Ga jij naar Lombok en wil je Gunung Rinjani beklimmen? In dit artikel vertel ik je alles over mijn ervaringen tijdens deze trekking van drie dagen. Van mooie momenten tot de meest diepe inzinkingen die ik heb meegemaakt. Want zwaar was het zeker. Met name de laatste klim naar de 3.726 meter hoge piek.

Het verhaal begint allemaal in de vroege ochtend van vrijdag 28 juli 2017. Ik neem je mee, ben jij er klaar voor?

 

De dag van het avontuur

Het is vrijdagochtend halfzeven als ik de wekker af hoor gaan. Wat een rottijdstip, maar er staat vandaag wel wat moois te wachten. Het is namelijk de dag dat ik de Gunung Rinjani, de op een na hoogste vulkaan van Indonesië, ga beklimmen. Met een diepe zucht til ik mezelf uit bed.

Douchen en meteen ontbijten. Het zal je niet verbazen dat het om een bananenpannenkoek gaat. Plus nog enkele losse bananen trouwens. De lokale koffie, die simpelweg bereid wordt door te roeren met een lepel, laat ik, ondanks m’n drang naar cafeïne, liever achterwege.

Ik zou tussen zeven en halfacht worden opgehaald, maar -zoals wel vaker in Azië- is men wat later. Uiteindelijk wordt het iets na achten. Het is een pick-up waar ik achterin kan springen. Er is geen toerist te bekennen, die halen we schijnbaar zo op.

We zijn vertrokken richting Sembalu waar de klim gaat beginnen. Onderweg stappen drie Ierse meisjes en, hoe kan het ook anders, twee Nederlanders in. Een stelletje. Chris en Carla. Later zou onze groep worden aangevuld met nog eens twee andere personen.

Bij het startpunt moeten we een soort van inchecken. Ik besluit te gaan plassen. Echter, wanneer ik de publieke wc openklap, ga ik bijna over m’n nek. Maar goed, als je moet dan moet je hè?

 

Het begin van de hike

Zonder dat ik eigenlijk weet wie onze gids is, loop ik achter de anderen aan. Het blijkt al snel dat niet iedereen even snel loopt en verschillende groepen zich met elkaar vermengen. De omgeving is prachtig, we lopen dwars door een savanne.

Ik besluit een mandarijntje te pakken en op mijn eigen tempo te lopen. Wat sneller dan gemiddeld, maar voor me zie ik nog talloze andere klimmers. De weg kwijtraken zal daarom niet zo snel gebeuren.

Voor me wandelen enkel porters. Oneerbiedig gezegd de hulpjes van de gids. Echt ongelofelijk als ik zie wat deze mannen bij zich hebben. Een bamboestok met zo’n 30 kilo aan gewicht, dragend op een schouder:

Meestal op slippers, soms zelfs op blote voeten.

Dan ineens wordt het een stuk steiler en het uitzicht met de minuut mooier. Ik kom een Australiër tegen en vraag aan hem of hij al in Nieuw-Zeeland is geweest. Hij antwoord bevestigend waarop ik doorvraag: “Lijkt dit nou op Nieuw-Zeeland?” “Zo ongeveer,” zegt de man.

Uiteindelijk beland ik rond kwart over 11 bij ‘pos 2’ waar ik de groep opwacht om te gaan lunchen.

 

De (te) lange pauze

Als even later ook de anderen arriveren, denken we te kunnen gaan eten. Helaas is dit niet het geval en is het vooral zitten wat we doen. Laat je daar nou juist moe van worden.

Het geïmproviseerde afdakje wat ons tegen de zon beschermt, is verre van stabiel. Niet zo vreemd, aangezien de stokken op de grond staan in plaats van erin. Het gevolg is dan ook dat deze ‘tent’ het meerdere malen begeeft. Chris en ik vertellen de porters dat we er beter op kunnen gaan zitten, maar de taalbarrière zorgt ervoor dat er geen oplossing komt. Dan maar de stok vasthouden.

Na zo’n anderhalf uur gaan we dan toch eten. Eindelijk. Noodlesoep met groenten en ei. En eventueel rijst om extra koolhydraten te happen. Verrassend genoeg best een lekkere combi.

Op het moment dat we uitgegeten zijn, komen de andere twee groepsleden aanlopen. Zij die nog misten. Megan, een Franse, en Kelly, een Nederlandse. Nu is de groep compleet en zie ik voor het eerst onze gids. Hij heet Tari en is niet bepaald de vrolijkste. Of is het enkel z’n gezichtsuitdrukking?

Na het openbare toilet, oftewel het graslandschap, gebruikt te hebben, zetten we net na tweeën de klim verder omhoog in. Nu wordt het zwaar.

 

Een klim vol zweet naar de kampeerplaats

Chris merkt op dat de zon heeft plaatsgemaakt voor dikke sluierbewolking, die zich zowat op ooghoogte begeeft. Vrij snel daarna zou het echter alweer helemaal opentrekken, wat het allemaal net nog wat zwaarder maakt.

Het is Kelly die vooroploopt, voor de rest zie ik niemand meer:

Ik besluit haar in te halen. Zo nu en dan ren ik wat, maar vaart erin houden is vrijwel direct daarna niet meer mogelijk. Het meest steile gedeelte is nu echt begonnen. Toch probeer ik het tempo door te zetten. Zolang het gaat, is dit denk ik de beste beslissing.

Om negen over drie voel ik aan alles dat ik even moet gaan zitten. Tijd voor water. Om me heen zie ik strompelende mensen, bewolking die aan rook doet denken en vooral veel mooie natuur, zoals deze bijzondere boom:

Soms staat er iemand stil met zijn of haar ogen dicht. Het lijkt bijna op een soort bidden voor een beter vooruitzicht.

Op dat moment ga ik letterlijk drie keer achter elkaar onderuit op het nogal gladde pad. Twee Indonesiërs moeten hard lachen, mij overkomt hetzelfde. Krampachtig houd ik me vast aan de enorme boomwortels. Ik kom gelukkig weer verder.

Daarna kies ik ervoor om m’n pauze kort te houden en door te gaan. Ik heb namelijk geen zin om in te kakken. 20 minuten laten is de volgende break echter al een feit. M’n bovenbenen zijn simpelweg verzuurd. Niet al te vreemd, aangezien de weg de hele tijd steil omhoogloopt. Ditzelfde gebeurt nog geen tien minuten later. En 25 minuten later nog eens. Ik had niet gedacht zo vaak te moeten stoppen.

Maar er is licht aan de horizon; de zon komt door en de bewolking is grotendeels verdwenen:

Daarnaast hoor ik iemand roepen dat we er bijna zijn. Om kwart over vier ben ik boven. Sneller dan verwacht, al was het niet bepaald een ontspannen wandeling.

 

Kamperen op een bijzondere plek

Het duurt nog een uur voordat de eerstvolgende groepsleden aankomen. Het zijn Chris en Carla. Ik heb een vestje aangetrokken, aangezien de wind vrij heftig is. Ook Kelly arriveert, maar de Ierse meisjes, het Franse en de gids nog niet. We wachten op ze, omdat we geen idee hebben waar de porters onze tenten aan het opzetten zijn. Het gebied is namelijk vrij groot.

De aankomst op het kamp

Een Maleisiër vraagt of Chris een panoramafoto met hem erop wil maken. Met de luxe ogende Sony-camera is dit een fluitje van een cent. Nadat de foto geschoten is, vraagt de Maleise man aan mij of hij een foto van me mag schieten. Natuurlijk, zeg ik. Ik geef m’n Facebook door om het resultaat naar me door te sturen. Dat resultaat heb ik toevallig gehad nu ik dit artikel schrijf.

Het overweldigende uitzicht toen ik net aankwam

Even later maakte ik deze panoramafoto

Een tijdje later blijkt dat we nog een pijnlijk kwartiertje moeten afleggen om bij de tenten te komen. Inmiddels is het trouwens weer wit van de wolken. We pakken een glimp van de zonsondergang mee, en duiken daarna onze tent in.

De zonsondergang vanaf onze kamperplek

Samen met de wolken geeft het een mysterieus effect

Rond halfacht krijgen we eten en daarna een verwarmend kopje thee. De nasi goreng met kippenpootje gaat er goed in. Na nog wat te praten met mijn ‘kamergenootje’ Kelly, proberen we rond kwart over negen te gaan slapen. Echt van harte gaat dit niet, ook omdat ik weet dat we er om twee uur ’s-nachts(!) alweer uit moeten. Zonder een maaltijd staat ons dan het meest helse stuk van deze expeditie te wachten, zo zou later blijken. Ook merk ik last te hebben van m’n maag. Van die typische steken die wijzen op diarree. Lekker, als er geen wc is en je een flinke inspanning moet leveren.

Als ik nog even naar buiten loop, zie ik de meest mooie hemel die ik ooit gezien heb. Zo fel als de sterren fonkelen, ongelofelijk.

In de nacht word ik zo’n zes keer wakker, al realiseer ik me dat ik het slechter had kunnen treffen. Sommigen beweren namelijk helemaal geen oog te hebben dichtgedaan. Ik voel zo nu en dan steken in m’n maag, maar naar het ‘toilet’ gaan zie ik niet zitten. Overal liggen resten wc-papier en dikke mensendrollen. Het risico daar in te stappen schat ik in deze donkerte vrij groot. Inhouden dan maar.

 

Een mentaal en fysiek slopende tocht naar de top

Na wat biscuitjes en thee, zetten we uiteindelijk net na de klok van drie de stijging in. Ik heb een lamp op m’n hoofd die de kracht lijkt te hebben van een bouwlamp. Ook heb ik een oldschool winterjack aan die geel en mintgroen kleurt. Ik twijfel nog even om deze aan te doen, maar wat ben ik blij dat ik dit niet heb nagelaten. Daarentegen kies ik ervoor om mijn korte broek aan te houden. Hier zou ik later flinke spijt van krijgen.

De weg bestaat vrijwel direct uit los zand. Alsof je in een zandbak loopt, maar dan een die steil omhooggaat.

Het is druk, maar samen met Kelly verlaat ik de groep al in een vroeg stadium. Vele andere mensen lopen voor ons. Inhalen is gezien het smalle pad nauwelijks mogelijk. Ik verlies haar uit het oog, maar wanneer er meer ruimte is, verhoog ik het tempo. Pff, die steken in m’n maag zijn echt klote.

Nu ben ik echt alleen. Ik loop hier op een smal bergpad en begin me steeds slechter te voelen. In de verte, zowel voor als achter me, zie ik hoofdlampen. Mijn maag begint te protesteren en het is koud. De enige optie is doorgaan. Pauze houden gaat me geen goed doen vrees ik.

Dan nader ik iemand. Een Belg die ik later nog een aantal keer zou tegenkomen. “I think I took the wrong way,” zegt ‘ie. Het enige wat ik op dit moment uit kan brengen is: “Yeah.” Nadat ik op een rots klauter, begint het stuk waaraan geen eind lijkt te komen. Beeld je een strand in waarin je voeten compleet in het zand wegzakken. En dat zeer steil omhoog, in het donker en met snijdend kouwe wind. En dan nog maagproblemen ook. Het is een uitputting, zowel mentaal als fysiek.

Op de weg terug maakte ik deze foto om je een indruk te geven van de ‘weg’

Heel af en toe kom ik iemand tegen. Zittend op de grond of staand met gesloten ogen. Er lijkt nauwelijks nog leven in deze personen te zitten. Mensen gaan hier letterlijk kapot.

Even lijkt het alsof ik niet meer verder kan. Het komt meerdere malen voor dat ik “fucking hell, this is not normal anymore” tegen mezelf zeg. Ik begin me zelfs wat droevig te voelen. Gelukkig zie ik een stelletje voor me lopen waarbij ik probeer aan te klampen. Stel dat er wat gebeurt, dan is er in ieder geval nog iemand die me ziet of hoort. Niet dat ze erg sociaal zijn, maar wie wel op dit moment?

Ik durf het bijna niet te vragen, aangezien ik bang ben teleurgesteld te worden door het antwoord, maar ik doe het toch. “Do you know how long it takes to the top?” Gezien mijn mentale staat, had ik dit inderdaad beter kunnen laten. “A long way,” zo hoor ik iemand namelijk roepen.

Elke twee stappen vooruit gaat gepaard met een stap achteruit. Zo vermoeiend. Kan ik eigenlijk wel verder? Er is in deze donkerte totaal niet te zien waar deze weg eindigt.

M’n benen zijn nog redelijk warm. Vooral m’n handen vatten vaak snel kou. Ik ben blij dat ik handschoenen aanheb, zonder zou ik tintelende pijn hebben. Zo nu en dan zie ik iemand die ze vergeten is, waaronder de Belg waarover ik het eerder had. Wat een hel moet dat zijn.

Dan beland ik met enkele anderen tussen twee rotswanden, waardoor het windstil is. Wat een fijn gevoel. Even geen kou. Vrij snel daarna komt het vreselijke stuk zand weer, ik kan niet meer. Op dat moment blijken we op de top aangekomen te zijn, het is iets over vijf. Een uur sneller dan gepland, terwijl ik verre van het idee heb snel gelopen te hebben.

Ik voel me zo belabberd dat de tranen in m’n ogen schieten. Deels van blijheid, maar ook van het machteloze gevoel wat ik tijdens het laatste stuk heb gehad. Het gevoel eigenlijk alleen nog maar te kunnen liggen in een warm bed of bad. Het had weinig gescheeld of ik had me inderdaad op de grond gelegd. Gelukkig heb ik ergens de kracht gevonden om door te zetten.

Het is zó koud, ik kan het niet beschrijven. Nu begin ik tevens de tol te betalen voor mijn ietwat laconieke beslissing om geen lange broek aan te trekken. Ik begin te rillen, ondanks dat we redelijk uit de wind zijn gaan zitten. Stoppen lukt niet meer, godzijdank krijg ik van een andere klimmer een soort handdoek die ik om m’n benen kan wikkelen. En geloof me, die heb ik écht nodig. Als ik met hem praat, schieten er wederom tranen in me ogen. Ik lijk wel een emotionele rollercoaster.

Wanneer ik een uur later Chris en Carla zie, voelt dat als een soort redding. Eindelijk wat bekenden. Carla komt naast me zitten en probeert me warm te krijgen door een arm om me heen te slaan. Daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor “Je rilt echt gigantisch,” zegt ze. Inderdaad, dit gevoel van overmacht ken ik helemaal niet.

Dan is het eindelijk kwart over zes, het moment van de zonsopkomst. Ik sta op, mijn maag protesteert, maar ik heb er lak aan. Ik bevind me boven de wolken, een fantastisch uitzicht:

 

Sandboardend naar beneden

Na de handdoek teruggegeven te hebben aan de jongen waarvan ik verder niets weet behalve dat ik hem wat koekjes heb gegeven en hij mij zijn doek, besluiten de Belg en ik de weg naar beneden in te zetten. Het is bijna sandboarden wat we doen. Maar dan zonder plank. Het tempo zit er lekker in. Maar man, wat zijn we kapot. Behalve onze taal is er nog iets gemeenschappelijk tussen ons. Hij blijkt namelijk getroffen te zijn door dezelfde maagklachten als ik.

Ondertussen belanden we bij een plek waar we een fantastisch kratermeer zien liggen: Segara Anak:

Als de jongen over z’n reis begint te praten en vragen aan me begint te stellen, zeg ik dat ik totaal geen puf meer heb om een woord uit te brengen. Het is overleven en zo snel mogelijk terugkomen bij het basiskamp. De tenten komen in zicht, maar de afstand is verder dan het lijkt. Na anderhalf uur zijn we er dan toch. Hij moet nog een stuk verder, mijn tent is de eerste. Ik zie dat de porters bananen hebben, gelukkig kan ik er een krijgen. Goed voor de maag zegt men tenslotte.

Een half uur later komen Carla, Chris en even daarop ook Kelly aan. We krijgen een flink ontbijt, fijn. Zeker na een pittige nacht op koekjes en appels geleefd te hebben. Het lijkt erop alsof ik me beter begin te voelen. We praten na en komen tot de gezamenlijke conclusie dat deze barre tocht verre van standaard was.

De Belgische jongen komt ook nog langs. Hij brengt me meerdere pillen voor m’n maag. Vier, maar ik zeg dat twee al aardig genoeg is. Wat ben ik hier blij mee. Ik wacht met er een te nemen, aangezien ik het gevoel heb wat opgeknapt te zijn.

Zo zag de camping er in de ochtend uit – net uit een film toch?

Iedereen duikt nog eventjes de tent in, slapen lukt me alleen niet meer. Al liggend volg ik een gesprek tussen Chris en een van de Ierse meisjes, op een of andere manier ook wel ontspannend. Als ik eruit kom, barst het van de grijze aapjes. Makaken die op zoek zijn naar etensresten.

Een van de vele (brutale) aapjes

En niet alleen dat, want er gaan zelfs een paar pannenkoeken mee.

 

Dik twee uur afdalen naar Segara Anak, het kratermeer

Om tien uur starten we aan waar niemand eigenlijk zin in heeft. Een hevige afdaling richting het eerder genoemde kratermeer Segara Anak en de hotsprings. En dat na deze zware nacht. Bij een ‘normale’ trekking zou je nu toch echt een rustdag hebben.

Maar ja, wat is normaal hè?

Stiekem had ik op een makkelijke wandeling gehoopt, maar al vrij snel kom ik erachter dat daar geen sprake van is. Het is afzakken via de vele rotsblokken waarbij grote concentratie vereist is. Een misstap betekent hier vrijwel zeker een blessure of erger.

Ik vraag of ik vooruit mag lopen, ik ben immers het liefst zo snel mogelijk bij het meer. Tari, de gids, maakt alleen duidelijk dat we gezien het gevaar van dit hobbelige parcours bij elkaar moeten blijven.

Even later mogen we wel doorgaan. Ik loop samen met Kelly, daarna ben ik wederom in m’n uppie. De buikkrampen zijn nauwelijks nog te harden, daarom neem ik een van de pillen die ik heb gehad. Als die niet werkt, dan hoop ik tenminste op een placebo-effect. Helaas blijft de pijn aanhouden.

Ik besluit dat het genoeg geweest is. Deze trip duurt alweer bijna twee uur en ik leg mezelf in het gras. Een appeltje en wat water om bij te komen. In de verte hoor ik Kelly praten. Zij, Chris en Carla nemen ook plaats. Uitrusten. We verbazen ons over het feit dat iedereen wat anders zegt over de afstand. Een local waaraan ik het net vroeg, zei nog eens anderhalf(!) uur, terwijl een voorbijlopende gids het over 40 minuten heeft. Soms lijkt het bijna alsof ze een mentaal spelletje met ons spelen, al weet ik inmiddels ook dat vragen over afstanden en tijd in Indonesië gewoonweg weinig nut hebben.

Diezelfde gids zegt trouwens ook meteen even dat op dit gedeelte onlangs meerdere mensen overleden zijn. Het maakt me extra alert.

Lopen door de mist

Het blijkt nog een half uur te zijn. Uit het niets komt achter de wolken het oogstrelende meer in zicht en belanden we dan eindelijk op de plek van bestemming:

Althans bijna, want we willen naar de hotsprings. Een uur, tien minuten, we horen wederom verschillende beweringen. Na de groep opgewacht te hebben, gaan we maar gewoon. Gelukkig is deze wandeling inderdaad slechts tien minuten. Tijd voor een warm bad.

 

Bijkomen in de hotsprings

Ik merk dat de gemoedstoestand bij iedereen wat negatief is. We zijn uitgeput door de barre nachttocht en de hike die er net opzit. Als we aankomen en belanden tussen hopen toiletpapier en je weet vast wel wat nog meer, wordt het er allemaal niet beter op. Gezien deze vieze toestand, twijfelen we om in het verder gelegen bad te stappen. De keuze is echter snel gemaakt: we doen het.

Maar zo eenvoudig is dat nog niet. Wederom wordt een klim langs de rotsen gevraagd. Eenmaal bij het water, lijkt het bijna te koken. In werkelijkheid is ze zo’n 40 graden. Langzaam laat ik m’n voeten en kuiten erin zakken. Dit alleen is al een uitdaging op zich. Een kwartiertje daarop zit ik er dan toch echt helemaal in. Een heerlijk gevoel, zeker wanneer ik weer eventjes op de rots ga zitten en mijn lichaam laat afkoelen. M’n haar voelt als een of andere bos stug stro, het water lijkt dat vreemd genoeg alleen maar te hebben verergerd.

De batterij opladen in de hotsprings

Waar alle anderen het voor gezien houden, blijf ik zelf nog even hangen. In het nabijgelegen bad ontmoet ik een   Franstalige Belg en twee Indonesiërs. “Orang goreng,” oftewel ‘gefrituurde mens’, roep ik naar ze, gezien het loeihete water dat nog warmer is dan in de andere poel. Ze kunnen het wel waarderen. Op afstand staat Tari druk te gebaren. De lunch wacht.

Het is twee uur en we krijgen een lekkere curry voorgeschoteld. Een welkome verrassing is de fles Coca-cola die ons wordt aangeboden. Goed voor de maag toch? Helaas blijken drie glazen geen enkel effect te hebben. Hetzelfde geldt voor Chris, die ook steken voelt. Het verschil tussen ons is dat hij het al voor de trekking had, ik heb het op een of andere manier gisteren opgelopen. Geen idee waarvan, want eerlijk gezegd kreeg ik het al voor de eerste maaltijd.

Of onze dag er al opzit? Nee. Er staat een zware stijging van twee tot drie uur op het programma.

 

Een hevige klim

Omdat ik m’n tas nog moet ordenen, vertrek ik net wat later dan de anderen. Ik loop langs het mooie meer, waar helaas ook een hoop afval in ligt. Sowieso vraag ik me af wat er met het entreegeld gebeurt, schoongemaakt wordt er in ieder geval niet.

Als ik de Ierse meisjes en Megan voorbij ben, komen Chris en Carla in zicht. We gaan al vrij snel weer steil omhoog, en wederom wordt ons een hoop klauter- en klimwerk gevraagd. Eigenlijk kunnen we nauwelijks meer, Chris en ik hebben verder ook een hele tijd die vervelende steken in onze maag.

Inmiddels heb ik twee van die pillen op, maar het helpt niet. Ik vraag of zij misschien een middeltje hebben, en dat is zo. Helaas blijkt ook deze poging tevergeefs.

Op momenten wanneer porters ons inhalen met al die bagage op hun schouder, vragen we ons hardop af hoe zij dit allemaal voor elkaar krijgen. Vaker wel dan niet is ook nog eens op grote hoogte tussen gladde rotsblokken. Het motiveert me tegelijkertijd om door te zetten.

Dan lijkt een langwerpige gladde steen de weg te blokkeren. Toch moeten we er langs zien te komen. Met pijn en moeite lukt dat. Op naar ons kamp.

 

Welverdiende rust

De porters hebben onze tenten al opgezet. Fijn. Iedereen van ons ligt vrijwel direct. Wat voelt dat lekker zeg. Deze dag, met de nacht erbij, was echt afzien. Het zwaarste zit erop.

Om halfacht krijgen we een superlekkere maaltijd in onze tent. Rijst met zelfgemaakte sambal, kip en verse groenten. Wat het precies is weet ik eerlijk gezegd niet, Kelly en ik zijn beide te moe om een lichtje te pakken. We eten dus in het donker en vallen vrijwel direct daarna in slaap. Kwart over acht is het dan. Ook heb ik de vierde pil inmiddels ingenomen.

De volgende ochtend hoor ik rond halfvijf de porters en de gids alweer praten. Ik slaap lekker door en rek het tot kwart voor zeven. De pijn in m’n buik is veel minder en ik voel me erg fit. Wat ben ik daar blij om. Eindelijk begin ik een dag met een energiek gevoel.

Het uitzicht vanaf onze kampeerplek

Voor het ontbijt loop ik nog even naar het nabijgelegen uitkijkpunt waar je het oogstrelende kratermeer kunt zien liggen:

Nadat ik een groepsfoto van tien andere klimmers heb gemaakt, ga ik terug naar onze tenten.

Nog even twee bananenpannenkoeken, toast met jam en een theetje en het slotstuk van de hike kan beginnen.

 

De laatste horde

Om kwart voor acht wandelen we via de bergwand naar beneden. Het is nog zo’n twee kilometer dalen wat we vandaag gaan doen. Maar in geen enkel opzicht lijkt het op gisteren. Deze dag is relatief eenvoudig,  maar het is vaak nog best oppassen om niet uit te glijden.

Aangezien ik me behoorlijk goed voel, kies ik ervoor om vooruit te lopen. Tari geeft aan dat ik moet wachten bij ‘pos 2’. Samen met Kelly leg ik de weg glijdend af naar beneden. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Uit het niets duikt ineens een hond op. Waar die vandaan komt mag god weten. De hele weg naar beneden zie ik ‘m zo nu en dan verschijnen.

In tegenstelling tot gisteren, leent de weg zich soms uitermate goed voor hardlopen. Soms ga ik in een behoorlijk tempo, en nog hoor ik porters achter me. Hebben zij magische krachten of zo?

Wanneer ik rond halftien bij pos 2 ben, wacht ik op Kelly. Even later komen ook Carla, Chris en de overige groepsleden aan.

Het is nog een stukje lopen tot de volgende post. Dit ‘traject’ door het bos leg ik grotendeels alleen af en ik kom nauwelijks iemand tegen. Onderweg neem ik soms de tijd om te megabomen en lianen van dichtbij te bekijken.

Een van de vele lianen

Een uur later pauzeren we bij een tussenpost om fried noodles met heerlijke kip te eten. Dit is tevens het laatste moment waarop we de porters zien, aangezien zij hier blijven om op te ruimen en dergelijke. En dus is dit ook het moment om hen de welverdiende fooi te geven. Wat hebben deze mensen een werk verzet zeg, ongelofelijk.

De pauze duurt bijna anderhalf uur, wel erg lang als je het mij vraagt. Anyway, na een aangename boswandeling die nauwelijks nog zwaar te noemen is, komen we aan bij een bord waarop staat: ‘Taman Nasional Gunung Rinjani’. Het eindpunt is bereikt. We did it!

 

Tips voor het beklimmen van Gunung Rinjani

Op basis van mijn ervaringen op de Rinjani-vulkaan, heb ik de volgende tips voor je:

  • Hardloopschoenen volstaan, al zijn wat hogere bergschoenen misschien beter in verband met zand en steentjes die in je schoenen kunnen komen. Of ik ze speciaal zou inpakken voor deze trekking? Nee dat niet.
  • Als je lage schoenen aandoet, kies dan voor goed sluitende hoge sokken. Zelf had ik namelijk ietwat losse lage hardloopsokjes, waardoor ik op sommige stukken zand en steentjes erin kreeg.
  • Zeker meenemen: handschoenen, een winterjas, een trui, een tanktop, een hoofdlamp, een zonnebril en eventueel tijgerbalsem om je spieren warm te maken. Als lange broek, zou ik voor een hardlooplegging kiezen. Weegt niets en loopt comfortabel.
  • Uiteraard ook: wc-papier, tandpasta en –borstel, ondergoed, sokken en een schoon T-shirt. Zelf had ik ook wat kokosolie bij me tegen een droge huid. Wc-papier hebben de porters als het goed is ook bij zich trouwens.
  • Denk verder aan medicatie zoals paracetamol, misselijkheidspilletjes en diarreeremmers. Voor wat betreft diarree of maagproblemen, raad ik je tevens aan wat gember in te pakken.
  • Breng zelf ook enkele snacks en fruit mee.
  • Misschien dat muziek jou tijdens de tocht kan oppeppen. Oordopjes en een telefoon met muziek of iets van een iPod zijn daarom aan te raden.
  • Indien je buiten Senaru -daar waar Gunung Rinjani te vinden is- je trekking boekt, is transport (zowel voor als na de trekking) en overnachting in Senaru inbegrepen. Vaak voor dezelfde prijs! Denk aan Kuta of de Gili-eilanden.

 

Wil jij ook Mount Rinjani beklimmen?

Het is een ervaring die je nooit meer zult vergeten. Zelf heb ik mijn trekking gin Senaru geboekt bij Trekking Rinjani Guide. De eigenaar van dit reisbureautje is Ishak, werkelijk een van de meest aardige en vooral pure mensen die ik ooit heb ontmoet.

Je kunt online boeken of het regelen via zijn homestay: Blue Mountain Cottage. Daarover hieronder meer.

 

Welke accommodatie in Senaru raad ik je aan?

100% Blue Mountain Cottage waar de hierboven genoemde Ishak eigenaar van is. Hij heeft me meegenomen naar z’n biologische tuin waar we op zoek zijn gegaan naar avocado’s en cacao.

Verder nodigde hij me iedere avond uit om samen met z’n familie vis van de barbecue te eten. Z’n zoon Herry en Yuli (Herry’s vrouw) zijn ook superlieve mensen.

En toen we op zoek gingen naar een pinautomaat, kwamen we uiteindelijk bij enkele locals thuis terecht. Daar zien we loslopende kippen, een pasgeboren geitje en een familie die ons vol bewondering aankijkt. Een meisje doet dit minder opvallend; ze verschuilt zich achter haar moeder en spiekt.

Deze dagen waren een geweldige ervaring, ik had het niet willen missen.

Fijn is ook dat de watervallen van Kiu Telep en Sendung Gile dichtbij zijn.

 

Wat zijn de kosten voor de Rinjani-trekking?

De prijs voor een driedaagse trekking ligt overal zo rond de 1,5 tot 1,7 miljoen IDR. Dit is minimaal 100 euro.

 

Is de Rinjani een actieve vulkaan?

Ja, de laatste uitbarsting was zelfs nog in 2016, om precies te zijn op 27 september. Op die dag zijn daarom honderden toeristen geëvacueerd.

Ga jij backpacken in Azië?

Backpackgids-Azie-bannerDan ga ik je graag helpen 🙂 . Samen met een team van Azië-kenners heb ik Backpackgids Azië ontwikkeld. De missie is duidelijk: zorgen dat jouw reis een groot succes wordt.

Onder meer de volgende issues komen aan bod:

Hoe stippel ik een route uit? Welke route(s) kan ik volgen? We geven je er meer dan 70.
Hoe kan ik kosten besparen en toch maximaal genieten?
Hoe blijf ik veilig en gezond tijdens mijn reis?
Waar moet ik als backpacker zijn?
Welke cruciale dingen mag ik niet vergeten voor ik vertrek?
Welke accommodatie past bij mij?

Wil jij meer weten over het grootste Nederlandstalige backpackpakket voor Azië-reizigers?

Arrow

Naar de aanbieding!

Over de auteur

mm

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van de succesvolle boekenreeksen 'Backpackgids Azië' en 'Backpackgids Australië'.

9 reacties

  1. gerry leenaarts

    Hoi Robert,
    weer even geleden, heb net laatste bericht gelezen, over beklimming Gunung Rinjani : veel afzien, hele mooie plaatjes (speciale camera?, ontberingen, geestelijke en lichamelijke beproevingen, en daardoor net wat ‘authentieker’ beschreven
    Tom is nu in ‘Columbia’ maar vertelt meer vanuit bier, kater, en toerist-ervaring
    Mijn dochter Eline is nog in Phuket (Thailand) en dat is al niet veel anders dan Tom denk ik ….heb net nog 50 euro overgemaakt, geldproblemen, hahaha
    Ik merk wel duidelijk verschil in zintuigelijke waarneming en dito schrijftrant: het ‘meereizen’ met hun verhalen spreekt veel minder tot de verbeelding dan jouw verhalen…Maar het begint zo langzamerhand ook wel ‘jouw beroep’ te worden, immers al zo’n jaar van huis denk ik (of wat dat dan ook moge betekenen)
    Enfin, ik ga nog eens wat leesstof inhalen, heb nog niet alles gelezen
    Nou Robert, nog veel inspiratie en mooie ervaringen opdoen,…. ik denk dat je zo langzamerhand flink ‘veranderd bent’ met al die persoonlijke ervaringen, helemaal omdat je ” alléén ‘ het avontuur tegemoet gaat

    Beantwoorden
    • mm
      Robbert

      Hey Gerry,

      Hoe heeft Eline het? Rondom Phuket zijn tal van prachtige eilandjes om te bezoeken, zou dat zeker even tegen haar zeggen.

      Houdt Tom een blog bij trouwens?

      Beantwoorden
  2. Marleen

    Hoi Robbert!

    Ik heb zojuist je verhaal over de Rinjani trekking gelezen, wat een avontuur zeg!
    Ik loop momenteel stage in Yogyakarta in Indonesië. Na mijn stage wil ik gaan reizen richting onder andere Lombok en daarom ben ik me alvast aan het inlezen.
    Ik wil graag de Mount Rinjani beklimmen! Aan de hand van jou blog heb ik een aantal vragen, hopelijk kan je me helpen.

    Ik lees op sommige sites dat je de Rinjani niet kan beklimmen tot en met 31 maart. Op andere sites lees ik weer dat het wel kan in het regenseizoen maar dat je het extra zou moeten overwegen om het te doen en elders lees ik weer dat het niets uitmaakt. Ik begin 9 maart met reizen maar zou de Rinjani wel al voor 31 maart willen beklimmen. Weet jij iets af van het seizoen dat het dicht is, of heb je er misschien iets over gehoord toen jij er was?

    Tevens maak ik uit je verhaal op dat de trekking niet op hetzelfde punt begint als eindigt. Wordt je vanaf het eindpunt weer terug gebracht naar het beginpunt, of wordt je backpack naar het eindpunt gebracht zodat je vanaf daar verder kan reizen?

    Ook vraag ik me af of je de handschoenen, winterjas en hoofdlamp daar kan huren/aanschaffen, of dat ik dit van te voren moet aanschaffen?

    Alvast bedankt!

    Beantwoorden
    • mm
      Robbert

      Hoi Marleen,

      Het is inderdaad een fantastische (en zware) ervaring!

      Dat je de Rinjani t/m 31 maart niet kan beklimmen, heb ik niet gehoord eerlijk gezegd. Dat het in die periode minder aanbevolen wordt vanwege het regenseizoen, is wel het geval.

      Verder heb je twee trekkings, beide startend vanaf een ander punt. Ik ben met de scooter gewoon teruggebracht naar mijn homestay in Senaru, dit is normaal gesproken bij de trekking inbegrepen.

      Voor wat betreft de kleding: mijn touroperator had alle kleding voor me, ik kon het gratis lenen. Wel zou ik zelf een hardlooplegging meenemen of ter plaatse kopen. Weegt niks en is erg fijn tijdens de tocht. Ook ben ik op mijn eigen hardloopschoenen gegaan.

      Good luck 😀 .

      Groet, Robbert

      Beantwoorden
      • Marleen

        Bedankt voor je snelle en uitgebreide reactie!

  3. Jirrin

    Hoi Robbert,

    Wat een leuke blog! Is het aan te raden om Mount Rinjani vooraf te boeken? Of kan het prima geboekt worden op het moment dat wij aankomen op Lombok? Of bestaat dan weer de kans dat het vol is? Wij volgen graag jouw advies om te overnachten bij Blue Mountain Cottage 🙂

    Beantwoorden
    • mm
      Robbert

      Kan prima daar!

      Als je bij de Blue Mountain Cottage bent, doe Ishak (eigenaar met lang haar) en zijn zoon Herry dan de groeten 🙂 .

      Beantwoorden
  4. Fien

    Wooow ik vind jouw beschrijving echt geweldig!
    Ik heb de 3-daagse trekking vorig jaar ook gedaan midden september.
    Het is inderdaad heel zwaar en ‘je komt jezelf tegen’ als je die tocht naar de top doet.
    Ik vind het echt heel leuk om jouw beschrijving te lezen :-).
    Ik voelde me precies zo.
    Wou ik gewoon even laten weten 😉 blijf vooral verder schrijven.
    Groetjes

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

*