en het hindoeïsme volgden.

Zo vertelde hij over het zien van de wereld in verschillende kleuren. Iedereen heeft een andere kleur en is op een bepaalde manier met elkaar verbonden. In plaats van iets of iemand af te keuren of te beoordelen, leer je zo op een veel vriendelijkere manier naar de wereld te kijken. Ook had hij het over karma en dat, als je dus iets slechts doet, je er hoe dan ook later, bijvoorbeeld in een ander leven, voor zult boeten. Verder zei hij dat volgens de hindoes het leven voorbestemd is; God bepaalt te allen tijde wat er met je zal gebeuren.

Bij aankomst in Ubud was het even wennen om weer terug te komen in een wereld vol mensen, scooters, auto’s en allerlei eetzaakjes. Het voelde alsof we er een paar weken tussenuit waren geweest. Maar zijn dat niet juist de plekken die je altijd bij zullen blijven?

 

Wil je dit avontuur ook beleven?

Als je van ongerept houdt en behalve de geijkte Balinese plaatsen ook graag iets helemaal anders wilt ervaren, dan raad ik je een bezoek aan Kanciana Village en het daar gelegen Clove Tree Hill absoluut aan. Vanuit Ubud kun je een chauffeur regelen voor 400.000 IDR (25,35 euro) tot 450.000 IDR (28,55 euro) en je bent dik 1,5 uur onderweg. Dit kan bovendien voor 500.000 IDR (31,55 euro) geregeld worden via het resort, zij kunnen tevens de terugrit organiseren.

Vlakbij ligt overigens nog Bali Eco Stay waar je yoga retreats kunt volgen.

Ga jij naar Bali?

Banner-Backpackgids-Azie-nieuwDan heb ik iets voor je wat je eigenlijk niet mag missen 🙂 . Backpackgids Bali, een echte musthave voor als je naar dit prachtige stukje van Indonesië gaat.

De laatste jaren heb ik meerdere keren op Bali gewoond (en gereisd natuurlijk). Gedurende deze periodes heb ik de beste tips verzameld die backpackers zoals jij kunnen gebruiken om er een fantastische reis van te maken. En niet alleen tips voor Bali trouwens, maar ook voor de Nusa- en de Gili-eilanden.

Dit zijn onder andere de dingen die je krijgt:

De mooiste bestemmingen van Bali, zowel bekende als geheime plekjes.
De beste eetzaakjes en toffe accommodaties.
Tips om kosten te besparen zonder dat je reis aan kwaliteit inboet.
Inspirerende en veelzijdige routes waar je direct mee op pad kan.
Een extra bonusgids met 60 insider-tips.

Dus, wil jij het maximale uit je reis op Bali halen? Klik dan hieronder op de button voor meer informatie.

Arrow

Naar de aanbieding!

Ga jij backpacken in Indonesië?

Backpackgids-Zuid-Indonesië-bannerLaat mij je dan helpen. Tenminste, als jij het maximale uit je reis wilt halen 🙂 .

Samen met verschillende Indonesië-experts heb ik namelijk een ultieme backpackgids speciaal voor Indonesië ontwikkeld. Het is een prachtige gids geworden vol met routes, insider-tips en inspiratie.

Onder meer de volgende dingen komen aan bod:

Cruciale informatie voor je vertrekt.
Tips waar je als backpacker moet zijn, maar ook waar beter niet.
Per bestemming bespreken we de mooiste bezienswaardigheden en de leukste activiteiten.
Veelzijdige routes die bovendien zijn aan te passen aan jouw specifieke wensen.
Iedere route is voorzien van een handig routekaartje, inclusief tips hoelang ergens te blijven.
Handige schema’s waarin je ziet hoelang het duurt om van de ene naar de andere plek te reizen.
Adviezen voor transport, om geld te besparen en om zo veilig mogelijk op pad te gaan.
52 extra tips om het maximale uit je reis te halen.

Wil jij meer weten over deze ultieme gids voor Indonesië-reizigers?

Arrow

Naar de aanbieding!

Robbert
Over de auteur

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van diverse succesvolle reisgidsen waaronder 'Backpackgids Azië', 'Backpackgids Australië' en 'Backpackgids Zuid-Amerika'.

Laat een reactie achter