Het Abel Tasman National Park wordt door velen omschreven als een van de typische dingen die je gezien moet hebben tijdens je trip door Nieuw-Zeeland. Je kunt er onder andere hiken, kajakken, zeehonden spotten, kamperen in de wildernis of lekker luieren op een van de stranden.

Weet je trouwens dat de ontdekkingsreiziger Abel Tasman een Nederlander was? Hij ontdekte dit mooie gebied in 1642 per toeval. Echter, pas in 1942 werd het natuurpark daadwerkelijk naar hem vernoemd.

In dit artikel laat ik je weten wat mijn mening is over het Abel Tasman National Park. Ook geef ik je diverse tips die je kunt gebruiken als jij deze natuurspot gaat bezoeken.

 

Mijn avontuur in het Abel Tasman National Park

Mijn dag begon in Mapua, vanwaar ik om 9 uur in de ochtend richting het Abel Tasman National vertrok. Ik had een taxiboot geboekt die me af zou zetten bij Bark Bay, een strand op ongeveer 25 kilometer van de ingang.

We werden met een traktor naar het vertrekpunt gereden, waar we al zittend in de boot in de Tasmanzee werden gegleden. De eerste stop die we maakten was bij de ‘Split Apple Rock’. Een bijzondere rots in de vorm van een door midden gehakte appel.

De eerste bezienswaardigheid van de dag: Split Apple Rock

Als je het gesteente ziet, zou je zeggen dat het een kunstwerk is. Dit is het eigenlijk ook wel, maar dan gecreëerd door de natuur in plaats van door een mens.

Kort daarna bereikten we Adele Island om zeehonden te spotten. Een bijzondere ervaring, het is zoiets wat me intens gelukkig doet voelen. Het lijken soms net blije kinderen. Liggend op hun buik en vervolgens draaiend naar hun rug. Of ze springen als dolfijnen uit het water.

Adele Island: als je goed kijkt zie je twee zeehonden 🙂

Om kwart over elf naderden we Bark Bay, een schitterend strand. Een van de mooiere die ik deze dag zou zien. Helaas begon het behoorlijk bewolkt te worden en zelfs lichtelijk te regenen. Maar goed, het was nou eenmaal herfst hè.

Het mooie Bark Bay

Ik had me trouwens voorgenomen om een gedeelte rennend af te leggen, aangezien er wandelend liefst 7 tot 8 uur voor deze trip staat. Dat is persoonlijk iets te lang voor mij. Door het behoorlijke tempo, kreeg ik het daarom al snel erg warm. Ik verruilde mijn hardlooplegging dan ook voor een korte broek en m’n sweater voor een T-shirt.

Toen ik Bark Bay verliet, zag ik schuin voor me een schitterend baaitje liggen met fascinerend groen water. Het bordje wees uit dat het om Medlands Beach ging.

Het groene water van Medlands Beach

Op een geven moment belandde ik bij een brug waarvan het me niet duidelijk was of ik erover heen moest lopen. Dit omdat het pad leek verder te gaan.

De Swing Bridge: ideaal om je hoogtevrees te tarten

Gelukkig hielp Maps.me me uit de brand en het bleek dat ik via de hangbrug en de ondergelegen Falls River zou moeten gaan, om verder te kunnen komen. Ik voelde daarbij iets van angst, maar ik had geen keus. Sneller dan verwacht had ik deze horde genomen die me naar een pad door het bos leidde.

Het was kwart voor een toen ik aankwam bij Torrent Bay, waar te lezen viel dat het nog 14,5e kilometer lopen was naar Marahau, daar waar de ingang is. Dit is overigens ook de baai waar je allerlei (vakantie)huisjes vindt. Torrent Bay zelf lag er niet zo mooi bij, aangezien het water tientallen meters teruggetrokken was.

Torrent Bay van boven gezien – aangezien het eb was, ziet het er allemaal wat minder aantrekkelijk uit dan tijdens vloed

Een van de huizen in Torrent Bay Village

Eerder vertelde de taxiboot-bestuurder dat enkele van de eigenaren zich hier per helikopter laten afzetten. Mij lijkt dit wat aangedikt, maar het zijn zonder twijfel rijkelui die rond Torrent Bay wonen.

Ik besloot om niet het hoofdpad te volgen, en maakte een uitstapje richting de Cleopatra’s Pool, iets wat op Tripadvisor werd aangeraden. En inderdaad, wat een mooie spot, verborgen in de jungle.

Het sprookjesachtige Cleopatra’s Bay

Zwemmen zat er alleen niet in, het water was simpelweg ijs- en ijskoud. Drie meisjes besloten anders, tot verbazing van mij en alle andere aanwezigen.

De tocht ging door in de richting van Anchorage Bay, al was het onduidelijk welke weg te bewandelen. Ik kon namelijk rechtdoor gaan, of naar beneden. Mijn voorkeur ging uit naar het laatste, omdat dit gedeelte langs de kust loopt en daarmee voor wat afwisseling zou zorgen. Alleen stond er op het bordje geen Marahau aangegeven voor die optie, daar waar ik heen moest. Na kort overlegd te hebben met een Spanjaard die ik eerder bij de Cleopatra’s Pool had ontmoet én een blik geworpen te hebben op mijn navigatie, kwamen we tot de conclusie dat ook de kustroute naar Marahau leidt. We kozen er daarom beide voor om die kant op te gaan, al wachtte hij op twee wandelmaatjes van ‘m. En zo kwam ik uit op het mooie Anchorage Bay, waar ik na even zoeken de weg vond die naar Marahau loopt. Weer terug het boslandschap in en nog 12,4 kilometer te gaan.

De gebogen kuststrook van Anchorage Bay, ongeveer halverwege de hike

Opeens kreeg ik zwarte vlekjes voor mijn ogen. Suikertekort misschien? Gelukkig had ik twee appels bij me om mijn suikerlevel omhoog te krikken. En inderdaad, de vlekjes verdwenen, al duurde dit eventjes.

Onderweg kwam ik nog langs Stilwell Bay en Coquille Bay. Maar het meest opvallende was eerlijk gezegd een Duits meisje dat met luide muziek door het park liep. Ik had immers al zoveel strand gezien vandaag.

Stillwell Bay typeert voor mij het Abel Tasman National Park: groen water, een goudgele kustlijn en wilde jungle

Coquille Bay van een afstand gezien

Ik was toe aan het einde, ik merkte dat ik begon te gapen. Samen met het uitstapje naar Cleopatra’s Pool had ik er namelijk al bijna 30 kilometer opzitten. Zoveel had ik nog nooit gelopen in een dag.

Aangekomen bij de ingang, vroeg ik aan een man met het uiterlijk van een viking hoelang het lopen was naar de het kantoor van de taxibootservice, waar mijn auto stond. Hij reageerde nogal geagiteerd met de volgende woorden: “Als ik iedere keer wanneer deze vraag gesteld werd 10 cent zou krijgen, zou ik de rijkste man op aarde zijn.” Het leek me verstandig om hier verder maar niet op in te gaan.

Om tien over vier kwam ik aan en pakte ik een welverdiend rustmomentje in de auto. Daarna reed ik naar een leuke boerderij om te kamperen: de Old Macdonalds Farm. Energie om te koken had ik niet meer. Het werd daarom brood met pindakaas. Maar ik was al lang blij dat ik iets had.

 

Wat is mijn mening over het Abel Tasman National Park?

Als ik eerlijk ben, vond ik de wandeling van bijna 30 kilometer iets te veel van het goede om in een dag af te leggen. Het is dan ook niet iets wat veel mensen doen, er zijn kortere routes of je kunt ervoor kiezen een meerdaagse hike te doen en te kamperen op een van de stranden. Je dient dan wel je eigen kampeerspullen mee te nemen.

Dat het een lange wandeling was, neemt niet weg dat ik het Abel Tasman National Park absoluut een schitterend natuurgebied vind. Wat mij vooral imponeerde, was de combinatie van goudgeel zand, groene wateren en regenwoud.

Een van de prachtige uitkijkpunten in het nationale park

Echter, ik zeg er ook meteen bij dat ik de hike weinig variërend vond. Het was grotendeels een boswandeling. Verder zorgde eb ervoor dat het water zich op veel plekken ver had teruggetrokken. Dit maakte het aanzicht soms wat minder fraai dan het zou kunnen zijn. Over eb gesproken: het Abel Tasman National park kent de grootste schommelingen tussen eb en vloed in heel Nieuw-Zeeland. 

Je loopt veelvuldig door het bos…

…Al kom je daar ook bijzondere exemplaren tegen

Het zien van de zeehonden is iets dat me zal bijblijven, al heb ik ze bij Wharariki Beach letterlijk voor m’n neus zien zwemmen, terwijl ik helemaal alleen op het strand rondliep. Dit maakt zo’n ervaring nog net wat specialer.

Overigens vond ik het aantal toeristen erg meevallen. Het was in ieder geval niet zo dat ik vaak een rij mensen voor me had lopen. Slechts een enkele keer.

Al met al waren de Tongariro Crossing, Coromandel en Lake Benmore voor mij indrukwekkender. Ik had er misschien ook te veel van verwacht, met name door alle positieve verhalen die ik erover had gehoord.  

 

Kajakken of hiken?

Als je Abel Tasman bezoekt, heb je de keuze uit een (meerdaagse) wandeling of het park al kajakken te verkennen. Zelf heb ik, gezien het niet al te beste weer, gekozen voor een wandeling. Een andere reden was dat ik alleen ging, terwijl je vanwege veiligheidsredenen minimaal twee personen nodig hebt om een kajak te huren.

Ben je alleen, dan kun je een tour met gids boeken. Daar had ik weinig zin in, aangezien ik op een vrije manier het nationale park wilde ontdekken.

Wel is het zo dat de meeste mensen die ik gesproken heb, aangaven het kajakken als geweldig ervaren te hebben. Het is daarom wellicht een betere keuze dan de wandeling die ik heb gedaan. De huur van een kajak kost overigens al snel 150 dollar per dag.

 

Welke routes zijn er nog meer?

De meest bekende wandeling is de Abel Tasman Coast Track die over de gehele lengte van het nationale park loopt. Ze is ongeveer 60 kilometer lang en duur 3 tot 5 dagen. Je kunt kamperen of slapen in een van de aanwezige hutten. Zorg in het geval van kamperen dat je je eigen spullen bij je hebt, en in het geval van de hutten en campings dat je voorafgaand reserveert. Dit kan bij de Motueka i-SITE of online. Bovendien dien je zelf eten en drinken mee te brengen.

Om precies te zijn, ziet de route er als volgt uit:

  • Van Maharau naar Anchorage: 12,4 kilometer.
  • Van Anchorage naar Bark Bay: 11,5e kilometer.
  • Van Bark Bay naar Awaroa: 13,5e kilometer.
  • Van Awaroa naar Whariwharangi Bay via Totaranui: 16,9 kilometer.
  • Van Whariwharangi Bay naar Wainui: 5,7 kilometer.

Al deze gedeeltes kunnen ook als afzonderlijke route worden gelopen. Of een combinatie, zoals ik heb gedaan. Indien je alles gratis wilt doen en dus geen watertaxi neemt, dan kan je van Maharau naar Anchorage lopen en weer terug. Je kunt dan ‘inland’ combineren met ‘coastal’.

 

Wat neem je mee?

Ik heb voor de dagwandeling het volgende meegebracht:

  • Een lange en korte broek, sweater, T-shirt. Als het lekker weer is, zou ik tevens een handdoek en zwemkleding meebrengen.
  • Vullend bruin brood.
  • Appels, bananen, wortels.
  • Anderhalve liter water.

Zorg dat je spullen in Motueka of Mapua koopt. Rond het nationale park zijn namelijk geen supermarkten aanwezig. In Marahau is wel een ‘general store’, maar verwacht daar niet te veel van. Behalve basisbenodigdheden verhuren zij tevens kampeerspullen.

Mocht je in nood zitten: bij iedere hut, vier in totaal, vind je gefilterd drinkwater. Datzelfde geldt voor toiletten, die je ook rond diverse campings hebt.


Hoe fit moet je zijn?

De wandelingen zijn allemaal erg eenvoudig, al kunnen de afstanden behoorlijk zijn. Daarmee bedoel ik al snel zo’n 15 tot 20 kilometer per dag. In mijn geval nog meer dus. Echter, je loopt grotendeels op bospaden zonder noemenswaardige hellingen. Zwaar is het dus zeker niet.

 

Welke boot-taxiservice raad ik je aan?

Je kunt er voor kiezen om opgehaald te worden vanaf een bepaalde plek, of jezelf af te laten zetten. Dit laatste heb ik gedaan. De organisatie die ik je aanraad, is Abel Tasman AquaTaxi.

 

Is de toegang tot het Abel Tasman National Park gratis?

Ja. Je betaalt enkel voor de taxiservice en voor de eventuele overnachtingen.

 

Welke plekken rond het nationale park raad ik aan om te overnachten?

Vlakbij het Abel Tasman National Park liggen diverse campings en hostels. Zelf heb ik geslapen in de Old Macdonalds Farm, een boerderij met prima faciliteiten. De avond ervoor verbleef ik in het Mapua Leisure Park. Een camping die op minder dan een uur rijden van Abel Tasman ligt.

Over de auteur

mm

Backpacker in hart en nieren. Altijd op zoek naar avontuur. Auteur van de succesvolle boekenreeksen 'Backpackgids Azië' en 'Backpackgids Australië'.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

*