Het Nelson Lakes National Park vormt het startpunt van de Southern Alps op het Zuidereiland. Je vindt er adembenemende meren en vele bergen, sommige met pieken hoger dan 2.000 meter.

Eerlijk gezegd stond deze bestemming niet op de planning, maar na m’n verblijf in het spirituele Wharariki Beach ben ik simpelweg gewoon die kant op gereden. Auto’s zie je er nauwelijks, en als je van pure natuur en hiken houdt is deze regio echt een absolute aanrader.

Het enige nadeel dat ik kan bedenken is de stortvloed aan zandvlooien die je er tegenkomt. Maar ja, waar in Nieuw-Zeeland eigenlijk niet?

Ga je ook naar het Nelson Lakes National Park? Lees dan even verder, want in dit artikel deel ik vijf toffe dingen die je er kunt doen.

 

1. Kampeer rond het adembenemende Lake Rotoiti

Kerr-Bay-Campground

Een eerste ding dat ik je kan aanraden is om te gaan kamperen bij het schitterende Lake Rotoiti. Dit is mogelijk bij de Kerr Bay Campground, een camping die behalve het grote meer wordt omgeven door dichtbegroeide beukenbossen. Het is een DOC-camping, luxe hoef je dus niet te verwachten. Het is de natuur waarvoor je hier komt. Wel heb je er een keukentje en warme douches.

Toen ik aan kwam rijden, was ik enigszins verbluft door het mooie uitzicht op het spiegelende water en de aangrenzende bergen. Het is zo’n plaats waar je even helemaal stil van wordt.

Een ander meer -en tevens de grootste van het nationale park- in de buurt is Lake Rotoroa, niet te verwarren met de stad Rotorua op het Noordereiland trouwens. Op omringende bergen groeien bossen en de toppen zijn bedekt met dichte sneeuw. Net als bij Lake Rotoiti is het uitzicht vanaf de pier ronduit fantastisch.

In beide meren kun je overigens kajakken. Vrijheid ten top en avontuur gegarandeerd.

Voor ik het vergeet, een bezoek aan het Blue Lake is ook de moeite waard. De groenblauwe kleur van het transparante water is al een reden op zich om erheen te gaan. Ik overdrijf niet: met een zichtbaarheid van maximaal 80 meter, wordt dit meer officieel gezien als een van de helderste ter wereld.

Bij alle drie de meren zijn er diverse wandelingen om af te leggen. Van minder dan een uur tot aan meerdere dagen.

 

2. Hike naar de top van Mount Robert

Mount-Robert-Nelson-Lakes-National-Park

Van de vrijwilligers op de camping had ik gehoord dat er een berg genaamd Mount Robert is. Aangezien ik Robbert heet, moest ik deze bijna-naamgenoot wel gaan beklimmen. Beklimmen is trouwens een groot woord, want er is een pad wat naar het hoogste punt brengt. Om precies te zijn de Pinchgut Track.

Het is af en toe een behoorlijke steile klim, maar de uitzichten op Lake Rotoiti, de bergen en de laaghangende wolken én het afwisselende landschap waar je vervolgens doorheen loopt, maken het tot een erg toffe hike.

Het ene moment zie je een diepe vallei naast je, terwijl je even later door een mysterieus bos wandelt. Kijk goed om je heen en let op de details. Zo zijn de felgroene, met gras begroeide, bergen bij het Rotoiti-meer erg spectaculair om gezien te hebben. Ze deden me denken aan Port Jackson in de Coromandel.

Het weer kan er nogal onvoorspelbaar zijn. Bij mij begon het op een geven moment zelfs te sneeuwen, daarna liep ik door de mist en tenslotte werd het juist enorm warm. Dit wisselde continu. Typisch Nieuw-Zeeland.

Nog meer adrenaline nodig? Misschien is mountainbiken over de Mount Robert Road dan iets voor jou. In en rond het nationale park heeft men overigens meerdere parcours aangelegd, zowel voor de beginnende als gevorderde fietser.

 

3. Ga wintersporten in de Rainbow Ski Area

Eerlijk is eerlijk, Nieuw-Zeeland heeft bekendere spots wanneer het op wintersporten aankomt, maar de kleine Rainbow Ski Area biedt alles wat je als skiër of snowboarder nodig hebt. En is bekender altijd beter?

Bovendien is het er, door het populairdere zuiden, normaal gesproken vrij rustig. Alle ruime dus om je volledig uit te kunnen leven. Een ander voordeel is dat het er relatief goedkoop is, al je dit met andere skigebieden vergelijkt.

Wil je relaxen, ga dan naar het plaatselijke café waar je onder andere heerlijke koffie kunt drinken.

 

4. Leef je uit op de Buller River

Buller-River-raften

Toegegeven, deze activiteit is niet in het nationale park maar zo’n 70 kilometer erbuiten. Echter, indien je wat avontuurlijks wilt doen en van actie houdt, dan is wild water raften op de Buller River een gave activiteit om te doen.

Rijd je bijvoorbeeld richting Westport, dan kom je langs het startpunt en kun je het raften makkelijk aan je schema toevoegen. De organisatie die deze tripjes verzorgt is Wild Rivers Rafting.

Behalve raften in het soms behoorlijk ruige water, word je uitgedaagd om van een klif te springen en te zwemmen in de stroomversnellingen van de rivier.

De dag eindigt met koffie, thee en erg lekkere koekjes. Een pluspunt is dat de leuke gidsen -waarschijnlijk Marty of Bruce- onderweg van alles vertellen en foto’s van deze avontuurlijke middag maken. Die kun erna je gratis en voor niets downloaden van hun website.

 

5. Rijd over de Lewis Pass

Lewis-Pass-Nieuw-Zeeland

Als je verder naar het zuiden wilt gaan, bijvoorbeeld richting Christchurch, dan is een roadtrip over de Lewis Pass indrukwekkend om te doen. Je rijdt door afwisselende landschappen bestaande uit bergen, bossen, rivieren en meren. Let er wel op dat het er behoorlijk hard kan waaien, soms zal je het gevoel hebben van de weg te worden afgeblazen.

Las zo nu en dan een pauze in, want er zijn enkele mooie wandelingen om te doen en je komt langs heel wat uitkijkpunten om weg te dromen. Mocht je het koud hebben, warm jezelf dan op in de Maruia Springs. Keuze te over.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

*