Via Taupo ben ik richting het Tongariro National Park gereden om een van de hoogtepunten van het Noordereiland te zien. Naja, te lopen vooral. Ik heb het over de Tongariro Alpine Crossing.

Een stevige hike van ruim 19 kilometer die dwars door fascinerende vulkanische landschappen snijdt. Soms lijkt het net alsof je op de maan loopt, terwijl je even daarvoor nog door het bos wandelde. Het zijn onder andere de uitzichten op pieken van de Tongariro-, de Ngauruhoe- en de Ruapehu-vulkaan én de kratermeren die deze tocht kleur geven. Letterlijk en figuurlijk.

In dit artikel vertel ik je alles over mijn ervaringen tijdens deze trekking. Verder geef ik je enkele handige tips voor als je de Tongariro Crossing ook wilt gaan doen. Een ding verklap ik je alvast: de trip verliep voor mij anders dan verwacht.

 

Geen shuttlebussen

Om een uur of acht klopte Nobel op mijn raam om te kijken of ik al wakker was. Nobel is een Australiër die ik de dag ervoor had leren kennen op de boerderij waar ik sliep. Een bescheiden jongen met een Amerikaans accent en een Jehova-achtergrond. Hij zei dat de zon scheen en we waren het er dan ook over eens om naar het nationale park te gaan. De shuttlebussen reden schijnbaar nog steeds niet, iets wat gezien de zonneschijn voor ons overigens onbegrijpelijk was.

Na het ontbijt gingen we naar de i-Site (een informatiepunt) in Turangi om informatie te vragen over waar we onze auto’s konden parkeren. Immers, er zou een parkeerlimiet van 4 uur zijn bij de start. De medewerkster zei echter verrassend genoeg dat dit geen probleem moest vormen.

Het plan was als volgt: Nobel z’n auto bij de start parkeren en daarna die van mij bij de finish. Vervolgens zouden we de track dan precies andersom afleggen.

Na een lange zandweg vol met steentjes en lichte angst voor een lekke band, kwamen we aan bij het beginpunt van de track. De kou overviel me. Nobel parkeerde zijn auto daar en we gingen in mijn wagen verder naar de finish. We begonnen net na half 11 met lopen.

 

Het wat saaie begin

Het begin van de trekking, normaal gesproken dus het einde, is eigenlijk niets anders dan een lange boswandeling. Door mijn hoge verwachtingen, vond ik het soms zelfs een beetje saai. Ik kon nauwelijks geloven dat we later die dag met vulkanen te maken zouden krijgen.

Tongariro-National-Park

Maar aan de andere kant wist ik ook dat snel veranderende landschappen typisch iets is wat Nieuw-Zeeland zo kenmerkt.

Op het parcours zijn speciale trappen aangelegd, die het omhooglopen iets makkelijker maken. Nobel was na een half uur echter al behoorlijk uitgeput en besloot z’n trui uit te doen. Ik had me al op zweet voorbereid en ‘s-ochtends een korte sportbroek en een T-shirt aangedaan.

We kwamen bij een eerste uitkijkpunt, waarbij we ook direct het bosgedeelte achter ons lieten. Ik zei tegen Nobel dat ik zo nu en dan wilde hardlopen. Ik vind enkel wandelen, zeker als het zo lang is, soms simpelweg een beetje eentonig worden. Nobel leek dit ook wel te zien zitten. Hoewel, na een poging tot joggen gedaan te hebben, besloot hij anders. Hij vond het, ondanks z’n Ethiopische roots, te zwaar. Dat hij dit niet verzon, bleek wel uit het feit dat hij door het intense gehijg nauwelijks nog uit z’n woorden kwam. Ik zou hem later bij de hut weer zien.

 

Hulp uit onverwachte hoek

Ik zette de klim in en zag tot mijn verbazing enkele toiletten aan mijn rechterzijde. Dit soort dingen is altijd goed geregeld in Nieuw-Zeeland. WC’s zijn bijna overal te vinden. Meestal compost overigens, maar alles went.

Om iets over 12 kwam ik aan bij de Ketetahi Hut, een welkome plek om uit te rusten en te eten en drinken.

Tongariro Ketetahi-Hut

Naast me zat een familie waarmee ik in gesprek raakte over het vervolg van de tocht. Aangezien ze vanuit de tegenovergestelde richting kwamen,  hadden ze nog wel enkele tips voor me.

De vrouw keek ietwat onbegrijpend naar mijn outfit en zei dat het boven bij de kratermeren heel erg koud zou worden. Ik vertelde een lange broek en sweater bij me te hebben, die ik gezien de sterke wind ook maar meteen aandeed. Ze was zichtbaar bezorgd, en gaf haar handschoenen en een handvol gezouten amandelen. Ze stond erop dat ik haar handschoenen aannam. En daar zou ik haar later erg dankbaar voor zijn.

Op het moment dat ik gedag zei en wilde vertrekken, kwam Nobel net aanlopen. Daarom wachtte ik nog even met verdergaan.

 

Bizarre wind, ongelofelijke landschappen

Na een lange pauze ben ik doorgegaan. Het is voor het eerst dat ik echt de diepte in kon kijken en daadwerkelijk onder de indruk raakte van het landschap.

Tongariro-Alpine-Crossing-uitzicht

Ook werd het een stuk winderiger en daarmee kouder. Al is de man die ik tegenkwam in korte broek en tanktop daar niet bepaald illustrerend voor.

“How much longer is it to the lakes?” vroeg ik aan een voorbijkomende man van een jaar of 35. Zijn antwoord luidde: “10 minutes if you run,” wat me in positieve zin verraste.

Nadat ik langs allerlei stenen liep met opvallend felle kleuren mos, kwam ik uiteindelijk bij een uitkijkpunt uit waar ik zowat omver werd geblazen. Ik besloot om te gaan zitten en mijn blik op het prachtige meer te werpen, de Blue Lake.

Tongariro Alpine Crossing Blue Lake

Door de sluierwolken die boven het water hingen, leek het net een warm bad. Maar warm was het er zeker niet, kan ik je verzekeren.

Ik stond op en probeerde verder te lopen. Dit bleek echter lastig. Zo’n sterke wind had ik serieus nog nooit eerder gevoeld. Ik voelde me zelfs even onveilig. Aan de andere kant was het ook weer erg gaaf: ik bevond me middenin een verwilderd kraterlandschap, alsof ik ergens op de maan wandelde.

Tongariro-Alpine-Crossing-kraterlandschap

Bij het afdalen maakte ik een val, waarbij de schade gelukkig meeviel. Ik droeg immers handschoenen en een lange hardloopbroek, zodat ik geen schaafwonden opliep.

Even daarna ontmoet ik een Nederlands stel, aan wie ik vroeg of wat er op het bord stond ook echt klopte. Er viel namelijk te lezen dat het nog 4 uur lopen was naar de parkeerplaats. Een mentale dreun, aangezien ik me niet in m’n sterkste fase bevond. Zij gaven aan er ongeveer 3 uur over gedaan te hebben, wat het dan weer iets verzachtte.

Ineens stond ik daar tussen de drie meren waar deze hike zo bekend om staat, de felgekleurde Emerald Lakes. Blijven staan was door de sterke wind een hele opgave, maar het uitzicht maakte alles goed. Naast de meren ook het ruige berglandschap eromheen. Zo onwerkelijk mooi. Het leek wel een totaal andere wereld.

Tongariro-Alpine-Crossing-Emerald-Lake-1

Tongariro-Alpine-Crossing-Emerald-Lake-3

Vervolgens realiseerde ik me dat er nog een heel stuk afgelegd moest worden. Ik keek omhoog naar een schier onmogelijke opgave. Een zandweg met steentjes die naar de top van een berg leidde.

 

Dit kunnen we niet doen

Tot mijn verbazing zag ik dat Nobel aan kwam strompelen. Over een ding waren we het eens: we konden de berg niet opklimmen met deze wind. We zouden simpelweg ons leven riskeren.

Tongariro-Alpine-Crossing-steil

Voor het optimale uitzicht op alle drie de meren, liepen we toch nog een eindje de heuvel op. De weg werd smaller en de afgrond dieper. We moesten beiden hurken om niet omver te worden geblazen. Even voelde ik angst, al verdween deze gelukkig vrij snel. Toen de wind even verdwenen leek, gingen we in rap tempo weer naar het veilige vlakke gedeelte beneden.

Boven ons zag ik iemand verstijfd staan, zoekend naar een veilige manier om naar beneden te komen.

Het was duidelijk: we gingen omdraaien.

 

Gebroken maar voldaan

Terug bij de Blue Lake werd de wind alsmaar heftiger, voor zover dat mogelijk was. De lucht veranderde in rap tempo van wit naar blauw en weer naar wit. Wolken verblindden het zicht op het meer. Het leek net of er een film versneld werd afgespeeld.

Na een korte kennismaking met een Canadees stel en de welbekende reisvragen aan elkaar te hebben gesteld, wilde ik zo snel mogelijk terugkomen bij de auto. Ik vond het wel mooi geweest voor vandaag.

Na ongeveer 22 kilometer en nog eens 1,5 uur rennen vanaf de Ketetahi Hut, was daar de parkeerplaats. Eindelijk, want er leek geen eind aan te komen in het bos. Ik dacht eerlijk gezegd ergens verkeerd gelopen te zijn, al is dit nauwelijks mogelijk. Mijn benen waren volledig verzuurd en ik gebruikte mijn laatste energie om wat strekoefeningen te doen. Tenslotte gooide mezelf met een voldaan gevoel neer op het grasveld.

 

Waar raad ik je aan om te overnachten?

Turangi is een goede uitvalsbasis om naar het Tongario National Park te gaan. Het is vanuit daar nog ongeveer 50 kilometer rijden naar het startpunt van de trekking, zo’n 45 minuten.

In Turangi kan ik je de Awhi Farm aanraden om te slapen. Een biologische boerderij waar alles om duurzaamheid draait. Ook zijn er veel WWOOF’ers werkzaam, zij nodigden me uit om samen met hen te eten.

Awhi-Farm-New-Zealand

We kookten zelf verbouwde groenten. Rode biet, knoflook, zilverbiet, tomaten en nog meer lekkers. Ook lagen er allerlei net geplukte appels, citroenen en peren.

De eigenaresse Lisa is erg aardig en een typische Nieuw-Zeelandse met iconische tatoeages rond haar mond. Het is bijzonder om te zien hoe passievol zij bezig is met duurzaam leven.

Je hebt er cabines om te slapen, maar kunt er ook in je camper overnachten. Voor mij was het een mooie ervaring.

 

Hoelang duurt de trekking?

Het parcours is 19,4 kilometer en er staat zo’n 6 tot 8 uur voor. Ik heb een langere afstand gelopen, aangezien ik ver over de helft gedwongen was om om te keren.

 

Wat neem je mee?

Houd het simpel, maar wees voorbereid op extreme weersveranderingen. Vooral bij de meren kan het erg hard waaien en daarmee behoorlijk koud worden.

Een lange trekkingsbroek of -legging en een wind/regen-jack of sweater zijn aan te raden. Maar ook een korte broek en een T-shirt, voor de warmere gedeeltes. En uiteraard goede schoenen. Zelf heb ik het op hardloopschoenen gedaan, wat prima ging, al was het met name rond de meren best wel glad. Vergeet verder zeker geen handschoenen.

Breng tot slot een fles water, snacks en dergelijke mee. Wortelen, bananen en noten zijn aanraders.

 

Hoe kom je bij de Tongariro Crossing?

Als je met nog iemand gaat en twee auto’s hebt, kun je hetzelfde doen als ik en Nobel hebben gedaan. Bij het begin, op de Mangatepopo Car Park, geldt een 4 uur parkeerlimiet, maar dit was bij ons geen probleem. Ik heb verder ook niemand gezien die controleert. Bij de finish, de Ketetahi Car Park, is trouwens geen parkeerrestrictie.

Een andere optie is om vanuit Turangi een shuttlebus te nemen naar het nationale park. Dit kost je 35 NZD voor een retour. De wandeling zelf is overigens helemaal gratis, zoals gebruikelijk in Nieuw-Zeeland.

 

Ga jij deze uitdaging binnenkort ook aan?

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

*